• Een waardig afscheid

    DohEen schitterend man toch, die Marc Spruyt. Ik heb hem altijd al graag gehad. Al van in de tijd toen hij handtekeningen verzamelde aan de UFSIA en de NSV een handje kwam toesteken.

     

    Hij stopt nu met zijn website www.blokwatch.be . Tot mijn grote spijt. Waar moet ik nu de humoristische noot in het soms saaie politieke spectrum halen? Maar nog een keer brengt hij ons aan het lachen. De reden waarom hij er mee stopt is omdat “wij (blokwatch) in onze opzet zijn geslaagd: de rol van het Vlaams Belang is grotendeels uitgespeeld.”

     

    Echt waar Marc, een giller. Dat is veel grappiger dan te stellen dat je stopt omdat – ik bedenk maar wat – je financiers de geldkraan hebben dichtgedraaid. Nee, echt waar, dit was een waardige afsluiter. Humor is het peper en zout in het leven.

     

    Het gaat je goed, Marc. We zullen je missen.

  • Wetenschap versus internet

    internetMijn goede vriend Geert Neirynck, stuurde me afgelopen weekend een mailtje waarin hij me liet weten dat er een thesis over de NSV te vinden was op het internet. Deze licentiaatsthesis heeft de welluidende titel “De NSV als metapolitieke voorhoede. Een duik in de kweekvijver van het Vlaams Belang” en is van de hand van ene Jeffrey De Keyser. Wel, zo’n titel spreekt me aan. Ik ben tenslotte ook uit die kweekvijver afkomstig. Dus dacht ik bij mezelf, ik besnuffel dat werk even.

     

    Een thesis of scriptie om de titel van licentiaat te behalen heeft (en moet) de pretentie (hebben) wetenschappelijk te zijn. Ik ben dan ook iemand die kijkt welk bronnenonderzoek er heeft plaatsgevonden om het onderwerp ‘uit te spitten’ Nu ja, we kunnen er niet onder uit dat heel wat bronnenmateriaal dat over de NSV en het Vlaams Belang voorhanden is door onze tegenstanders is geschreven. Maar in zijn inleiding gaat de auteur er prat op daarmee rekening te houden. Uitstekend is trouwens dat de auteur verschillende interviews doet met rechtstreeks betrokkenen.

     

    Maar ik viel bijna van mijn stoel toen ik zag dat de auteur dermate gretig gebruik maakte van “internetbronnen”. Ondanks mijn jeugdige leeftijd van 36 lentes voelde ik me plots oud worden. Maar vooral mijn vrees dat dit zou leiden tot fouten werd onmiddellijk aangewakkerd. Niet dat ik tegen de moderne tijd ben, maar op internet kan elke "hond met een hoed op" publiceren. Maar of informatie nu juist is of (soms zelfs bewust) fout, daar maalt niemand om. De vraag die je je dan moet stellen, is wat de wetenschappelijke waarde van dit alles is. Wie is de auteur? En wat is zijn bedoeling? Is een thesis op de officiële site van een universiteit - vanuit wetenschappelijk oogpunt - even veel waard  als een site van een politiek militant?

     

    Soit, Ik ben toch aan het lezen gegaan (ik ben nog maar een 50-tal blz. ver) en ik betrap de auteur al op onnauwkeurigheden, onvolkomenheden en fouten. En als ik dan naar de respectievelijke voetnoten kijk,… Inderdaad, de meeste fouten komen van het net.

     

    Nogmaals, ik ben niet tegen het internet of het gebruik ervan voor wetenschappelijke doeleinden. Maar nieuwe generatie wetenschappers, wees toch maar voorzichtig met het net, gooi je Britannica nog niet bij het oud papier en vergeet de bibliotheken van Vlaanderen niet te bezoeken. En als je iets van het net plukt,… “Check and dubblecheck”

  • Schiltz en Annemans

    Gerolf AnnemansNaar aanleiding van het overlijden van Hugo Schiltz schreef ik op 07/08/2007 dit stukje. Ik heb steeds respect gehad voor Schiltz, ondanks het feit dat ik zijn standpunten, zijn visie op de staatshuishouding niet deelde. En dit samen met iedereen die in het Vlaams Blok/Belang staat en heeft gestaan.

