• Mijn vriend, Henry Smart

    De ster Henry Smart.jpgDe bekende Ierse auteur, Roddy Doyle, heeft duidelijk iets met trilogieën. Enorm genoten, heb ik van zijn zogenaamde Barrytown-trilogie (The Commitments, The Van en The Snapper), vooral dan van ‘The Commitments. (Jimmy zit voor eeuwig in mijn geheugen) Recent heb ik de jongste trilogie, nl. die over Henry Smart uitgelezen.

     

    De inhoud in een notendop: In ‘A star called Henry/De ster Henry Smart’ ontmoeten we Henry Smart die in de armoede in Dublin begin vorige eeuw zijn vader op een gewelddadige manier verliest, er alleen met zijn broertje op uitrekt en ook zijn broertje aan door armoede veroorzaakte ziekte moet afgeven. Hij komt dan terecht in het Ierse verzet bij de Paasopstand van 1916 en zal van af dan in dat kader in opdracht moordaanslagen plegen. Hij zal ook zijn vader wreken. Het boek eindigt met de vlucht van Smart voor zijn eigen opdrachtgevers.

     

    In ‘Oh, play that thing/De man achter Louis’ zoekt Henry zijn weg in Amerika en wordt een soort rechterhand van Louis ‘Satchmo’ Armstrong, nog voor die beroemd is. In Amerika vindt Smart ook zijn vrouw en dochter terug. En met zijn vrouw en kinderen trekken ze door de States als een soort ‘Bonnie en Clyde’. Bij het op een trein springen, verliest Henry niet alleen zijn been, maar ook zijn gezin. Uiteindelijk wordt Henry opgevangen door de filmregisseur Ford.

     

    En tot slot in ‘The death republic/De dode republiek’ zet Henry Smart na vele jaren terug voet op Ierse bodem. Ford wil immers het leven van Henry verfilmen. Uiteindelijk wordt Smart conciërge op een school en komt op bejaarde leeftijd opnieuw in aanraking met de vernieuwde generatie van Ierse vrijheidstrijders. Hij merkt dat er niet veel veranderd is. Aanslagen en tegenaanslagen. De nieuwe generatie behandelt hem als een soort trofee, de moedige oud-strijder van 1916.

     

    Er gaan stemmen op dat Doyle zich in de trilogie laatdunkend uitlaat over de Ierse vrijheidsstrijd en diegenen die deze strijd gestreden hebben. Ik ben het daar maar deels mee eens. Ten eerste is het een roman en geen biografie. Ten tweede, men moet daar ook eerlijk over zijn, kwamen de strijders van 1916 uit alle lagen van de bevolking en streden vaak met heel veel verschillende idealen of persoonlijke doelstellingen. En net dat komt zo goed uit de verf in de drie boeken. Ieder had wel zijn eigen redenen.

     

    Als geen ander slaagt Roddy Doyle er opnieuw in verschillende karakters te bedenken die met hun beide benen bij wijze van spreke in de Ierse turf staan, die zo door en door menselijk zijn. Ook situaties zijn vaak zeer herkenbaar. Zoals het personage dat pocht er in het GPO bij te zijn geweest, terwijl Smart de persoon in kwestie nog nooit heeft gezien. Ook emotionele scènes, zoals Smart bij het sterfbed van zijn, in ‘A star called Henry’, rivaal Ivan.

     

    Het is prachtig hoe Doyle diepmenselijke zaken verweeft met humor, fictieve situaties met maatschappijkritiek, enz. De drie boeken nemen je mee op de reis die Smart aflegt en gaandeweg word je vanzelf de vriend van Henry.

     

    Tot slot geef ik nog één raad mee. Lees aub de boeken alle drie en in de juiste volgorde. In het tweede en derde deel komen er immers verwijzingen naar ‘A star called Henry’. En als je ze niet na elkaar leest, weet je niet echt wat bepaalde citaten daar staan te doen en zou je de ‘pointe’ wel eens kunnen missen. Vermits je ze alle drie moet lezen, wil ik ook nog zeggen dat je je niet mag laten afschrikken door de hoeveelheid. Het gaat tenslotte over in totaal meer dan 1200 bladzijden. Maar je zal zien, je gaat daar zeer vlot door. Ik heb er alleszins met volle teugen van genoten en wens jullie hetzelfde.

