boeken

  • De zaak Magritte - Toni Coppers

    coppers, magritte, misdaadroman, magrittejaar 2017In het kader van het Magrittejaar 2017 heeft de inmiddels bekende misdaadauteur Toni Coppers - op verzoek van de erven Magritte - het boek ‘De Zaak Magritte’ geschreven.

    De voormalige politiechef Alex Berger wordt door zijn oud-collega’s betrokken in een moordonderzoek waarbij een briefje met de woorden ‘ceci n’ est pas un suicide’ wordt achter gelaten. De moordenaar blijkt John Novak te zijn. De man die door een verlengd verhoor ervoor zorgde dat Berger niet in Parijs was wanneer zijn vrouw bij de terroristische aanslagen werd vermoord.

    En Coppers doet weer waar hij bijzonder sterk in is. Namelijk het typeren, karakteriseren, uittekenen van zijn personages. Berger die zwaar depressief door de moord op zijn vrouw bijna louter belust op wraak op zoek gaat naar de moordenaar. Prachtig ook hoe de auteur de nachtmerries van Berger, zijn drankprobleem en angstaanvallen beschrijft. Kortom, esthetische tragiek.

    Op een subtiele en mooie wijze laat de auteur het werk en leven van Magritte aan bod komen. Bij het lezen van de achterflap en het begin van het boek zou je denken dat enkel de briefjes met ‘ceci n’est pas un suicide’ de voornaamste link met Magritte is. Niets is minder waar. Er passeert heel wat meer en belangrijkere symboliek van de schilder. Soms heel subtiel, dan weer heel expliciet.

    Ook de wending op het einde van het boek is niet te versmaden. Je wordt als lezer meegenomen naar een soort logisch einde. Om dan vast te stellen dat eigenlijk niets is wat het lijkt. Sterk.

    Is dit boek te vergelijken met zijn Liese Meerhout-reeks? Wat mij betreft, geenszins. Af en toe kan je een paar vergelijkingen maken tussen Berger en Masson. Maar al snel zie je dat die vergelijkingen behoorlijk mank lopen. Dit is immers een (voorlopig?) eenmalig werk van Coppers. En het is duidelijk dat Coppers van de vrijheid heeft genoten om totaal nieuwe personages uit te schrijven.

    Het toont alleszins aan dat Coppers een sterk verteller en schrijver is, met heel veel aandacht voor details. Om ‘De zaak Magritte’ te beoordelen in Facebooktaal: “Vind ik leuk.”

  • In het water - Paula Hawkins

    1837026.jpgIk denk dat Paula Hawkins zelf wel besefte dat het moeilijk zou worden om het niveau van ‘Het meisje in de trein’ te evenaren. Niet zozeer wat verkoopcijfers betreft, dan wel inzake de ‘doorwerktheid’ van het boek.

    Wat suspense en verhaal betreft is ‘In het water’ zeker een waardige opvolger. Het is een boek dat je met tegenzin opzij legt. De geheimdoenerij over de ‘verdrinkingspoel’, de zoektocht naar de ware redenen van de dood van Nell, Katie en de andere vrouwen, de herinneringen van de verschillende personages zijn allemaal elementen die je aan het boek gekluisterd houden.

    Net als in de vorige kiest Hawkins in deze roman ervoor het verhaal te vertellen vanuit het oogpunt van de belangrijkste personages. Maar het zijn er veel. Als je uitgever een kaartje bij het boek voegt met de verschillende personages en hun respectievelijke relaties, is dat niet echt een blijk van vertrouwen in de duidelijkheid van het verhaal.

    ‘In het water’ lijkt ook niet echt een hoofdpersonage te hebben. Is dat Lena of Jules? Of misschien toch Sean? En dat zie je ook aan het uitwerken van de karakters. Rachel is in ‘Het meisje in de trein’ tot in het kleinste detail uitgewerkt. En dat mis ik wel een beetje bij Lena, Jules en de anderen.

    Het is begrijpelijk dat als je een meesterwerk hebt geschreven zoals ‘Het meisje in de trein’, het moeilijk is om dit te evenaren. En waarschijnlijk komt daar dan ook nog de druk van de uitgeverij bij. Die willen dan zo snel mogelijk opnieuw een bestseller. Money makes the world go around, weet je wel. Maar als auteur boet je onverbiddelijk aan kwaliteit in als je je een deadline oplegt. Misschien een goede raad aan Lize Spit na het schrijven van ‘Het smelt’: laat je niet opjagen en neem je tijd voor je tweede boek. Je hebt er als auteur enkel maar bij te winnen. Vergeet tenslotte niet dat de grootste schrijver ooit, Willem Elsschot, in zijn hele leven amper 11 romans heeft geschreven.