     

    Schiltz kwam uit een radicaal Vlaams-nationalistische stal. Daar is geen twijfel over. Hij heeft er destijds echter voor gekozen de stal te verlaten en te kiezen voor de machtspolitiek. Daar deed hij wat hij dacht te moeten doen. En het was nefast voor Vlaanderen. Toen ik de artikels las over het gesprek tussen mijn goede vriend Gerolf Annemans en Hugo Schiltz, kwam het spreekwoord in mij op: “Een oud paard gaat altijd graag terug naar zijn oude stal om te sterven”.

     

    Hugo Schiltz betreurde blijkbaar dat het Vlaamse-nationale front zo versnipperd was geraakt. Hij wist - beter dan wie ook want hij kende de Franstalige politiek - dat om een Vlaamse vuist te kunnen maken, men geen miljoen kiezers monddood mocht maken. Hoezeer hij in zijn actief politiek leven het Vlaams Blok ook bestreden had. In de late herfst van zijn leven was zijn liefde voor Vlaanderen blijkbaar sterker geworden dan zijn gevoel voor politieke strategie en ‘realpolitik’.

     

    Het betekent evenzeer dat Schiltz niet langer geloofde dat Vlaams Belang racistisch of extreem-rechts is. Of zoals Gerolf het vandaag in een krant stelde, begreep Schiltz dat het proces het Vlaams Blok als het ware had geplebisciteerd. Ook Frans Van der Elst zou, ook in de herfst van zijn leven, van mening zijn geweest dat men in het belang van Vlaanderen het Vlaams Blok niet mocht uitsluiten.

     

    Wat er zou zijn gebeurd als Annemans en Schiltz een tweede, derde, vierde gesprek zouden hebben gehad? Niemand zal het ooit weten. Maar misschien moeten alle Vlaams-nationalisten zich in eer en geweten de vraag stellen of Hugo Schiltz’ initiatief de moeite waard was? Daarom geef ik tot slot van dit stukje het woord aan Gerolf Annemans (zie zijn jongste column): “Het interview met Paul Doevenspeck raakt aan de gevoeligste zenuwen van de geblutste Vlaamse macht en de daaraan verbonden Franstalige dominantie sinds 1999: het cordon sanitaire en de Vlaams-nationale verdeeldheid. Zelf heb ik over deze episode nooit met iemand gesproken, op verzoek van zowel Hugo Schiltz als Paul Doevenspeck. De mogelijkheid dat een eenheid van radicale Vlamingen (op welk forum dan ook, niet noodzakelijk partijpolitiek)  zou kunnen lukken, heb ik altijd belangrijker gevonden dan gelijk welke vorm van koketterie of eigendunk. Ik zal altijd, zonder risico's te schuwen, blijven proberen dat onafhankelijke Vlaanderen zodanig dichtbij te brengen dat ik het zelf nog zal meemaken.”

  • Keulen en artikel 71

    FaciliteitenGisteren werd er in de gemeenteraden van de faciliteitengemeenten Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem Frans gesproken. Een flagrante, bewuste en provocatieve overtreding van de taalwetgeving. Provocatief en bewust, want het was de racist Olivier Maingain van het FDF die daartoe had opgeroepen. Er werden moties aangenomen in verband met het gebruik van het Frans in de gemeenteraad, de uitbreiding van Brussel en de benoeming van Burgemeesters in die gemeenten.

     

    Minister van Binnenlands Bestuur, Marino Keulen denkt intussen dat hij stoer is. Hij heeft al laten weten dat hij op basis van de rapporten van de waarnemers van de gouverneur van Vlaams-Brabant, die gisteren waren uitgestuurd, de besluiten van de betrokken gemeenteraden zal vernietigen. Intussen weigert hij ook de drie burgemeesters te benoemen. Die zetelen nu een beetje ad interim.

