Geschiedenis

  • Liefde voor.. nuance

    ¨Lint.jpgIk kan wel zeggen dat ik een fan ben van het VTM-programma ‘Liefde voor muziek’. Dit is intussen het derde seizoen dat ik elke maandagavond aan het scherm gekluisterd ben. Er worden daar geweldige dingen gebracht. Ik kan niet zeggen dat ik een favoriet seizoen heb. Al vond ik wel dat Slongs in seizoen 1 er het beste in slaagde om liedjes naar een andere dimensie te sturen.

    Soit, dit jaar is Isabelle A van de partij. Ook haar heb ik altijd een steengoeie zangeres gevonden. Maar onvermijdelijk kwamen de beelden van 1991 terug boven. De beelden van een jong meisje dat haar liedje ‘Blank of Zwart’ bracht terwijl binnen en buiten de zaal door Vlaams Blokkers betoogd werd. De beelden werden door Bart Peeters ingeleid met de woorden dat het ging over extremisten die een jong meisje wilden verhinderen haar rechtvaardigheidsliedje te zingen.

    De terechte opmerking van Josje Huisman, ex-K3: “Hier keert mijn maag van.” Als ik een jonge vrouw zou zijn - Josje was 5 op het moment van dat optreden – en steeds in een beschermd coconnetje zou zijn groot geworden, deze inleiding bij de beelden zou krijgen en dan die beelden zou zien,… mijn reactie zou dezelfde zijn.

    Alleen,… ik ben geen jonge vrouw, noch ben ik in een beschermd coconnetje groot geworden. En wat de inleiding en de beelden betreft… Ook dat heeft weinig effect. Ik was er immers bij. En Ik kan het niet helpen. Maar bovenop mijn liefde voor muziek, komt dan mijn liefde voor nuance boven.

    Nuance, vooral om drie redenen. Ten eerste kwam het Vlaams Blok daar niet tegen Isabelle A protesteren. Noch tegen haar liedje. Het protest was tegen de inplanting van een groot asielcentrum in de kleine gemeente Lint. Het programma was niet echt ‘entertainment’. Het was een uitzending van het programma van de toenmalige BRT-nieuwsdienst, Panorama, waarbij heel wat mensen aan bod kwamen, behalve de tegenstanders van het asielcentrum.

    Ten tweede had de toenmalige BRT wetende dat het Vlaams Blok buiten zou manifesteren, de piepjonge artieste Isabelle A gevraagd om haar liedje Blank en zwart live te komen zingen. Dat was alvast een goede provocatie waarbij ze de onverholen hoop hadden dat dit bij de Vlaams Blok-manifestanten als een rode lap op een stier zou werken. Eveneens hopend op stevige rellen zodat het Vlaams Blok een slecht daglicht zou kunnen worden geplaatst. Alleen denk ik, dat die jonge spring in het veld, die Isabelle was, niet echt wist in welk scenario ze terecht was gekomen. Wat trouwens normaal is. Wie denkt nu dat een nieuwsdienst van een openbare omroep zo perfide te werk gaat?

    En tot slot wil ik het over de tijdsgeest hebben. Ook dat speelt mee. In de internetsamenleving van vandaag worden dergelijke manifestaties niet langer aanvaard. Zelfs als je de juiste duiding brengt, over het waarom, over de omstandigheden en dergelijke meer, dan nog zullen jongeren van vandaag met een verbaasde blik die beelden bekijken en zich afvragen: “wa is da voor iets?” Zij hebben een totaal ander kader, totaal andere middelen waarmee ze zich manifesteren en hun mening kenbaar maken. In 1991 was dat wel anders.

    Geniet ik nu minder van dit programma? Storen de betrokken artiesten me. Geenszins. Daarvoor maken ze teveel moois. Maar evenzeer schrijf ik dit, de woorden van Edith Piaf indachtig.

  • De Bekeerlinge - Stefan Hertmans

    boek, bekeerlinge, hertmansRecent werd Stefan Hertmans met de Engelstalige versie van zijn boek ‘Oorlog en terpentijn’ op de longlist voor de prestigieuze prijs ‘Man Booker International’ geplaatst. Tot mijn grote scha en schande moet ik bekennen dat dit het eerste boek was dat ik van Hertmans gelezen heb. Het thema sprak me zo enorm aan. Een roman geschreven op basis van de schriftjes van zijn grootvader die de ontberingen aan het IJzerfront had ondergaan. Het is dan ook meer dan een roman. Het is evenzeer een historische tocht langsheen het IJzerfront, maar op een moderne manier neergeschreven. Het verhaal is hard en onverbloemd, maar het grijpt de lezer naar de keel.