  • De wijnkurk kwam van rechts

    norwayflagcandles.jpgAls je de media vandaag leest, zou een mens haast denken dat op de Vlaamse nieuwsredacties de champagnekurken knalden, toen men vernam dat Anders Behring Breivik een rechtse moslimhater was. Het was voor die redacties immers het sein om die gek te linken aan rechtse partijen in Europa, waaronder de mijne. De afgelopen dagen heb ik mezelf kunnen overtuigen er niets over te schrijven. Maar de ergernis heeft het alweer gewonnen van de rede.

     

    Naar aanleiding van het Noorse drama kopt De Standaard vandaag: “Rechts populisten in het defensief.” Dit komt dicht bij de ‘Selffulfilling prophecy”. De media doen niet anders dan vertellen dat het door dat soort ideologieën is dat het bloedbad mogelijk was en het zijn de media die die partijen steeds weer bevragen over een mogelijke link. Om dan te schrijven de rechtse partijen in Europa defensief verklaren dat ze er niets mee te maken hebben. Zo kan ik ook artikels schrijven.

     

    In het verlengde daarvan gaat de prijs voor de meest creatieve schrijver van vandaag naar Bart Brinckman. Ondanks het feit dat zijn commentaarstuk voor een deel een van de meest genuanceerde van de jongste dagen is, wringt hij de intellectuele waarde van zijn artikel de nek om met de zin: “Voorlopig lijken Dewinter en co niet in staat toe te geven dat hun denkbeelden Breivik een mentale infrastructuur hebben bezorgd waaruit zijn verziekte geest een dramatische conclusie kon trekken. De “mentale infrastructuur”. Hoe verzint hij het?

     

    Een collega van Brinckman, maakt het nog bonter als hij de zakmesjesgadget van het Vlaams Belang nog eens bovenhaalt en onrechtstreeks suggereert dat de mesjes aanzetten tot gewelddaden. Het is duidelijk: le ridicule ne tue pas. Ten eerste is het lemmet van die mesjes niet eens 2cm. lang. De geweldenaars mogen me gerust aanvallen. Met die twee cm. raak je niet eens door mijn speklaag. Ten tweede de journalist vergeet ook dat we met die gadget niet alleen aanzetten tot geweld, maar ook tot alcoholisme. In de gadget zit ook een kurkentrekker. Niet enkel de kogels komen blijkbaar van rechts, ook de wijnkurken. Te ver gezocht, zegt u? Eén van de grote verkiezingsoverwinningen van het toenmalige Vlaams Blok ontlokte één van onze kopstukken de uitspraak: “We moeten de PS van Vlaanderen worden.” Als dat niet aanzetten tot alcoholisme is, weet ik het niet meer.

     

    Is dit een stuk om het drama van Noorwegen in het belachelijke te trekken? Wie dat denkt heeft het heel slecht verstaan. Ik leef mee met de Noren, zoals elk weldenkend en normaal mens doet. Ook het feit dat het leeuwendeel van de slachtoffers zo jong zijn, maakt het quasi onmogelijk een woord te vinden dat sterk genoeg is om dit drama nog maar te beschrijven. Eén van de slachtoffers is 14, da’s amper twee jaar ouder dan mijn eigen dochter. Maak het maar mee als mama en papa.

     

    Dit misschien stuk, en het misschien wat cynische slot of titel, gaat enkel over mijn hoop dat de schrijverlaars in Vlaanderen ook doordrongen zijn van het dramatische aspect en het feit niets steeds – met de nodige intellectuele oneerlijkheid – aangrijpen om te gebruiken voor binnenlandse politieke aangelegenheden.