     

    Is dat voldoende? Neen. De minister moet eens dringend de tuchtprocedure voorzien in art. 71 van het gemeentedecreet op starten. Dat artikel voorziet dat schepenen en burgemeesters kunnen afgezet worden “wegens kennelijk wangedrag of grote nalatigheid”. Ik denk dat het bewust overtreden van de taalwetgeving, het naast zich neerleggen van decreten, het saboteren van initiatieven van de hogere overheid, het niet naleven van omzendbrieven,… wel onder de noemer van kennelijk wangedrag valt, zeker?

     

    Waar wacht Keulen op? Of laat hij graag met zijn voeten spelen? Wat is dat toch bij de traditionele partijen. Ze laten toch zo graag over zich heenlopen. Durf nu toch eens eindelijk een vuist maken tegen dit Franstalig imperialisme. Of zijn de traditionele partijen bereid de Vlaamse Rand op te geven?  

  • Heeft De Crem lef of blijft hij De Rem?

    FDW-BHVVandaag heeft de Raad van State via een perscommuniqué gereageerd op de aantijgingen dat ze bewust de stemming van het wetsvoorstel BHV zouden vertragen. Immers zonder advies van de RvS kan er niet gestemd worden. Zoals je in dit artikel kan lezen moet het advies er ten laatste op 25 oktober e.k. zijn. Laten we in deze de RvS nog het voordeel van de twijfel geven, maar moeten we dat ook doen voor commissievoorzitter Pieter De Crem?

     

    De ‘afremmers’ juichen. De commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer vergadert normaal op woensdag en volgende week is er het herfstreces. Zo worden er voor de regeringsonderhandelaars twee cruciale weken gewonnen. En de ‘afremmers’ hebben zogezegd een uitleg hoe het komt dat er pas een nieuwe vergadering van de commissie komt op woensdag 7 november e.k.

     

    Maar is dat een aanvaardbare uitleg? Neen, toch. Zowel de plenaire vergadering en al zeker een commissie kan in het reces samengeroepen worden. Het Vlaams Belang heeft nog maar pas het Vlaams Parlement in volle zomerreces bij elkaar laten roepen voor een debat over Vlaamse onafhankelijkheid.

     

    En we hoeven niet eens aan de vakantieweek van de parlementsleden te knabbelen. (Hoewel men de vraag kan stellen of de Kamerleden na amper een paar weken zitting, zonder een regering en met amper één wet te stemmen al toe zijn aan vakantie, maar soit). De Crem kan perfect zijn commissie de donderdagnamiddag, na plenaire (zonder vragen en wetsontwerpen duurt dat toch niet lang) samenroepen om te stemmen over het BHV-voorstel. Of waarom niet op vrijdag? Vrijdag kan er zonder probleem gestemd worden en kunnen de parlementsleden die dat willen nog perfect op vakantie vertrekken. Of is vrijdag geen werkdag meer?

     

    Maar een dergelijke beslissing vergt lef. Aan De Crem om te bewijzen of hij de lefgozer is die hij pleegde te zijn als oppositieleider. Of blijft het bij Pieter De Rem, de ministeriabele?

  • Kwaliteitskranten en algemene ontwikkeling

    RodenbachDe Morgen gaat er altijd prat op dat het een kwaliteitskrant is. Ze gaan er van uit dat ze over uitstekende (onderzoeks)journalisten beschikken. Tja, als ze het zelf zeggen.

     

    Maar ik ging er steeds van uit dat die journalisten dan ook een zekere “Algemene Ontwikkeling” hebben. Ze zeggen toch allemaal zo graag dat ze “intellectueel” zijn. Wel, een goede algemene ontwikkeling lijkt me inherent aan het intellectueel zijn. Ik ben alweer een illusie armer.

     

    Zo gaf Bart Eeckhout van De Morgen in zijn krant zijn mening over het voorstel van een Antwerpse gedeputeerde om op school opnieuw de "Vlaamse liederenschat" aan te leren. Eeckhout is het idee genegen, maar schrijft over Albrecht Rodenbach: “de eerst schromelijk overschatte en nu helemaal vergeten toondichter van ‘Klokke Roeland'.".