    Als fan van historische romans, heb ik nu ‘De Bekeerlinge’ van Stefan Hertmans gelezen. Weliswaar met enige scepsis. Immers, zou de auteur zijn vorige prestatie kunnen evenaren? Het antwoord is volmondig: ja. Alleen al het opzoekingswerk dat er aan dit boek vooraf is gegaan, kan je enkel als indrukwekkend bestempelen. Over de ‘proseliete van Monieux’ is wel wat historisch wetenschappelijk werk gepubliceerd. En het leven van Hamoutal is een zaak waarover Joodse wetenschappers nog niet helemaal uit zijn. Dat zorgt voor een constante fascinering bij het lezen. Het is bewonderenswaardig als je zoiets kan neerschrijven.

    Hertmans neemt ons mee met Vigdis Adelaïs, afstammeling van Noormannen uit Rouen. Door haar liefde voor een Joodse man, vlucht ze met hem weg en metamorfoseert ze tot de proseliete Hamoutal. Haar hele verhaal is er één van vlucht, ontbering en verdriet. En vooral één van eenzaamheid. Ik vond – ondanks de fijne toespelingen van de auteur richting Proust – heel wat gelijkenissen terug tussen Vigdis en Gretchen uit Goethe’s Faust. Maar dat kan aan mij liggen.

    De afwisseling tussen het verhaal en de bedenkingen van de auteur die in de 21ste eeuw opzoek gaat naar de sporen van deze 11de-eeuwse vrouw, maakt dat je vaak niet eens het onderscheid kan maken tussen verhaal en historische feiten. Dus ook hier weer, het is meer dan een roman.

    En tot slot, nog één opmerking. Hertmans heeft de gave om zaken nog écht te beschrijven. Of het nu de gevoelens van een personage zijn, of een stuk van de natuur waar de twee geliefden de nacht doorbrengen, of iets anders,… De auteur brengt het met zijn beschrijvingen prachtig tot leven. Velen vinden dit ‘Old School’ in de literatuur. Ik hou er nog steeds erg veel van. Topboek, dus.

  • Het verloren koninkrijk

    Orangisme.jpgMet ‘Het verloren koninkrijk – Het harde verzet van de Belgische Orangisten tegen de revolutie 1828-1850’ heeft historica/emeritus Els Witte een behoorlijk verdienstelijk boek geschreven. Verdienstelijk op heel wat vlakken. We kunnen er immers niet om heen dat de kennis over de ‘Orangistische beweging’ zowel in Rijksnederland als hier eerder beperkt is. Het feit dat de geschiedenis steeds geschreven wordt door de ‘overwinnaar’ is daar niet vreemd aan. Het Orangisme heeft altijd de naam gehad een eerder marginaal fenomeen te zijn geweest na de muiterij van 1830. Evenzeer een fenomeen dat beperkt zou zijn geweest tot enkele grote steden, zoals Antwerpen en Gent.

    Niets is minder waar. In haar boek toont Witte aan dat het Orangisme behoorlijk verspreid was over de hele zuidelijke Nederlanden. Evenmin een marginaal fenomeen, maar een te duchten tegenstander voor de nieuwe staat België en koning Leopold. De repressie die steeds dient te worden opgevoerd tegen de Orangisten, de inperking van de vrije meningsuiting – toch een van de steeds bejubelde paradepaardjes van de nieuwe staat – tonen aan dat de nieuwe leiders van België vaak de handen vol hadden met de beweging die naar restauratie streefde. Witte toont de lezers ook de vele kansen die de Orangisten hadden om het Koninkrijk der Nederlanden te herstellen, maar die teniet gingen aan verkeerde strategische keuzes, onbetrouwbare partners, intern gebakkelei,… Ook een zeer interessant aspect is hoe de prille Vlaamse Beweging evenzeer in die periode een cruciale fout maakt om niet tegen de usurpatoren te ageren en eerder aansluiting zoeken bij de ‘nieuwe leiders’.