  • VRT: SP.a is baas in de Vlaamse regering

    Lieten-De Preter.jpgGirlpower. Zoveel is duidelijk als we naar de nieuwe beheersovereenkomst van de VRT kijken. Sandra De Preter (CEO VRT) en Vlaams minister Ingrid Lieten hebben alles binnengehaald wat ze maar wilden. Waar waren de CD&V- en N-VA-ministers toen deze beheersovereenkomst op de Vlaamse regering werd besproken? Even gaan plassen?

     

    Zo lijkt het wel. Alle desiderata zijn gehaald. Na de zware besparingsronde wilde de VRT meer geld. En ondanks de besparingen en de extra belastingen die elke Vlaming voelt, wordt de basisdotatie verhoogd met 18 miljoen euro. Daarbovenop mogen ze nog eens 6,5 miljoen extra sponsoring uit de markt halen. Kwestie van de commerciële omroepen (die reclame als enige bron van inkomsten hebben) extra pijn te doen. Door dit toe te staan bewijst Lieten dat ze geen minister van Media is, maar louter en alleen minister van de VRT. En waar zit de CD&V? Vergis ik me nu, maar ik heb de mediaspecialist van die partij horen verklaren dat de dotatie in de buurt van de huidige dotatie moest liggen. Dit is behoorlijk hoger. De VRT kan nu jaarlijks op meer dan 21 miljoen extra middelen rekenen. De ‘tering naar de nering zetten’ bij de VRT was dus maar van zeer korte duur.

     

    De VRT mag ook een derde net starten om Canvas en Ketnet te ontdubbelen. Hallo, CD&V en N-VA? Schreven jullie niet in een resolutie dat dit enkel kon na een onderzoek naar de haalbaarheid, wenselijkheid en betaalbaarheid van zo’n derde net? Waar zijn de objectieve bewijzen dat het haalbaal en betaalbaar is? Flink laten rollen door de SP.a, zeg ik dan. En zo’n derde net is trouwens overbodige luxe. Kijk maar eens naar de +zenders van de VRT. Daar zie je het overgrote deel van de tijd de tekst “Geen uitzending”. Wat gaan ze dan op het derde net brengen? De VRT zegt het zelf… herhalingen van de laatavonduitzendingen van Canvas. Is daarvoor een derde net nodig? Neen, het enige doel is de commerciële zenders de duivel aandoen en hun marktaandeel veiligstellen. Concurrentie aan andere omroepen aandoen, is m.i. niet de taak van een openbare omroep.

     

    Ook de streefcijfers voor voor allochtonen zowel op als achter het VRT-beeldscherm vallen slecht bij mijn fractie. Dergelijke cijfers leiden altijd tot discriminatie. Of men het nu positieve discriminatie noemt of iets anders. Discriminatie blijft discriminatie en de Vlaming is de dupe van dit ostracisme.

     

    Daar waar het Vlaams Belang altijd gepleit heeft voor het focussen op de kerntaken, gaat nu de Vlaamse regering diezelfde kerntaken van de VRT uitbreiden. Zo mag de VRT onder het credo ‘vrijheid-blijheid’ zich vol smijten op het internet. De geschreven media zullen het graag horen.

     

    Kortom, voor het Vlaams Belang is dit de beheersovereenkomst van de schande. Er wordt in niets rekening gehouden met de standpunten van het Vlaams Parlement (waarom al dat werk dat we gestoken hebben in hoorzittingen, resoluties…?), de markt wordt zwaar verstoord (zo jaag je de Vlaamse omroepen in buitenlandse handen), de belastingbetaler mag opdraaien voor een duurdere VRT,… Dit is duidelijk niet de beheersovereenkomst van de Vlaamse meerderheid. Dit is de beheersovereenkomst van de SP.a. Wie nog twijfelde wie er op het Martelarenplein en op de Reyerslaan baas is, weet het nu wel.

  • Elsschot – Vic van de Reijt

    elsschot.jpgHet politieke reces is een uitgelezen (flauwe woordspeling) moment om wat bij te lezen. Gedurende het politieke jaar is daar immers niet steeds de tijd voor en stapelen de aangekochte boeken zich op. Mijn eerste recesboek heb ik alweer achter de kiezen. Welk? Elsschot, leven en werken van Alfons De Ridder van Vic van de Reijt.