     

    Raar, hé. Ik heb altijd gedacht dat Rodenbach een schrijver, een dichter was. De laatste keer dat ik heb gekeken was een toondichter een componist. Iemand die muziek schrijft. Rodenbach heeft helemaal de muziek van ‘Klokke Roeland’ niet geschreven. De muziek is van Johan De Stoop.

     

    Er is dus duidelijk iets mis met de algemene ontwikkeling van bepaalde mensen. En als dat een probleem lijkt te zijn, zorg er dan voor dat je voldoende kennis over een onderwerp hebt, voor je je mening aan het kostbare papier toevertrouwt.

     

    In een zelfde kader kan ik zeggen dat het “Heilig Hermanneke” van Merksem geen pater was. Maar dat is weer een ander verhaal.

     

    UPDATE: Ben het boekje van voormalig Wetstraatjournalist Pol Van den Driessche (Overleven in de Wetstraat) aan het lezen. Ook daar een dergelijk voorbeeld. Volgens Pol (Blz. 75) was Joris Van Severen VNV-volksvertegenwoordiger toen hij in 1928 de uitspraak: "La Belgique, qu' elle crève!" zou hebben gedaan. Opmerkelijk historisch feit, daar het VNV pas in 1933 werd opgericht. Wat is dat de jongste tijd toch met die onnauwkeurigheid?

  • Voorspelbaar

    KamercommissieZo voorspelbaar. Vandaag is de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer niet samengekomen. Normaal moest de artikelsgewijze bespreking van het wetsvoorstel voor de splitsing van BHV gesloten worden én moest er gestemd worden. Maar de Tjeven en de Bart De Wevers ontbreekt het aan vijf minuten politieke moed. Ze willen hun kansen op ministerposten natuurlijk niet hypothekeren.

     

    De commissie komt niet samen, want het advies van de Raad van State over amendementen van de Franstaligen is niet binnen. Hoe kan het ook? De Raad van State heeft daar vijf werkdagen voor. Als je dan vrijdag in de late namiddag je verzoek aan de Raad van State richt, kan het advies onmogelijk voor woensdag binnen zijn.

     

    En zo wint De Crem tijd voor zijn toekomstige premier. Ik zeg het nog. Politiek kan zo voorspelbaar zijn. Grappig is dat Eric Van Rompuy hier in het Vlaams Parlement blijft beweren dat er volgende week gestemd gaat worden. Zou Eric volgende week nu echt graag met zijn broek op de enkels staan?

  • De lepel is een schop

    spadeOm de Franstaligen de bittere pil van de splitsing van BHV te laten slikken, is Bart De Wever van de N-VA bereid hen een lepel suiker te geven. Een “slip of the tongue”?

     

    Ik vermoed dat het meer is dan dat. Na zijn uitspraak van afgelopen weekend heeft De Wever intussen al hemel en aarde bewogen om aan iedereen te laten weten dat hij niet bereid is een prijs te betalen voor de splitsing van BHV. Wel van twee dingen één. Gelet op de steeds slechter wordende oogst van suikerbieten in dit land, is een lepel suiker al een prijs. Ik wil dan wel eens weten wat die lepel suiker concreet zal zijn en vooral zal kosten. Ten tweede, als Bart wil laten uitschijnen dat een lepel suiker eigenlijk weinig voorstelt, dat het geen echte toegeving is, waarom dan in een persbericht het zo verschrikkelijk uitschreeuwen dat er geen prijs wordt betaald? Dan is dat toch overbodig?

     

    Neen dus. De Wever wil toegevingen doen en hij is geschrokken van zijn eigen eerlijkheid afgelopen weekend. En hij is vooral geschrokken van de reactie in Vlaams-nationale kringen op zijn lepel suiker. Het ziet er naar uit dat het geen lepel, maar een hele schop suiker zal zijn. Een schop suiker die verwerkt zal worden in een prachtige verzoeningstaart voor de Franstaligen. En eens de taart klaar is, kan De Wever de schop aanwenden om zijn tunnel te graven om onder de lat door te kunnen. (zie Annemans). Waarmee (alweer dixit Annemans) het antwoord op Jean-Luc Dehaenes “Quid N-VA?” beantwoord is.