    Ondanks het feit dat ik dit boek toch als een standaardwerk zou willen bestempelen, is Witte ook heel eerlijk over de onvolledigheid van het boek. Regelmatig haalt ze in haar werk aan dat bepaalde aspecten niet uitgeput zijn en extra studiewerk vergen. Ook dat is m.i. een verdienste. Want hopelijk zet dit boek andere historici aan verder wetenschappelijk werk te verrichten over het ‘Orangisme’.

    ‘Het verloren koninkrijk’ is niet het eerste werk dat ik van Els Witte heb gelezen. En ook in dit werk zit eigenlijk een rode draad. Witte is historica, wetenschapper. En dat betekent niet altijd dat je dan te maken krijgt met iemand met een vlotte schrijfstijl. Bovendien probeert ze zo veel mogelijk fenomenen en aspecten van het Orangisme te belichten, ook al is het maar in een paar zinnen. Ook de veelheid aan personen die ze te berde brengt, maakt dat het geen boekje is dat je even leest voor het slapengaan. Bij sommige delen van het boek is het echt ‘doorbijten’. Maar het maakt het er niet minder interessant op.

    Dit is echt zo’n boek waarvan ik na de lectuur overtuigd zeg: “Dit boek MOEST geschreven worden”. Elkeen die enigszins een ‘oranjehart’ heeft, moet dit boek op zijn boekenplank hebben (en indien mogelijk ook lezen). 

     

    Els Witte – Het verloren koninkrijk: Het harde verzet van de Belgische Orangisten tegen de revolutie 1828-1850 – De Bezige Bij Antwerpen

  • De School van De Wever? Ieder zijn school!

    WWNSV1994.jpg“Ik ben geen nostalgicus.” Met die woorden probeerde Bart De Wever onder de reeks ‘De School van De Wever’ uit te komen. Waarom eigenlijk? Als Humo dacht De Wever met deze reeks te compromitteren komen ze mijns insziens van een behoorlijk kale reis thuis. De reeks zorgt er wel voor dat ik door de “mists of time” terug in mijn studententijd beland. Op enkele details na, is het naar Humo-normen redelijk waarheidsgetrouw.

    Dat Koen Kennis een afkeer had van de ‘proleten’, zoals Mouton mijn studentenvereniging beschrijft, klopt alleszins. Koen had een weinig respectvolle houding tegenover de Nationalistische Studentenvereniging (NSV), wat hij bv. op studentenzangfeesten duidelijk liet blijken. Maar om nu te stellen dat er geen leden van het KVHV sympathie voor NSV hadden is ook wel enigszins overroepen. Ik herinner mij immers altijd delegaties van het KVHV- op de jaarlijkse NSV-betogingen, niet in het minst op de Leuvense betoging van 1992. We waren blijkbaar ook niet zo’n proleten als ik vandaag vaststel dat oud-NSV’ers in verschillende fracties van het Vlaams parlement voorkomen. Ook dat Vlaams Blokkers ver te zoeken waren in het KVHV, zoals de journalist schrijft, is wat die periode betreft ook een beetje bij zijn haar getrokken. Zelfs als het over de redactie van hoofdredacteur De Wever zelf gaat.

    Maar belangrijker is te focussen op wat de tijd van toen vandaag in de politiek teweeg brengt. De Wever is altijd – een detail niet te na gesproken - trouw gebleven aan zijn houding tegenover het Vlaams Blok/Belang. Hij laat dat duidelijk blijken als hij zegt: “nog liever ging ik ten onder dan te proberen van die partij iets te maken.” Het strookt met eerdere uitspraken toen Bart stelde dat hij in Antwerpen de nek van het Vlaams Belang-beest wilde overbijten. Ieder zijn prioriteiten zeg ik altijd maar.

    Belangrijker is eigenlijk het eerste deel van de reeks. Hier toont de journalist, misschien ongewild, eigenlijk aan dat het KVHV in die tijd een zeer liberale club was. Dat zorgde er trouwens voor dat lidmaatschap van de ‘cavia’s’ voor mij nooit een optie was en ik met heel veel overtuiging de kleuren van de NSV heb gedragen. Het was immers de tijd van de VLD van Guy Verhofstadt en de Burgermanifesten. Heel veel mensen hebben zich toen laten verleiden. Sommige hebben daar later nog heel veel spijt van. En de invulling van dat liberalisme heeft heel wat van die jongens en meisjes getekend voor hun leven. Ook al kon men tegen de persoon van Verhofstadt zijn, wat ik geloof als Bart dat zegt, dan las men toch met heel veel bewondering de werken van Hayek. Waar in die periode en in die kringen echt mee gedweept werd.