     

    Wat mij betreft een zeer waardevolle biografie over een van de grootste schrijvers van de Nederlanden. Het is immers niet de zoveelste biografie in rij. De auteur heeft de ondertitel “Leven en werken van Alfons De Ridder” zeer bewust gekozen. van de Reijt combineert in de biografie immers drie belangrijke aspecten van De Ridder. De Ridder als reclameman, als ‘Pater Familias’ en als Elsschot. De biograaf heeft dan ook het zakelijk archief van De Ridder uitgebreid bekeken.

     

    En vermits de hij zeer chronologisch tewerk gaat, worden de drie aspecten zeer mooi in elkaar verweven. Prachtig is het om te zien hoe de familieman de zakenman beïnvloedt, hoe de zakenman met de auteur omgaat en hoe de schrijver de familieman (bv. Pensioen) en zakenman (bv. Lijmen) in zijn boeken tot zijn recht laat komen. Enzovoort.

     

    Evenzeer fascinerend is hoe vaak toeval er alsnog voor gezorgd heeft dat De Ridder een schitterende literaire carrière heeft kunnen neerzetten en hoe één gedicht eigenlijk een einde heeft gemaakt aan al dat moois. Wat dat betreft roept het herinneringen op aan de Antwerpse volksgroep De Strangers. Of hoe er in dit land eigenlijk weinig veranderd.

     

    Maar de biografie is alleszins een boek dat elke Elsschot-liefhebber moet gelezen hebben. Ook al zullen de grootste aanbidders van Elsschot, zeker in de Vlaamse Beweging, het niet volledig met me eens zullen zijn. Immers de kleine kantjes van De Ridder komen, ondermeer door het doorwaden van zijn zakelijk archief, zeer uitdrukkelijk aan bod. Het boek belicht immers de mens De Ridder. En een mens is maar een mens. Kortom, van de Reijt legt op een magistrale wijze het spanningsveld tussen “Boorman” en “Laarmans” in De Ridder bloot.

     

    Het lijkt me dan ook best dat deze biografie samen gelezen wordt met andere werken over Willem Elsschot. Maar als je een genuanceerd beeld wil hebben, lijkt me dit werk in het geheel van al wat er al is verschenen onontbeerlijk. 

     

    Vic van de Reijt – Elsschot, Leven en werken van Alfons De Ridder, Athenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2011

  • Vlaams republikeins front

    11 juli 2011.jpgBart De Wever heeft terecht de nota Di Rupo afgeschoten. Een meer dan logische beslissing. De nota zorgt er voor dat de Vlaming nog meer moet betalen aan het Zuiden van het land dan nu al het geval is. In ruil wordt de tweetaligheid in Brussel afgeschaft en maakt Di Rupo van Brussel een volledig Franstalige stad. Als klap op de vuurpijl krijgen de inwoners van de zes faciliteitengemeenten inschrijvingsrecht in Brussel. Met andere woorden de uitbreiding van Brussel zou de facto een feit worden.

     

    Maar zoals ik al zei. Bart De Wever blijft met koudwatervrees zitten. Nog steeds is hij bereid deel te nemen aan een Belgische regering. Nochtans heeft het afgelopen jaar (en ook de voorgaande jaren) voldoende aangetoond dat er geen federale regering meer mogelijk is. Bart moet zijn koudwatervrees overwinnen en kiezen voor de enige juiste oplossing, de ordelijke opdeling van België. Hij moet kiezen voor wat er in het N-VA-programma staat, nl. de onafhankelijke Vlaamse republiek.