     

    Ons maak je niet meer wijs dat er niets aan de hand is. We (Bart De Wever incl.) kennen onze geschiedenis en meer bepaald die van wijlen de Volksunie. Of zoals een vriend van mij het dikwijls cynisch stelt: “been there, done that, got the t-shirt.”

  • Politieke moed en oude mannen

    closing the ringIn de commissie Binnenlandse Zaken ontbrak het weer aan politieke moed. De stemming over Brussel-Halle-Vilvoorde is alvast met een week uitgesteld. De Franstaligen hadden de zitting nochtans verlaten, maar De Crem durfde het duidelijk niet tot een stemming laten komen. Er moet nu een spoedadvies komen van de Raad van State over amendementen. Alle reden is goed om het te stroppen. Het is duidelijk dat Pieter “De Rem” (woordspeling is van Annemans) de kansen van Yves Leterme op het premierschap niet wil hypothekeren.

     

    Wel politieke moed was er bij Vlaams Minister Fientje Moerman. Zij nam ontslag. Ze kon ook niet anders. Het verslag van de ombudsman over malversaties op haar kabinet was vernietigend. Moerman gaat en e-mama Patricia Ceyssens komt. Maar wie denkt dat de malversaties een alleenstaand feit zijn, heeft het fout. Het probleem is structureel, de wet wordt overtreden en men poogt dit toe te dekken met een ministerieel besluit. De jamais vu. Enfin, of hoe schriftelijke vragen van Filip Dewinter kunnen leiden tot het ontslag van een minister.

     

    En gisteren ben ik nog eens naar het filmfestival van Gent geweest. Openingsfilm was “Closing the ringvan Sir Richard Attenborough. Niet slecht, maar ook niet bijster goed. Sir Richard was aanwezig en het is er aan te zien dat de man de gezegende leeftijd van 84 jaar heeft bereikt. Proficiat en ik wens hem nog vele jaren, maar ’t was aan de film te zien.

     

    Wel een mooi compliment gekregen van de locale recherche van Gent. Ze zijn blij dat ik weg ben uit de gemeenteraad van Gent. Ze hebben nu minder werk, want ze moeten minder antwoorden voorbereiden voor de burgemeester. Tja, sommige vragen moeten nu eenmaal gesteld worden. ‘k zal mijn oude collega’s nog eens moeten aanporren.

  • Eens reclamejongen, altijd reclamejongen

    Stralende a’t Is een rare wereld waarin we leven. Een jury van het weekblad Trends heeft burgemeester Patrick Janssens genomineerd voor de titel “Marketeer van het jaar”. Tja, eens reclamejongen, altijd reclamejongen. Janssens wordt geprezen voor o.a. zijn campagne met de “stralende A”.

     

    Janssens is best trots op zijn nominatie. Blijkbaar vindt de burgemeester van de op één na grootste stad van Vlaanderen het normaal dat een stad aan de mensen “verkocht” moet worden. Aangeprezen als het eerste het beste wasmiddel: “Antwerpen wast witter dan wit.” Citymarketing noemen ze dat dan. Een gruwelijk woord vind ik dat. Hoe kan je nu een stad, een gemeenschap, een samenleving beschouwen als een product, als koopwaar?

     

    Maar blijkbaar is het belangrijker van je stad een reclameobject te maken, dan ze goed te besturen. Een burgemeester komt in het nieuws omdat hij “marketeer” is. Het zou voor Antwerpen beter zijn moest hij genomineerd zijn als “bestuurder van het jaar”, als een man die zijn stad proper krijgt, een man die de criminaliteit doet dalen, een man die de overlast doet afnemen, een man die het probleem van illegalen in de stad aanpakt,… ik denk dat vele van Janssens’ voorgangers beschaamd zouden zijn moesten ze als “marketeer” omschreven worden.