  • De zomer van de doden - Toni Coppers

     

    zomer.jpgMet de publicatie van ‘De zomer van de doden’ is Toni Coppers inmiddels aan zijn twaalfde misdaadroman toe. Pff, een zoveelste misdaadverhaal zal u zeggen? OK, het is waar dat Vlaanderen heel wat misdaadauteurs rijk is. Alsof een hele generatie beslist heeft om in de voetsporen van Georges Simenon te treden. Vandaag heb je immers Luc Deflo, Pieter Aspe, Stan Lauryssens, enz. Vaak hoor je dan dat er maar één verschil is, namelijk de plaats waar het verhaal zich afspeel. In het geval van de vermelden is dat dan Antwerpen, Mechelen, Brugge en Brussel. Maar met een dergelijke opmerking doet men Toni Coppers oneer aan.

    Coppers is meer een romancier, dan iemand die thrillers of ‘whodunits’ schrijft. Je merkt dat niet alleen in zijn vorige boeken, maar meer dan ooit in dit verhaal. De wijze waarop hij het in dubio verkerende, getormenteerde personage van Michel Masson neerzet, getuigt van een immense zorg die de auteur besteedt aan de personages in de Liese Meerhout-reeks. Niet alleen voor de hoofdpersonages, ook voor de – wat oneerbiedig uitgedrukt - bijrollen. Ook bij de Italiaanse politiecommissaris - die naar alle waarschijnlijkheid enkel in dit boek zijn opwachting zal maken – worden delen van zijn aard en karakter mooi in de verf gezet.

    Een zelfde zorg wordt besteed aan plaatsen, gebouwen,… In dit geval het stadje Bolsena en de crypte waar het lijk van een Antwerpse man wordt gevonden. Het maakt dat je als lezer in de misdaadromans van Coppers écht aanwezig bent. Je loopt als het ware als een onzichtbare derde mee met Masson en Meerhout. Een schrijver die dat kan verwezenlijken, mag over zijn werk meer dan tevreden zijn.

    Waarover gaat ‘De zomer van de doden’ nu precies? Wel,… Dat moet je zelf maar lezen.

    Toni Coppers De zomer van de doden Manteau 320 blz.

  • De Bekeerlinge - Stefan Hertmans

    boek, bekeerlinge, hertmansRecent werd Stefan Hertmans met de Engelstalige versie van zijn boek ‘Oorlog en terpentijn’ op de longlist voor de prestigieuze prijs ‘Man Booker International’ geplaatst. Tot mijn grote scha en schande moet ik bekennen dat dit het eerste boek was dat ik van Hertmans gelezen heb. Het thema sprak me zo enorm aan. Een roman geschreven op basis van de schriftjes van zijn grootvader die de ontberingen aan het IJzerfront had ondergaan. Het is dan ook meer dan een roman. Het is evenzeer een historische tocht langsheen het IJzerfront, maar op een moderne manier neergeschreven. Het verhaal is hard en onverbloemd, maar het grijpt de lezer naar de keel.

    Als fan van historische romans, heb ik nu ‘De Bekeerlinge’ van Stefan Hertmans gelezen. Weliswaar met enige scepsis. Immers, zou de auteur zijn vorige prestatie kunnen evenaren? Het antwoord is volmondig: ja. Alleen al het opzoekingswerk dat er aan dit boek vooraf is gegaan, kan je enkel als indrukwekkend bestempelen. Over de ‘proseliete van Monieux’ is wel wat historisch wetenschappelijk werk gepubliceerd. En het leven van Hamoutal is een zaak waarover Joodse wetenschappers nog niet helemaal uit zijn. Dat zorgt voor een constante fascinering bij het lezen. Het is bewonderenswaardig als je zoiets kan neerschrijven.

    Hertmans neemt ons mee met Vigdis Adelaïs, afstammeling van Noormannen uit Rouen. Door haar liefde voor een Joodse man, vlucht ze met hem weg en metamorfoseert ze tot de proseliete Hamoutal. Haar hele verhaal is er één van vlucht, ontbering en verdriet. En vooral één van eenzaamheid. Ik vond – ondanks de fijne toespelingen van de auteur richting Proust – heel wat gelijkenissen terug tussen Vigdis en Gretchen uit Goethe’s Faust. Maar dat kan aan mij liggen.

    De afwisseling tussen het verhaal en de bedenkingen van de auteur die in de 21ste eeuw opzoek gaat naar de sporen van deze 11de-eeuwse vrouw, maakt dat je vaak niet eens het onderscheid kan maken tussen verhaal en historische feiten. Dus ook hier weer, het is meer dan een roman.

    En tot slot, nog één opmerking. Hertmans heeft de gave om zaken nog écht te beschrijven. Of het nu de gevoelens van een personage zijn, of een stuk van de natuur waar de twee geliefden de nacht doorbrengen, of iets anders,… De auteur brengt het met zijn beschrijvingen prachtig tot leven. Velen vinden dit ‘Old School’ in de literatuur. Ik hou er nog steeds erg veel van. Topboek, dus.