     

    En is er geen mooiere dag om die keuze te maken dan 11 juli? Want het is duidelijk dat België geen toekomst meer heeft. België is een stuk van ons verleden. Waarom nemen we in het Vlaams Parlement niet zelf het heft in handen. Om de woorden van Gaston Geens te parafraseren: “Wat we zelf doen, doen we beter.” Het Vlaams Parlement moet de Vlaamse toekomst in eigen handen nemen en een soevereiniteitsverklaring opstellen. Dan is de splitsing een feit en kunnen de Franstaligen niets anders meer dan te onderhandelen over de effectieve boedelscheiding. Laten we hopen dat Bart De Wever (en ook de N-VA) na een eerste logische beslissing ook dat enige logische besluit maakt. Vlaanderen onafhankelijk. Op naar een Vlaams Republikeins Front.

  • Ik dans wel met mezelf

    ik dans wel met mezelf.jpgBart De Wever (en ook de N-VA) heeft vandaag de nota Di Rupo verworpen. Hoewel,… hij heeft de nota afgebrand, en in niet mis te verstane woorden. Moeten we nu applaudisseren? Hij houdt het been stijf. Maar wat schieten we ermee op. Bart verweet ons, het Vlaams Belang dat we aan de zijlijn stonden te roepen en daarmee niets verwezenlijkten. De Wever zet zichzelf (en ook de N-VA) nu voor de derde keer uit eigen beweging aan de zijlijn.

     

    Is dit fout? Neen. Maar als we iets willen verwezenlijken, moeten we er wel iets mee doen. Namelijk consequent en zeer duidelijk kiezen voor het onafhankelijk Vlaanderen. Kiezen voor de opdeling van België. Het boek van mijn goede vriend Gerolf Annemans kan hiervoor als leidraad kiezen. Maar dat is net het probleem. De Wever (en ook de N-VA) maakt ook nu die klik niet. Want wees nu eerlijk, verkiezingen lossen niets op. Nu is het toch overduidelijk dat Robert Houbens woorden aan het uitkomen zijn. Houben zei immers dat Vlaanderen niet onafhankelijk zou worden door een of andere stoere verklaring, maar door het feit dat er geen federale regering meer gevormd zou kunnen worden.

     

    In plaats van die kans te benutten, kiest Bart De Wever (en ook de N-VA) ervoor om –naar het voorbeeld van De Kreuners - (hopelijk voorlopig) met zichzelf te dansen. Soms leuk maar na een tijd gaat het vervelen en wordt het potsierlijk.

  • Aida en de pluchen olifant

    aida.jpgAfgelopen vrijdag ben ik nog eens naar de Vlaamse Opera geweest. De verwachtingen waren hoog gespannen, want er stond een klassieker op het programma: Aida van Verdi. Resultaat: het zal weer een tijdje duren eer ik nog eens een voorstelling zal bijwonen.

     

    Ik heb nochtans begrip voor het feit dat niet alle opera’s kunnen uitgevoerd worden zoals ze destijds zijn geschreven en dat een en ander een fris kleedje aangepast mag worden. ‘De Schelde van Peter Benoit kan qua kostenplaatje ook niet meer uitgevoerd worden zoals oorspronkelijk geschreven. Ik begrijp dat ze afgelopen vrijdag geen levende olifant op het toneel hebben gezet. Maar Ramadès ten strijde laten trekken met een kleine pluchen olifant??? Een beetje belachelijk, me dunkt. En wat te vertellen van het decor? Een witte kooi met één rode sofa. Dat was het dan. Het koor zat verstopt achter de witte kooi. Eén keer krijgen we het koor te zien als de witte wand openschuift. Het koor in zwarte banken die als een politburo bij een 1 mei-stoet in Moskou alles aanschouwen. Potsierlijk. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

     

    Of hoe een regisseur en een decorbouwer een hele sfeer naar de knoppen kunnen helpen. En eigenlijk had ik het moeten weten. “Zo hoort het tegenwoordig in de moderne opera”, wordt me dan meegedeeld. Zo heb ik ooit Turandot van Puccini moeten aanschouwen met als decor een reusachtige zwarte keukenstoel en iedereen gekleed in een beige impermeabel. En dan te weten dat bij die opera zo’n prachtige kostuums hoorden. Of Il Trovatore. Het decor… een reusachtig hoofd van een babypop…

     

    Kortom, ik kan het best hebben dat men wat praktische zaken verandert om een opera te kunnen uitvoeren, maar op de duur is niets meer heilig. Op den duur is er geen respect meer voor de componist/schrijver van het kunstwerk. De volgende stap is dat ze de teksten en muziek nog gaan aanpassen. Wie weet gaat men nog een stevige beat onder de aria ‘Celeste Aida’ steken.