     

    Enfin, de nominatie heeft alleszins een voordeel. Het is duidelijk dat alles wat Janssens doet niets meer is dan show, niets meer dan een grote reclamecampagne. Tja, Janssens is dan ook geen burgemeester of bestuurder, hij is “marketeer”. Gooi je stralende A-pin maar in de vuilbak, het staat nu zwart op wit, het is maar show, het is maar reclame, het is maar een marketingstunt van een marketeer.

  • Moed en zelfvertrouwen

    grensrechterRobert Jeurissen, de baas van de scheidsrechters, wil in de toekomst trainers beboeten als ze groffe, meestal onterechte, kritiek uiten op scheidsrechters. Wel, een goed initiatief zeg ik. Men mag niet vergeten, zonder scheidsrechters, geen voetbalwedstrijd meer. Het gescheld van trainers, de boertige verwensingen die ze naar het hoofd van de ref slingeren, zorgen er bij vele jonge – nog niet zo geharde – scheidsrechters voor dat ze er gewoon de brui aan geven. Het gedrag van vele trainers kost scheidsrechters. Toen ik zelf nog floot hadden de scheidsrechters in vierde provinciale, nog lijnrechters mee. Nu is dat onbestaande wegens het tekort aan mannen in het zwart. (allez, toen was dat nog zwart, nu zijn ook andere kleuren toegelaten.)

     

    En nu ik bij lijnrechters ben aanbeland, kan ik zeggen dat ik het op een punt met Jeurissen oneens ben. Naar aanleiding van de strafschop van GBA tegen Gent – een strafschop die door de lijnrechter werd beslist – stelt Jeurissen dat zoiets niet kan. “Er is maar een baas op het veld en dat is de scheidsrechter. Lijnrechters zijn maar assistenten,” aldus de scheidsrechtersbaas.

     

    Wel, daar ben ik het nu eens niet mee eens. Immers, allesbepalend zijn de richtlijnen die een scheidsrechter voor de match aan zijn grensrechters meegeeft. Richtlijnen van wat ze mogen signaleren en wat niet. Had ik – toen ik nog scheidsrechter was - ne jonge onervaren lijnrechter, dan mocht die van mij steevast enkel bal binnen en buiten signaleren en de off-side. (en uiteraard incidenten achter mijn rug.) Ik ondersteunde jonge grensrechters ook altijd met de mededeling dat als ik floot ik wel de richting zou aangeven. Kwestie van zelf de verantwoordelijkheid voor twijfelgevallen te nemen. De rest was voor later. Gasten die de lijn al wat meer hadden gedaan, mochten van mij best ook fouten in hun buurt vlaggen. Wel onder de voorwaarde dat ze dat kordaat en duidelijk deden en nooit op hun beslissing terugkwamen. Dat ging perfect.

     

    Maar als ik echt ervaren rotten mee had, dan mochten die van mij alles signaleren. Dan stonden er onder het motto “zes ogen zien meer dan twee” drie scheidsrechters op het veld. Wel, dan arbitreert ge uw match echt vanuit ne zetel.

     

    Nu werkt men in eerste klasse met vaste grensrechters die aan één scheidsrechter worden toegewezen. Ervaren jongens dus. En een trio dat elkaar door en door kent. Als dan zo’n lijnrechter zelfverzekerd is en zijn verantwoordelijkheid neemt, als bij de strafschop van Beerschot, dan zeg ik proficiat jongen. Goed gedaan. Ook al blijkt uit de herhaling dat de man fout was, want die man neemt die beslissing in eer en geweten.

     

    In een tijd waar de roep steeds luider klinkt om beelden te gaan bekijken om op scheidsrechterlijke beslissingen terug te komen (iets waar ik verschrikkelijk tegen ben) komt het me uitermate dom over om te stellen dat lijnrechters “maar assistenten” zijn. Een dergelijke degradatie verdienen lijnrechters die hun best doen en hun verantwoordelijkheid opnemen niet. Zeker niet van hun baas.