De (Vlaamse) traumatische Beweging

Psychiater.jpgDoor hun wezen en vooral door de media-aandacht die ze genereren, zijn Vlaams-nationale partijen steeds de speerpunt van de Vlaamse Beweging geweest. Het zijn bovendien stuk voor stuk partijen die succesvol zijn of waren. Maar de trauma’s die deze partijen met zich meedragen zorgen er telkenmale voor dat het succes niet bestendigd kan worden.

Het begon allemaal met de Volksunie. Toen deze partij succesvol was, kwam ze aan een kruispunt in haar bestaan. De zuivere ideologische lijn inzake communautaire thema’s aanhouden of met het grote aantal vergaarde kiezers deelnemen aan de macht en één van haar pijlers naar de achtergrond sturen. Het werd het eerste. Het Egmontpact was de catharsis waarbij de Vlaamse Beweging zich tegen de VU begon te verzetten. En partijpolitiek veel belangrijker, het was het moment dat Karel Dillen de VU met heel wat medestanders verliet en enkele jaren later het Vlaams Blok boven de doopvont hield. Het VU-trauma was geboren.

Karel Dillen en het Vlaams Blok waren door dit trauma doordrongen. “In de wijn van ons partijprogramma, wordt geen druppel water gegoten,” is een zin die tot treurnis toe in Vlaams Blok-toespraken en -teksten voorkwam. Deze koers kon lang aangehouden worden. Mede geholpen door het Cordon Sanitaire – dat door Karel Dillen ooit de levensverzekering van het Vlaams Blok werd genoemd. Maar toen het Vlaams Blok/Belang piekte naar 25% gingen er in de partij stemmen op om toch maar iets te doen met dat miljoen kiezers dat behaald werd. Volgens sommigen in de partij diende er zich een nieuwe koers aan. Een koers die zou leiden tot aanvaarding en uiteindelijk tot machtsdeelname. Ondermeer het oude VU-trauma dat in de geesten van vele Vlaams Belangers vastgeklonken was, zou er voor zorgen dat er niets aan de koers van het Vlaams Belang zou veranderen. Met het gekende schisma als gevolg. Ook de kiezers zouden uit metaalmoeheid (altijd VB kiezen en geen concreet resultaat zien) de partij stilaan de rug toekeren.

Binnen de Vlaamse Beweging was er inmiddels een andere Vlaams-nationale partij opgestaan. Een bescheiden partijtje dat luisterde naar de naam N-VA. De kopstukken van die partij aanschouwden met ongeloof het Griekse drama dat zich bij de concullega’s afspeelde. Mét effectief ongeloof, want ‘niets kon het VB vloeren tot ze het zelf deden’, zoals Filip Dewinter het verwoordde in GVA. Kortom, het Vlaams Belang-trauma nestelde zich in de hoofden van de leiding van de N-VA. En in mei 2014, werd Bart De Wever’s ergste nachtmerrie werkelijkheid. Een nooit door een Vlaams-nationale partij behaald stemmenaantal, maar toch niet ‘incontournable’ voor regeringsdeelname. De partij zag zich plots geprangd tussen de twee ontstane trauma’s. De zuiverheid van het partijprogramma en aan de kant gaan staan. Met als risico dat die massa kiezers onmogelijk deze keuze zouden begrijpen en afhaken. Of gaan voor de machtsdeelname en de communautaire eisen voor onbepaalde tijd naar de koelkast verwijzen. Met als risico dat er een ontevredenheid zou smeulen bij de Vlaams-nationale achterban.

Na bijna twee en een half jaar machtsdeelname is de smeulende ontevredenheid intussen ontvlamd in een eerste brandje. ‘L’histoire se répète,’ moet historicus Bart De Wever de afgelopen dagen hebben gedacht. En het is moeilijk in te schatten of het intussen gebluste brandje niet opnieuw zal oplaaien. Want de Vlaamse Beweging heeft nu twee martelaren en het VU-trauma-bis nestelt zich in vele hoofden.

De vraag die zich nu stelt, is of deze opeenvolging van trauma’s die telkenmale leiden tot Vlaams-nationale drama’s ooit zal doorbroken worden. De persoon of partij die daarin slaagt zal zich verheffen tot een monument van de Vlaamse Beweging.

De commentaren zijn gesloten.