    En je kan moeilijk ontkennen dat hiervan niets is blijven hangen bij de vriendenclub van toen die nu de dienst bij de N-VA uitmaakt. Een blik op de congresteksten voor het congres van dit weekend zeggen genoeg. Een ultra sociale partij zal je de N-VA niet kunnen noemen. Neen, die partij verdedigt een liberale visie op de economie en de samenleving. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er verschillende VLD’ers aan de deur van de N-VA-herberg staan te kloppen en meestal ook nog worden binnengelaten ook.

    Kortom, Bart doet zijn overtuiging gestand. Hij kiest ook vandaag nog, ondanks het feit dat de armoede het grootst is sinds WOII, voor het liberaal Vlaams-nationalisme. Wat mij betreft, is dat het belangrijkste wat we uit de reeks moeten onthouden. En net als toen sta ik weer aan de andere kant. De kant van het sociale Vlaams-Nationalisme. Some things never change…

  • Respect voor A: ook voor haar erfgoed?

    stadhuis.jpgOp 17 maart a.s. vindt de CittA Urban Trail plaats. Het is een soort loopwedstrijd dwars door het Antwerps stadscentrum. Een prachtig initiatief. Het combineert immers aandacht voor sport en aandacht voor erfgoed. Het traject leidt de lopers langs enkele erfgoedpareltjes die onze stad rijk is.

     

    Zo lopen de deelnemers ondermeer door de oude burchtpoort die op vraag van Karel V eeuwig bewaard diende te worden toen hij het Steen aan de stad Antwerpen schonk. (Waar is trouwens de vlag van het hertogdom Brabant? (de tweede voorwaarde van Keizer Karel)) Maar ik vraag me af waarom een dergelijk origineel en toe te juichen initiatief ook altijd een “over the top”-ideetje moet bevatten?

     

    Immers, de 4000 lopers worden ook nog even door het Stadhuis gejaagd. U leest het goed. Ze lopen dóór het stadhuis. Het Antwerpse stadhuis is van de hand van bouwmeester Cornelius Floris De Vriendt en een eerste voorbeeld van “Lage Landen Renaissance”. Het werd gebouwd in 1561. Al moet ik daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat het serieus diende herbouwd te worden na de Spaanse Furie in 1576. Het stadhuis is trouwens al heel wat jaren –terecht - UNESCO-werelderfgoed.

     

    Mij lijkt het stadhuis dan ook niet echt geschikt om 4000 mensen te laten joggen, lopen, spurten. Zo laat je toch ook geen loopwedstrijd plaatsvinden in het Rubenshuis, of laat je ook geen plaatselijke ronde lopen in de Kathedraal. Het zal wel weer te maken hebben met de sensatiesamenleving waarin we vandaag leven. Alles moet tegenwoordig een “eyecatcher” hebben. Iets dat “er over is” om meer aandacht te kunnen genereren.

     

    Ik vind het alleszins spijtig dat een dergelijk goed initiatief, een initiatief dat sterk genoeg op zichzelf staat, zich vergrijpt aan erfgoed. Spijtig ook dat de burgemeester dit toelaat. Zijn bestuursakkoord had als titel “Respect voor A”. Geldt dat respect dan niet voor het erfgoed van A?

  • De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

    Jonasson.jpgHet was alweer even geleden, maar het is tijd voor een boek. Voor wie houdt van het meer absurde werk is “De 100-jarige man die uit het raam klom een verdween” een van de betere werken van vorig jaar.

     

    Allan wordt 100 en dat moet in het bejaardentehuis gevierd worden. Alleen heeft ons hoofdpersonage daar niet zo veel zin in. Hij klimt uit het raam en kiest het hazenpad. Allen is niet alleen een kranige 100-jarige, hij kent ook geen enkele angst. Hij leeft van moment tot moment en is behoorlijk impulsief wat beslissingen betreft. Dat heeft ook zijn gevolgen. Het brengt hem in contact met een maffiabende, zorgt voor enkele ongelukkige overlijdens en voor een politieman die maar geen staart krijgt aan wat er sinds de verdwijning van Allen allemaal gebeurt.