     

    Noem me traditioneel, conservatief,… eender wat,  maar van het Antwerps stadhuis, hét eerste voorbeeld van Lage Landen-renaissance, ga je toch ook niet afbreken om er een functioneel gebouw van te maken in de vorm van een A. (Hoewel, ik wil Janssens niet op ideeën brengen.) Dus geef mij maar de ‘old school’ opera’s.

  • VB heeft nut en Vlaamse meerderheid hangt met haken en ogen aan elkaar

    Vlaams-Parlement-Plenaire-vergadering.jpgHet was me wat, die woensdagnacht in het Vlaams Parlement. Ik schrijf dit stuk nadat ik inmiddels ook de meeste commentaren op de gebeurtenissen heb gelezen. Waarover gaat het? CD&V (en deel) en SP.a keurden een nieuw kiesdecreet goed waarmee het aantal provincieraadsleden wordt gereduceerd en waaruit het invoeren van een kiesdrempel op verzoek van het Vlaams Belang is verdwenen. Het Vlaams Belang leverde in ruil de nodige tweederde meerderheid.

     

    De commentaren achteraf waren opvallend. Het Cordon Sanitaire was geschonden, de N-VA speelde onder één hoedje met de fascisten, het was een slecht decreet op voorhand,…

     

    Wat ik quasi nergens lees of hoor, is het volgende. Het Vlaams Belang heeft wel degelijk nut en is een volwassen partij. Want, de VLD wilde de tweederde niet leveren. Wij wel, op voorwaarde dat de kiesdrempel uit het decreet ging. Daar werd voor gezorgd, dus hield ook het Vlaams Belang woord. Dat nieuwe partijen niet met een kiesdrempel worden geconfronteerd is dus een verwezenlijking van het Vlaams Belang (NUT). En we zijn een partij die zijn woord houdt. Een gemaakte afspraak is een gemaakte afspraak (VOLWASSEN)

     

    Twee, er is een enorme verdeeldheid in de Vlaamse regering en er is een diepe verdeeldheid binnen de CD&V. Het was woensdagnacht duidelijk dat de N-VA het stilaan gehad heeft met de oekazes van de SP.a. De kiesdrempel was enkel een verzoek van de SP.a. Toen die drempel dankzij het Vlaams Belang eruit ging, werd er geopperd dat de meerderheid tegen het eigen decreet van minister Bourgeois moest stemmen. Dat was er voor Bart De Wever teveel aan. Ik heb hem nog nooit zo zien hameren op het feit dat er gestemd moest worden. Wat ook de gevolgen voor de meerderheid zouden zijn... Als men moe is, is men blijkbaar eerlijker. De N-VA is de SP.a in de Vlaamse regering kotsbeu en zou ze liever inruilen voor een ander.

     

    Blijft er nog de verdeeldheid in de CD&V. Daar weten ze het niet zo goed. De meesten hebben de traditie om te blijven regeren ook al hangt de regeringsploeg met haken en ogen aan elkaar. ‘Zich kapot regeren’ is die club niet vreemd. Voor anderen was het verzoek om tegen het eigen decreet te stemmen ook een brug te ver. Sommigen wilden de kiesdrempel, anderen niet. Bij koorddansen is evenwicht cruciaal. Een verkeerde beweging en ge tottert naar beneden. Dat was het geval bij de CD&V die nacht.

     

    Hoe moet het nu verder? Spijtig genoeg zit er veel waarheid in het spreekwoord: “De soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend.” Intussen is iedereen uitgerust en afgekoeld en zal deze regering nog wel wat voortdoen. Een heel slechte zaak voor Vlaanderen. Deze ploeg heeft nood aan verse zuurstof. Maar het is tijdelijk. Op dus naar het volgende incident.