  • Johan Cruijff: Mijn verhaal

    Cruijff.jpgHet is een bestseller, maar ik vrees dat er veel lezers van een kale reis zijn teruggekomen na het lezen van “Johan Cruijff, mijn verhaal.” Dat heeft al veel te maken met de schrijfstijl van de persoon die het verhaal van Cruijff heeft neergepend. Laten we zeggen dat deze autobiografie zich niet echt vlot laat lezen.

    Wie het boek louter heeft gekocht om de levenswandel van Johan Cruijff te leren kennen, is er ook aan voor de moeite. Nadat je voor de vijfendertigste keer hebt gelezen dat hij steeds gelijk heeft gehad en de meeste anderen de bal faliekant missloegen, begin je wel je wenkbrauwen te fronsen. Evenzeer is een langgerekt laudatio ter eer en meerdere glorie van de Cruijff Foundation.Lezers met slechts een matige voetbalkennis? Begin er niet aan. De uitleg waarom het Nederlandse totaalvoetbal het beste ooit was en een 4-3-3 het beste spelsysteem in het voetbal is, zal u als Chinees overkomen.

    Kortom, deze biografie staat in schril contrast met de wervelende voetbalstijl van de bekendste nummer 14 ter wereld.

  • Het verloren koninkrijk

    Orangisme.jpgMet ‘Het verloren koninkrijk – Het harde verzet van de Belgische Orangisten tegen de revolutie 1828-1850’ heeft historica/emeritus Els Witte een behoorlijk verdienstelijk boek geschreven. Verdienstelijk op heel wat vlakken. We kunnen er immers niet om heen dat de kennis over de ‘Orangistische beweging’ zowel in Rijksnederland als hier eerder beperkt is. Het feit dat de geschiedenis steeds geschreven wordt door de ‘overwinnaar’ is daar niet vreemd aan. Het Orangisme heeft altijd de naam gehad een eerder marginaal fenomeen te zijn geweest na de muiterij van 1830. Evenzeer een fenomeen dat beperkt zou zijn geweest tot enkele grote steden, zoals Antwerpen en Gent.

    Niets is minder waar. In haar boek toont Witte aan dat het Orangisme behoorlijk verspreid was over de hele zuidelijke Nederlanden. Evenmin een marginaal fenomeen, maar een te duchten tegenstander voor de nieuwe staat België en koning Leopold. De repressie die steeds dient te worden opgevoerd tegen de Orangisten, de inperking van de vrije meningsuiting – toch een van de steeds bejubelde paradepaardjes van de nieuwe staat – tonen aan dat de nieuwe leiders van België vaak de handen vol hadden met de beweging die naar restauratie streefde. Witte toont de lezers ook de vele kansen die de Orangisten hadden om het Koninkrijk der Nederlanden te herstellen, maar die teniet gingen aan verkeerde strategische keuzes, onbetrouwbare partners, intern gebakkelei,… Ook een zeer interessant aspect is hoe de prille Vlaamse Beweging evenzeer in die periode een cruciale fout maakt om niet tegen de usurpatoren te ageren en eerder aansluiting zoeken bij de ‘nieuwe leiders’.

    Ondanks het feit dat ik dit boek toch als een standaardwerk zou willen bestempelen, is Witte ook heel eerlijk over de onvolledigheid van het boek. Regelmatig haalt ze in haar werk aan dat bepaalde aspecten niet uitgeput zijn en extra studiewerk vergen. Ook dat is m.i. een verdienste. Want hopelijk zet dit boek andere historici aan verder wetenschappelijk werk te verrichten over het ‘Orangisme’.

    ‘Het verloren koninkrijk’ is niet het eerste werk dat ik van Els Witte heb gelezen. En ook in dit werk zit eigenlijk een rode draad. Witte is historica, wetenschapper. En dat betekent niet altijd dat je dan te maken krijgt met iemand met een vlotte schrijfstijl. Bovendien probeert ze zo veel mogelijk fenomenen en aspecten van het Orangisme te belichten, ook al is het maar in een paar zinnen. Ook de veelheid aan personen die ze te berde brengt, maakt dat het geen boekje is dat je even leest voor het slapengaan. Bij sommige delen van het boek is het echt ‘doorbijten’. Maar het maakt het er niet minder interessant op.

    Dit is echt zo’n boek waarvan ik na de lectuur overtuigd zeg: “Dit boek MOEST geschreven worden”. Elkeen die enigszins een ‘oranjehart’ heeft, moet dit boek op zijn boekenplank hebben (en indien mogelijk ook lezen). 

     

    Els Witte – Het verloren koninkrijk: Het harde verzet van de Belgische Orangisten tegen de revolutie 1828-1850 – De Bezige Bij Antwerpen

  • De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

    Jonasson.jpgHet was alweer even geleden, maar het is tijd voor een boek. Voor wie houdt van het meer absurde werk is “De 100-jarige man die uit het raam klom een verdween” een van de betere werken van vorig jaar.