     

    Bovendien blijkt uit het boek dat onze vriend Allen ook heel wat invloed heeft gehad in de internationale politieke geschiedenis van de 20ste eeuw. Al moet ik wel toegeven dat dit concept na de film ‘Forrest Gump’ niet waanzinnig origineel is. Maar auteur Jonas Jonasson versterkt dit gekende concept nog door zijn sterk gevoel voor humor. Jonasson zorgt er trouwens voor dat zijn verhaal een behoorlijk tempo heeft, zodat het boek eigenlijk nooit gaat vervelen en je helemaal geen ‘déjà vue-gevoel’ krijgt.

     

    Kortom, een geweldig humoristisch en meeslepend boek.

     

    Jonas Jonasson - De 100-jarige man die door het raam klom en verdween – 360 pagina’s – Nederlandse vertaling uitgegeven bij Bruna Uitgevers

  • De tragiek in Michael Collins

    Collins.jpgVandaag is het precies 90 jaar geleden dat Michael Collins stierf. Collins’ rol in de Ierse vrijheidsstrijd is best tragisch te noemen.

     

    Reeds op jonge leeftijd wordt hij Iers nationalist en sluit zich aan bij de Irish Republican Brotherhood. Hij zal ook als jonge kerel mee strijden vanuit het General Post Office tijdens de bekende Paasopstand in 1916. Een ongelijke strijd die resulteert in een keiharde Britse repressie. Maar Collins geeft niet op. Hij wordt een van de oprichters van het ondergrondse IRA en start een guerrilla tegen het Britse leger en Britse officials. Een strijd die min of meer succes heeft, want er komen onderhandelingen met de Britse regering. Daar waar iedereen verwacht dat de Ierse leider Eamon De Valera naar de onderhandelingen zou trekken, maakt Collins plots deel uit van de delegatie.

     

    En eigenlijk verliest Collins hiermee zijn kracht. Het was als Samson wiens haar afgesneden werd. Collins was hierdoor als guerrillaleider niet meer ongrijpbaar. Maar erger dan dat… Hij moet een compromis afsluiten dat niet eerbaar was en dat ook nooit kon zijn. De Britse regering staat op dat moment onder leiding van Lloyd-Webber., maar een van zijn kabinetsleden is ene Winston Churchill. Die toen nog jonge minister was niet vies van oorlog en hij spreekt dat dreigement ook zeer duidelijk uit. Collins die weet dat de Ieren geen partij zijn voor het Britse leger, moet zich tevreden stellen met de Irish Free State, min de zes noordelijke ‘counties’. Dat laatste is voor veel van zijn vroegere medestanders onaanvaardbaar, evenmin als het feit dat de Free State trouw moet blijven aan ‘the crown’.

     

    Het zal leiden tot een bloedige burgeroorlog, waar heel wat kameraden van weleer tegenover mekaar komen te staan. Net zoals Collins en De Valera zelf. Collins zal op 22 augustus 1922, in zijn eigen ‘county Cork’ en in functie als minister in de Free State-regering, neergeschoten worden door strijders voor een onafhankelijke en vooral ongedeelde Ierse republiek.

     

    Collins wordt zo de emanatie van de tragische dualiteit tussen deelnemen aan onderhandelingen in het belang van de vrede en het vaak daaruitvoortvloeiend oneerbaar en onaanvaardbaar compromis. Een dualiteit die nog steeds actueel is, met weliswaar minder drastische gevolgen.

     

    Voor de Ieren betekent het dat een deel van hun grondgebied nog steeds geregeerd wordt door een vreemde mogendheid. Het correspondeert alleszins niet met het Handvest van de Verenigde Naties. Dus laten we hopen dat het lied van Thomas Davies ooit waarheid wordt: A nation once again.

  • Gebrek aan historische kennis bij het stadsbestuur?

    foute vlag.JPGDit weekend neemt het jeugdtheater Het Paleis zijn intrek in het historische Steen. De Vlaams Belangfractie is redelijk tevreden met het feit dat dit historisch bouwwerk opnieuw een invulling krijgt. En zelfs een museale invulling gericht op kinderen. Maar één dag voor de opening ontdekte ik toch een kleine smet op de heropening van ’t Steen. Het is een historische smet.

     

    Het Steen was reeds in de 11de eeuw een van de versterkingen langs de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Graafschap Vlaanderen. (de eerste vluchtburg dateerde zelfs van eerder) Een grens die gevormd werd door de Schelde. Kortom, het Steen en de toenmalige “burg van Antwerpen”, was de voorpost van ons hertogdom. Een van de belangrijkste Hertogen van Brabant in de 16de eeuw was Keizer Karel V. (zeer goed bekend bij de Gentenaars). Hij gaf omstreeks 1520 de opdracht het Steen grondig te renoveren. Het resultaat van die renovatie is ongeveer het Steen zoals we het nu kennen.

