• Help me, Bart De Wever

    Bart De Bever.jpgWie had het ooit kunnen denken? Bart De Wever kan een bijdrage leveren aan mijn mentale gezondheid. Met veel plezier heb ik zijn column “zorg voor onderwijs: van alle tijden” in De Standaard van vandaag gelezen. En ik ben het in grote lijnen met de inhoud eens. Het komt er in zijn column eigenlijk op neer dat onderwijs, dat opvoeding onmogelijk is zonder het aanwenden van gezag. Daarmee gaat hij regelrecht in tegen minister Smet die enkel geïnteresseerd blijkt in het aanpassen van het onderwijs aan de kinderen. En om een en ander kracht bij te zetten citeert hij Bint, uit de gelijknamige roman van Borderwijk. (Dank voor de lectuurtip, Bart.) Daarin zegt schooldirecteur Bint: “Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt.” Nu, Bart gaat niet zo ver om dat volledig te onderschrijven (ik ook niet trouwens). Hij stelt wel dat de waarheid waarschijnlijk in het midden ligt, maar dat de bijsturing eerder in de richting van Bint moet dan in de richting van Smet. Inderdaad.

     

    Hoe kan Bart nu een bijdrage leveren in mijn mentale gezondheid? Wel, door dergelijke zaken ook eens een keer in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement te komen vertellen. Want zulke zaken hoor je daar niet. Ook niet uit de monden van de vertegenwoordigers van de N-VA. De onderwijscommissie, en ik kan wat vergelijken, moet zowat het meest politiek-correcte clubje van het hele parlement zijn, waar Orwelliaanse newspeak standaardtaal is. Buiten de politiek-correcte lijntjes kleuren wordt er op gekreun en gezucht onthaald waarbij een volgende spreker onmiddellijk laat weten dat ze niet eens WIL reageren op de “buiten-de-lijntjes-kleurder”. Schitterende debatten zijn het daar.

     

    Hoewel, Bart hoeft het niet eens zelf te komen doen. Ik weet en respecteer dat hij een drukbezet man is. Maar dat hij dan op zijn minst zijn N-VAers in die commissie diets maakt dergelijke meningen wel degelijk te uiten in plaats van mee te lopen in de wedstrijd voor de titel van “meest politiek-correcte commissielid”. Waarvoor mijn dank.

  • Ze werken voor jou

    Vlaams Parlement.jpgOp 26 september a.s. komt er een nieuwe website online, nl. www.zewerkenvoorjou.be. Op de site gaan drie ex-onderzoekers van de UA nagaan welke parlementsleden hun job naar behoren vervullen en welke er met de pet naar gooien. Toen ik het pas las, was ik laaiend enthousiast. Iedereen die me kent of die me wat volgt, weet dat ik van dat soort onderzoeken helemaal geen schrik moet hebben. Van mij mocht dit al twee jaar geleden ingevoerd worden. Ik hou wel van wat gezonde competitie.

     

    Na een nachtje slapen en een reflectiemoment, ben ik nog steeds pro – iets is beter dan niets – maar ben ik toch minder enthousiast. En dit om twee zaken: hoe is dit meetapparaat samengesteld en wat zullen de reacties van de parlementsleden zijn?

     

    Laten we met het eerste beginnen. Dat ligt me als socioloog na aan het hart. Ik vraag me af of er genoeg wegingsfactoren zijn opgenomen. Ik geef een voorbeeld. De onderzoekers gaan ook de aanwezigheden in commissie opvolgen. Maar geen enkel parlementslid is hetzelfde. Zo zijn er parlementsleden die vast lid zijn van één commissie. Die kunnen met de vingers in de neus hun 100% aanwezigheid halen. Maar wat doe je met leden die door omstandigheden of door de grootte van hun fractie genoodzaakt zijn vast lid te zijn van vier commissies. Voor de laatste categorie is het quasi onmogelijk om 100% aanwezigheid te halen. Zo worden eigenlijk de hardere werkers gestraft. Houdt het onderzoek daar rekening mee?

     

    Ze gaan ook het aantal gestelde vragen monitoren. Heel goed, maar geen enkele vraag is dezelfde. Er zijn vragen waar je echt het beleid mee doet bijsturen, er zijn vragen die zelfs mijn 10-jarige zoon zou kunnen stellen. (Niet dat het gene slimme is, dat is hij zeker wel, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel.) Wordt ook dat in rekening gebracht in het onderzoek? En zo kan ik nog wel wat voorbeelden aanhalen die moeilijk zijn om in een dergelijk onderzoek op te nemen. Het perfecte onderzoek bestaat immers niet.

     

    Maar het laatste voorbeeld laat me naadloos aansluiten bij mijn tweede opmerking: wat gaat het effect zijn in het parlement zelf? Ik kan me er iets bij voorstellen. Sinds elke legislatuur een paar kranten het “rapport van de parlementsleden” brengen, is er een ware “streepkescultuur” ontstaan. Elke vraag, elk initiatief, hoe weinigzeggend, hoe inhoudsloos ook, zal het aantal opkrikken. Nu al is het quasi een sport geworden om een schriftelijke vraag zo op te stellen dat je ze aan alle ministers kan indienen. Resultaat: met één klein initiatief 9 “streepkes”. Ik denk dat de lancering van deze website zeker zal leiden tot meer werk voor de medewerkers. Die zullen uit elke krant een X-aantal vragen of initiatieven moeten distilleren. Interessant of niet, voldragen of niet, … “streepkes” halen wordt de boodschap. En als dat gebeurt, schiet dit mooie initiatief zijn doel volledig voorbij. Meer nog, dan haalt dit onderzoek het niveau van het parlement naar omlaag.

     

    Maar soit, zoals ik al zei, ik blijf het initiatief eerder genegen al zal het model al snel op wat tekortkomingen stoten en negatieve gevolgen genereren. Maar iets is beter dan niets om de kiezer eindelijk eens te informeren over wat we daar nu allemaal uitsteken.