     

    Allan wordt 100 en dat moet in het bejaardentehuis gevierd worden. Alleen heeft ons hoofdpersonage daar niet zo veel zin in. Hij klimt uit het raam en kiest het hazenpad. Allen is niet alleen een kranige 100-jarige, hij kent ook geen enkele angst. Hij leeft van moment tot moment en is behoorlijk impulsief wat beslissingen betreft. Dat heeft ook zijn gevolgen. Het brengt hem in contact met een maffiabende, zorgt voor enkele ongelukkige overlijdens en voor een politieman die maar geen staart krijgt aan wat er sinds de verdwijning van Allen allemaal gebeurt.

     

    Bovendien blijkt uit het boek dat onze vriend Allen ook heel wat invloed heeft gehad in de internationale politieke geschiedenis van de 20ste eeuw. Al moet ik wel toegeven dat dit concept na de film ‘Forrest Gump’ niet waanzinnig origineel is. Maar auteur Jonas Jonasson versterkt dit gekende concept nog door zijn sterk gevoel voor humor. Jonasson zorgt er trouwens voor dat zijn verhaal een behoorlijk tempo heeft, zodat het boek eigenlijk nooit gaat vervelen en je helemaal geen ‘déjà vue-gevoel’ krijgt.

     

    Kortom, een geweldig humoristisch en meeslepend boek.

     

    Jonas Jonasson - De 100-jarige man die door het raam klom en verdween – 360 pagina’s – Nederlandse vertaling uitgegeven bij Bruna Uitgevers

  • Barbertje versus Lothario

    Dekker.jpgTaal is soms een eigenaardig iets. Ik moest daar weer aan denken toen ik de ‘Vrije Tribune’ van Freya Piryns in De Standaard van vandaag las. Ik wil niet op de inhoud ingaan, maar het wel hebben over een beeldspraak die al jaren gebruikt wordt. In haar tekst heeft Piryns het over “Barbertje die moet hangen.” Heel veel mensen heb ik die uitdrukking al horen gebruiken, maar ik heb nooit begrepen hoe die uitdrukking in onze taal is terecht gekomen.

     

    Immers, Barbertje komt voor in ‘Onuitgegeven toneelspel’ dat het bekende boek Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker voorafgaat. Alleen,... in die parabel staat niet Barbertje terecht, maar wel Lothario. Hij wordt er van beschuldigd Barbertje vermoord te hebben. En daarop staat de doodstraf. In zijn verdediging vraagt hij ondermeer om getuigen die kunnen bevestigen dat hij een “edel mens” is. En dat is volgens de rechter, die enkel op een veroordeling uit is, eigenwaan. En ook op eigenwaan staat de doodstraf. Als dan Barbertje levend en wel in de rechtszaak opduikt, wordt Lothario alsnog ter dood veroordeeld. Niet voor moord, maar wel wegens eigenwaan. Kortom, niet Barbertje, maar Lothario moet hangen.

     

    Dus vraag ik me nu al jaren af waarom we altijd zeggen: “Barbertje moet hangen”? Is er iets fout gegaan in de overlevering van de het verhaal van Multatuli? Of is er een bepaalde reden waarom we de uitdrukking ‘Barbertje moet hangen’, gebruiken? Wie het weet, mag me steeds een e-mailberichtje sturen met de reden. In het belang van mijn gemoedsrust. ;-)

  • Benedictus XVI –Licht van de wereld

    licht.jpgOver de Paus is in de media reeds veel geschreven. Bij de start van zijn pontificaat stelden heel wat journalisten dat er een nieuwe wind door de Katholieke Kerk zou waaien. Dat de Kerk een modernisering zou ondergaan. Vandaag is, volgens vaak diezelfde journalisten,  Benedictus XVI een oerconservatieve Paus die zo goed als totaal wereldvreemd is. Een beetje contradictoir als je het mij vraagt. Wat is het nu? Een goede manier om dat te weten te komen is de Paus er zelf over te bevragen. Maar omdat audiënties van een paar uur met de Paus voor deze nederige dienaar enigszins moeilijk liggen, heb ik het moeten stellen met het boek “Licht van de wereld”.

     

    Het boek “Licht van de Wereld” is eigenlijk een langgerekt vraaggesprek dat Peter Seewald van Paus Benedictus XVI  heeft afgenomen in de zomer van 2010. En daaruit kunnen we alvast één belangrijke conclusie trekken. De Paus is geenszins wereldvreemd. In het interview gaat hij zeer uitgebreid in op de pedofilieschandalen in de Kerk, heeft hij het over milieuaangelegenheden, de bankencrisis, over de uitwassen van een radicale islam, over het toenemende relativisme en individualisme in onze samenleving, over de belangrijke rol die jongeren in onze gemeenschap hebben te spelen,... Uit zijn antwoorden leidt je af dat hij zeer goed weet wat er in de wereld gebeurt. Schrappen maar die wereldvreemdheid van de Paus.