     

    In 1549 schonk Karel V het Steen aan de stad Antwerpen onder twee voorwaarden. De burchtpoort diende eeuwig bewaard te worden en de vlag van het hertogdom Brabant diende te allen tijde op het Steen te wapperen. Het Vlaams Belang, ondermeer met Bob Hulstaert, is steeds blijven ijveren omde vraag van Karel V gestand te doen. Ook recent nog toen naar aanleiding van de intrek van ‘Het Paleis’ in het Steen alle vlaggen werden verwijderd.

     

    Schepen Güler Turan, liet me dan recent ook trots weten dat de Brabantse vlag opnieuw op het Steen wappert. Het was even schrikken toen ik het Steen vanmorgen voorbij kwam. Er wappert opnieuw een vlag… maar het is de verkeerde!!! Vandaag wappert de vlag van… de provincie Vlaams-Brabant. En die heeft niets te maken met het hertogdom waarvan keizer Karel hertog was. Die vlag bestond in de 16de eeuw niet eens.

     

    Dus voor alle duidelijkheid, de vlag en het wapenschild van het hertogdom Brabant is een “een gouden leeuw genageld en getongd van keel op een veld van sabel”.

     

    Misschien zijn er mensen die vinden: “die Wienen is ne miereneuker”. Wel het zij zo. Maar als we ons historisch erfgoed, als we tradtities en indentiteit van onze stad, als we belangrijke legendes willen behouden, moeten we het ook juist doen. Het gebrek aan historische kennis bij het stadsbestuur doet deze bewuste en trotse Brabander pijn.

  • Barbertje versus Lothario

    Dekker.jpgTaal is soms een eigenaardig iets. Ik moest daar weer aan denken toen ik de ‘Vrije Tribune’ van Freya Piryns in De Standaard van vandaag las. Ik wil niet op de inhoud ingaan, maar het wel hebben over een beeldspraak die al jaren gebruikt wordt. In haar tekst heeft Piryns het over “Barbertje die moet hangen.” Heel veel mensen heb ik die uitdrukking al horen gebruiken, maar ik heb nooit begrepen hoe die uitdrukking in onze taal is terecht gekomen.

     

    Immers, Barbertje komt voor in ‘Onuitgegeven toneelspel’ dat het bekende boek Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker voorafgaat. Alleen,... in die parabel staat niet Barbertje terecht, maar wel Lothario. Hij wordt er van beschuldigd Barbertje vermoord te hebben. En daarop staat de doodstraf. In zijn verdediging vraagt hij ondermeer om getuigen die kunnen bevestigen dat hij een “edel mens” is. En dat is volgens de rechter, die enkel op een veroordeling uit is, eigenwaan. En ook op eigenwaan staat de doodstraf. Als dan Barbertje levend en wel in de rechtszaak opduikt, wordt Lothario alsnog ter dood veroordeeld. Niet voor moord, maar wel wegens eigenwaan. Kortom, niet Barbertje, maar Lothario moet hangen.

     

    Dus vraag ik me nu al jaren af waarom we altijd zeggen: “Barbertje moet hangen”? Is er iets fout gegaan in de overlevering van de het verhaal van Multatuli? Of is er een bepaalde reden waarom we de uitdrukking ‘Barbertje moet hangen’, gebruiken? Wie het weet, mag me steeds een e-mailberichtje sturen met de reden. In het belang van mijn gemoedsrust. ;-)

  • Hobokens en Vlaams industrieel erfgoed: de Charlesville

    Charlesville.jpgBlijkbaar is het voor de stad Antwerpen (financieel) onmogelijk om de laatste nog bestaande Congoboot Charlesville naar Antwerpen te krijgen. Volgens onze goede vriend Ludo Van Campenhout past het schip ook niet in het project rond de Red Star Line. Nochtans is er een actiegroep die zich reeds twintig jaar inspant om dit schip naar Antwerpen te halen. En terecht.

     

    De Charlesville is immers een belangrijk deel van ons industrieel erfgoed. Het schip, meer dan 150 meter lang, werd in Vlaanderen op de - inmiddels ook ter ziele gegane - scheepswerf in Hoboken gebouwd. De Charelsville was tientallen jaren een belangrijk schip in de verbinding tussen Matadi en Antwerpen. Op die manier speelde het schip uiteraard ook een rol in onze welvaart. Intussen is het schip gedegradeerd tot jeugdherberg in de Duitse havenstad Rostock.