     

    Is de paus oerconservatief? Dat is al een iets moeilijkere vraag. Benedictus vertrekt bij het ontwikkelen van een standpunt over allerhande actuele zaken vanuit zijn geloof in God, vanuit de leer en het leven van Christus, vanuit het Evangelie. Is dat oerconservatief? Ik denk van niet. Het zou immers maar erg zijn als het hoofd van de Katholieke Kerk zijn standpunten niet zou linken aan zijn geloof, niet? En is de Bijbel oubollig, is Jezus Christus voorbijgestreefd? Ook dat is niet het geval lijkt me als we kijken naar het nog steeds immens grote aantal gelovigen.

     

    Is de Paus dan zeer behoudsgezind, zeer conservatief wat zijn eigen (geloofs)gemeenschap betreft? Of beter wat zijn eigen instelling, de Katholieke Kerk betreft? Ook dat kan je moeilijk stellen als je in het boek de passages leest over de oecumene, over de samenwerking met de Russisch orthodoxe kerk, over samenwerking met protestantse gemeenschappen. Benedictus durft het als paus ook aan om sommige wetmatigheden van zijn Kerk in vraag te stellen. Getuigt het van oerconservatisme dat hij het Tweede Vaticaans Concilie niet volledig over boord gooit en daar voorlopig aan vasthoudt? Of getuigt dit nu net van de wijze voorzichtigheid van de Paus? Is dit geen voorbeeld van een verantwoordelijk man die over voor zijn Kerk zulke belangrijke zaken niet over één nacht ijs gaat en niet meteen toegeeft aan de waan van de dag? Ik laat het met plezier over aan de lezer om hierover te oordelen.

     

    En misschien tot slot en niet onbelangrijk voor iemand  die graag boeken leest,… is dit een boek dat enkel interessant is voor Kristenen, of zelfs enkel voor Katholieken? Wel, ja en neen. Sommige stukken gaan effectief over de Kerk, over hoe de Paus hervormingen in die Kerk ziet, e.d.m. Ik kan dus goed aannemen dat iemand die geen uitstaans heeft met de Rooms-Katholieke Kerk daar niet warm of koud van wordt. Maar aan de andere kant kan ik het boek wel aan niet-Kristenen aanraden voor de stukken over milieu, over de economie, over het leven van de hedendaagse mens in het algemeen. Ook mensen – dat is in vandaag de dag – die meer geïnteresseerd zijn in ‘Human interest’, nl wie is die man die nu toevallig Paus is geworden, kan plezier hebben aan dit boek.

     

    Zelfs als je abstractie maakt van het vertrekpunt van de Paus, nl. God, geeft de man immers enkele vlijmscherpe analyses over wat er in onze samenleving fout loopt. En hij breit er ook soms oplossingen aan die ook voor een niet-confessionele samenleving meer dan nodig zijn.

     

    Wat immers met het toenemende individualisme? Vrijheid wordt vandaag de dag al te veel geïnterpreteerd als ‘handelen naar eigen goeddunken’. Moeten we die mensen geen vrijheid aanleren die verantwoordelijk is? En wat te doen met het relativisme? Mensen willen enkel nog maar zien wat goed is in deze wereld en sluiten de ogen voor het kwaad (hoeft zelfs niet in Bijbelse betekenis te worden geïnterpreteerd). Hoe kan je op zo’n manier in de wereld het roer omgooien, hoe kan op zo’n manier veranderen? Met andere woorden heeft het ethische potentieel gelijke tred kunnen houden met de toename van kennis en macht?

     

    Kortom, en vergeef me dit langere stuk, in het boek zit heel wat lekkers voor wie zich en deze samenleving eens een spiegel wil voorhouden. Een verfrissend stukje lectuur ook als je het er niet mee eens bent. Dat ben ik ook met bepaalde stellingen van de man niet. Maar sta me toch toe met een citaat van Benedictus XVI af te sluiten: “In naam van de tolerantie wordt de tolerantie afgeschaft – Dat is de echte bedreiging waar we voor staan .”  Ik kan me daar iets bij voorstellen. Jullie ook?

  • Mijn vriend, Henry Smart

    De ster Henry Smart.jpgDe bekende Ierse auteur, Roddy Doyle, heeft duidelijk iets met trilogieën. Enorm genoten, heb ik van zijn zogenaamde Barrytown-trilogie (The Commitments, The Van en The Snapper), vooral dan van ‘The Commitments. (Jimmy zit voor eeuwig in mijn geheugen) Recent heb ik de jongste trilogie, nl. die over Henry Smart uitgelezen.

     

    De inhoud in een notendop: In ‘A star called Henry/De ster Henry Smart’ ontmoeten we Henry Smart die in de armoede in Dublin begin vorige eeuw zijn vader op een gewelddadige manier verliest, er alleen met zijn broertje op uitrekt en ook zijn broertje aan door armoede veroorzaakte ziekte moet afgeven. Hij komt dan terecht in het Ierse verzet bij de Paasopstand van 1916 en zal van af dan in dat kader in opdracht moordaanslagen plegen. Hij zal ook zijn vader wreken. Het boek eindigt met de vlucht van Smart voor zijn eigen opdrachtgevers.

     

    In ‘Oh, play that thing/De man achter Louis’ zoekt Henry zijn weg in Amerika en wordt een soort rechterhand van Louis ‘Satchmo’ Armstrong, nog voor die beroemd is. In Amerika vindt Smart ook zijn vrouw en dochter terug. En met zijn vrouw en kinderen trekken ze door de States als een soort ‘Bonnie en Clyde’. Bij het op een trein springen, verliest Henry niet alleen zijn been, maar ook zijn gezin. Uiteindelijk wordt Henry opgevangen door de filmregisseur Ford.

     

    En tot slot in ‘The death republic/De dode republiek’ zet Henry Smart na vele jaren terug voet op Ierse bodem. Ford wil immers het leven van Henry verfilmen. Uiteindelijk wordt Smart conciërge op een school en komt op bejaarde leeftijd opnieuw in aanraking met de vernieuwde generatie van Ierse vrijheidstrijders. Hij merkt dat er niet veel veranderd is. Aanslagen en tegenaanslagen. De nieuwe generatie behandelt hem als een soort trofee, de moedige oud-strijder van 1916.

     

    Er gaan stemmen op dat Doyle zich in de trilogie laatdunkend uitlaat over de Ierse vrijheidsstrijd en diegenen die deze strijd gestreden hebben. Ik ben het daar maar deels mee eens. Ten eerste is het een roman en geen biografie. Ten tweede, men moet daar ook eerlijk over zijn, kwamen de strijders van 1916 uit alle lagen van de bevolking en streden vaak met heel veel verschillende idealen of persoonlijke doelstellingen. En net dat komt zo goed uit de verf in de drie boeken. Ieder had wel zijn eigen redenen.

     

    Als geen ander slaagt Roddy Doyle er opnieuw in verschillende karakters te bedenken die met hun beide benen bij wijze van spreke in de Ierse turf staan, die zo door en door menselijk zijn. Ook situaties zijn vaak zeer herkenbaar. Zoals het personage dat pocht er in het GPO bij te zijn geweest, terwijl Smart de persoon in kwestie nog nooit heeft gezien. Ook emotionele scènes, zoals Smart bij het sterfbed van zijn, in ‘A star called Henry’, rivaal Ivan.

     

    Het is prachtig hoe Doyle diepmenselijke zaken verweeft met humor, fictieve situaties met maatschappijkritiek, enz. De drie boeken nemen je mee op de reis die Smart aflegt en gaandeweg word je vanzelf de vriend van Henry.

     

    Tot slot geef ik nog één raad mee. Lees aub de boeken alle drie en in de juiste volgorde. In het tweede en derde deel komen er immers verwijzingen naar ‘A star called Henry’. En als je ze niet na elkaar leest, weet je niet echt wat bepaalde citaten daar staan te doen en zou je de ‘pointe’ wel eens kunnen missen. Vermits je ze alle drie moet lezen, wil ik ook nog zeggen dat je je niet mag laten afschrikken door de hoeveelheid. Het gaat tenslotte over in totaal meer dan 1200 bladzijden. Maar je zal zien, je gaat daar zeer vlot door. Ik heb er alleszins met volle teugen van genoten en wens jullie hetzelfde.

  • Elsschot – Vic van de Reijt

    elsschot.jpgHet politieke reces is een uitgelezen (flauwe woordspeling) moment om wat bij te lezen. Gedurende het politieke jaar is daar immers niet steeds de tijd voor en stapelen de aangekochte boeken zich op. Mijn eerste recesboek heb ik alweer achter de kiezen. Welk? Elsschot, leven en werken van Alfons De Ridder van Vic van de Reijt.

     

    Wat mij betreft een zeer waardevolle biografie over een van de grootste schrijvers van de Nederlanden. Het is immers niet de zoveelste biografie in rij. De auteur heeft de ondertitel “Leven en werken van Alfons De Ridder” zeer bewust gekozen. van de Reijt combineert in de biografie immers drie belangrijke aspecten van De Ridder. De Ridder als reclameman, als ‘Pater Familias’ en als Elsschot. De biograaf heeft dan ook het zakelijk archief van De Ridder uitgebreid bekeken.

     

    En vermits de hij zeer chronologisch tewerk gaat, worden de drie aspecten zeer mooi in elkaar verweven. Prachtig is het om te zien hoe de familieman de zakenman beïnvloedt, hoe de zakenman met de auteur omgaat en hoe de schrijver de familieman (bv. Pensioen) en zakenman (bv. Lijmen) in zijn boeken tot zijn recht laat komen. Enzovoort.

     

    Evenzeer fascinerend is hoe vaak toeval er alsnog voor gezorgd heeft dat De Ridder een schitterende literaire carrière heeft kunnen neerzetten en hoe één gedicht eigenlijk een einde heeft gemaakt aan al dat moois. Wat dat betreft roept het herinneringen op aan de Antwerpse volksgroep De Strangers. Of hoe er in dit land eigenlijk weinig veranderd.

     

    Maar de biografie is alleszins een boek dat elke Elsschot-liefhebber moet gelezen hebben. Ook al zullen de grootste aanbidders van Elsschot, zeker in de Vlaamse Beweging, het niet volledig met me eens zullen zijn. Immers de kleine kantjes van De Ridder komen, ondermeer door het doorwaden van zijn zakelijk archief, zeer uitdrukkelijk aan bod. Het boek belicht immers de mens De Ridder. En een mens is maar een mens. Kortom, van de Reijt legt op een magistrale wijze het spanningsveld tussen “Boorman” en “Laarmans” in De Ridder bloot.

     

    Het lijkt me dan ook best dat deze biografie samen gelezen wordt met andere werken over Willem Elsschot. Maar als je een genuanceerd beeld wil hebben, lijkt me dit werk in het geheel van al wat er al is verschenen onontbeerlijk. 

     

    Vic van de Reijt – Elsschot, Leven en werken van Alfons De Ridder, Athenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2011

  • Typisch Humo

    vandersteen.jpgKleintjes van Humo. Deze week plaatsten ze de klassieke Wiske-knipoog op de cover. Alleen is de knipoog een Swastika. Alles verwijzend naar het feit dat nu bewezen zou zijn dat Willy Vandersteen nog getekend heeft voor het dagblad ‘Volk en Staat’ tijdens de oorlogsjaren.

     

    Los van de inhoud van die tekeningen heb ik daar toch wat bedenkingen bij. Ten eerste weet niemand wat de beweegreden van Vandersteen waren om zijn tekeningen voor die collaborerende krant te maken. Het was oorlog, misschien had de jonge tekenaar geld nodig om eten te kopen voor zijn gezin? Want nu stellen dat Vandersteen een nationaal-socialist was lijkt me toch kort door de bocht.

     

    En nu? Suske en Wiske verbieden op school? Vandersteen van het ereperk van het Schoonselhof verwijderen? De manier waarop Humo met deze feiten omspringt is bedenkelijk. Ze werpen een smet op een van de grootste artistieke erfenissen die Vlaanderen zijn nagelaten. Jarenlang hebben allerhande bobo’s steeds gesteld dat Hugo Claus de Nobelprijs voor literatuur moest krijgen. Wel, Claus’ werk is minder vertaald dan dat van Willy Vandersteen. Om maar iets te zeggen.

     

    Ach, wat is het toch met Vlamingen die telkenmale de behoefte voelen om hun eigen schitterende cultureel erfgoed flink te besmeuren? Ik zal het nooit begrijpen. Humo heeft ook geluk dat Vlamingen zo lijdzaam zijn. Ze zouden het eens met Kuifje moeten proberen. De NV Moulinsart zou er niet mee lachen en een rechtszaak en een fikse schadevergoeding verder zouden ze bij Humo wel eens twee keer nadenken vooraleer een dergelijke stunt te herhalen. Maar niet zo bij de kinderen van Vandersteen. Die laten enkel weten geschokt te zijn. Humo komt er goedkoop vanaf.

  • Elsschots Pensioen

    Elsschot stad.jpgHet parlementaire reces is de uitgelezen periode om wat bij te lezen. En ik ben daar dan ook onmiddellijk mee begonnen. Als eerste boek heb ik een eerder dun boek gekozen, maar wel één van m.i. de grootste schrijver die Vlaanderen gekend heeft. Ik koos voor het boek ‘Pensioen’ van Willem Elsschot.

     

    Ik moet tot mijn scha en schande bekennen dat dit werk een van de weinige van Elsschot is dat ik nog niet had gelezen. Het boek handelt over een vrouw op leeftijd, wiens zoon tijdens de oorlog sterft tijdens zijn gevangenschap in Duitsland. Uiteindelijk krijgt ze het pensioen voor haar zoon dat eigenlijk zijn onwettige zoon toekomt. Als die zoon dan zelf wil trouwen komt dit aan het licht en wordt de vrouw veroordeeld alles terug te betalen. Dit is uiteraard maar een zeer korte schets van de roman, want er gebeurt zoveel meer. Maar dat moet u dan maar lezen.

     

    Verschillende mensen die ik intussen over dit boek heb gesproken, geven toe dat ze het ofwel niet ofwel slechts vaag kennen. (Dit betekent dat ik mijn goede vriend en collega in de gemeenteraad, Bob Hulstaert niet heb gesproken, want hij is een ware Elsschotkenner.) Nochtans was dit werk een van de grotere successen van Elsschot tijdens zijn leven. Het verkocht zeer goed, maar kon ook op heel veel bijval rekenen van de recensenten. En na het lezen van ‘Pensioen’ kan ik dat ook goed begrijpen.

     

    Ten eerste is er Elsschots gekende prachtige stijl, maar dit werk is veel scherper, zelfs soms hard, geschreven. Het bulkt van de ironie en zelfs van cynisme. Helemaal anders dus als bv. Tsjip. Kortom, voor een Elsschotliefhebber met een gezonde dosis cynisme, is dit echt een boek om duimen en vingers af te likken. Ik heb er alleszins mateloos van genoten.

  • De laatste held

    rickdeleeuwDe zomermaanden – de politiek draait dan op een lager toerental – zijn voor mij steevast een periode om wat lectuur in te halen. Op dit moment ben ik bezig aan de jongste pennenvrucht van Pat Buchanan (daarover later misschien nog wel meer). Maar ik lees uiteraard ook met veel plezier het wat men noemt “luchtigere genre”.

     

    Zo heb ik recent het boek “De Laatste Held” van Rick De Leeuw gelezen. Ik vind De Leeuw trouwens een schitterend figuur. Deze intelligente Noorderbuur heeft de jongste tijd meer succes op de Vlaamse televisie dan in Nederland. Maar ik had vroeger reeds bewondering voor De Leeuw als frontman van de “Tröckener Kecks”.  Zo vond ik en vind ik nog steeds de songteksten van De Leeuw en de “Kecks” beter dan die van hun toenmalige grote concurrent “The Scene”.

     

    Ook het boek “De laatste held”, dat al dateert van 2000, vond ik prachtig. Het is geen literair meesterwerk, maar ik denk ook niet dat dat De Leeuws ambitie was, maar het is origineel opgevat en vlot geschreven. Het is een semi-autobiografisch werk waarbij het hoofdfiguur Richard Koning, het heeft over zijn liefde voor het voetbal, zijn leven op de kostschool, zijn problemen thuis en zijn denkbeeldige relatie met Johan Cruyff. En hoe die Richard Koning zijn droom om ooit bij Ajax te spelen opgeeft om zich op de muziek te storten.

     

    Los van het feit dat bepaalde zaken, nl. de bezetenheid als jonge gast van voetbal, voor mij zeer herkenbaar zijn, is het gewoon een mooi en ontspannend boek. Het leest vlot en is plezant geschreven. Op sommige momenten zelfs tragi-komisch. Het heeft alleszins het respect dat ik voor een figuur als Rick De Leeuw heb, doen toenemen.

  • De Poorters van Babel

    KalifaatIn dit stukje had ik het al over de gouden pen van Jef Elbers. Wel, afgelopen woensdag werd een van de pennenvruchten van Elbers voorgesteld. Een schitterend boek luisterend naar de titel “De Poorters van Babel. Het kalifaat van Knokke”. Ik heb het genoegen gehad het reeds te kunnen lezen. Een echte aanrader.

     

    Je zou kunnen zeggen dat het een soort geactualiseerde versie van “Le camp de saints” van Jean Raspail is, maar dan zouden we dit werk oneer aandoen. Het is immers een typisch Elberswerk geworden. Het leest als een scenario van een film en zit vol spitsvondige en grappige verwijzingen naar onze huidige samenleving.

     

    Wie meer over het boek wil lezen of het wil bestellen, kan hier terecht. Voor een interview met de auteur hier. Elbers zou ook Elbers niet zijn als het boek niet op een originele manier zou zijn voorgesteld. Wie nog niet genoeg heeft kan hier  voor een beeldverslag van de voorstelling terecht.

  • Gaston Berghmans vertelt

    GB‘Gaston en Leo’ en ‘De Strangers’ zijn zo’n twee zaken die ik steevast met mijne kindertijd en jeugd associeer. Ik ben er, laten we zeggen, met groot geworden. Een stuk of zeven fonoplaten heb ik van het komische duo, waarvan een gesigneerd door Gaston zelf. (Gaston Berghmans had vroeger ne platenwinkel.)

     

    Ik heb nu net het boek van Gaston Berghmans “Mijn leven als komiek” uit. Een schitterend boek, vol prachtige anekdotes. Het is geschreven zoals de man het zou vertellen en dat is heel aangenaam om lezen. Wat ook geestig is aan het boek zijn de verschillende Antwerpse woorden die er in voor komen. Het doet je beseffen dat we toch meer aandacht zouden moeten hebben voor ons oraal immaterieel cultureel erfgoed, meer bepaald het dialect. Ook de verhalen over zijn kindertijd en zijn jeugd zijn even prachtig. Het doet me terugdenken aan de verhalen van mijn ouders zaliger over hunne kindertijd.

     

    Maar zoals ik al zei, hetgeen me het meest plezier heeft bezorgd, is de schrijfstijl. Omdat het gewoon geen schrijfstijl is, het zijn allemaal “vertellingskes”. Heerlijk om lezen gewoon. Kortom een echte aanrader.