     

    cockerill Yards.jpgMisschien stellen sommige de vraag: “Wat bezielt Wienen nu om voor het behoud van iets te ijveren dat symbool staat voor het oude Belgique à papa en symbool staat voor de onderdrukking van de plaatselijke Congolese bevolking?” Wel,  ik zie het anders. Ten eerste ben ik geen beeldenstormer. België verdwijnt voor mij liever vandaag dan morgen. Maar betekent dit dat we daarom 180 jaar geschiedenis – met al zijn facetten in architectuur, kunst, erfgoed,… - moeten doen verdwijnen? Maar er is voor mij een belangrijkere reden. Het schip is gebouwd in Hoboken en is een voorbeeld van onze rijke scheepsbouw in Vlaanderen. Het is een product van Vlaamse handen. Dus voor mij het bewaren waard.

     

    Het schip zou in Vlaanderen een pronkstuk kunnen zijn van ons rijk industrieel erfgoed. Voor mij persoonlijk hoeft het schip niet in Antwerpen-centrum te liggen. Het zou evenzeer een plaats kunnen krijgen in Hoboken. Aangemeerd in de buurt waar de scheepswerf was waar het schip het levenslicht zag. Op die manier zou men evenzeer in het project kunnen verwerken dat er in Hoboken een zeer belangrijke scheepswerf was. Vandaar dat ik vandaag een schriftelijke vraag aan de Vlaamse regering heb gesteld om op zijn minst te onderzoeken of een dergelijk project mogelijk is.

  • Edele Brabant

    SteenDat vind ik nog eens een goed voorstel, se. Francis Van den Eynde en Rita De Bont hebben in de Kamer een voorstel van grondwetsherziening ingediend om de provincie Antwerpen zijn oorspronkelijke naam terug te geven. Nu ja, oorspronkelijke naam,… het zal Midden-Brabant heten.

     

    Terecht. Noord-Brabant (Nederland), Midden-Brabant en Vlaams- en Waals-Brabant zijn één geheel. Van 825 tot de achttiende eeuw was de provincie Antwerpen een deel van het hertogdom Brabant. Als deel van Brabant kende onze metropool ook zijn grootste bloei. Ik heb me trouwens altijd Brabander gevoeld. Ik kan genieten van heel wat zaken in Brussel (van heel wat niet, maar dat heeft eerder te maken met het vernielen van de rijke Brusselse geschiedenis en identiteit) en ook in Breda overvalt me steeds een soort thuisgevoel.

     

    Kortom, ik vind het altijd een meerwaarde dat er nog mensen zijn die het respect voor onze geschiedenis in daden omzetten. Trouwens, het is niet voor niets dat op het ‘Steen’ de Brabantse vlag wappert. Brabant, heimatland.

  • Verloren maandag

    worstenbroodHeb net een dubbel worstenbrood en ne lekkeren appelbol naar binnen. Tja, 'k word verwend thuis.

    Dus aan iedereen ne goeie verloren maandag gewenst. En voor diegenen die het vorige week hebben gevierd:... Mannekes, ge zijt verkeerd. Helemaal verkeerd. Als 't nodig is, zal 'k het nog wel eens uitleggen. Hier hebben ze 't gelukkig wel bij 't rechte eind.

    Verloren Maandag is dan ook een schitterende traditie. Iets van hier. En met van hier bedoel ik echt wel van hier. Toch maar voor de stadstaat Antwerpen gaan? ;-)

     

     

     

  • Leterme kent zijn vaderlandse geschiedenis uitstekend

    Leterme wantedToen een RTBF-journalist op 21 juli jl. aan formateur Leterme vroeg om het Belgisch volkslied te zingen, hief Yves Leterme uit volle borst de Marseillaise aan. Het Franse volkslied. (wat qua tekst trouwens een schitterend lied is, maar soit) Hiermee bewees Leterme dat hij zijn vaderlandse geschiedenis beter kent als de doorsnee Vlaming en Waal. Al was het zingen van de Marseillaise wel een doordenkertje.

     

    Want iedereen die het verhaal van de “Belgische Revolutie of Belgische Omwenteling” goed gelezen heeft, weet maar al te goed dat dit geen spontane volksopstand was tegen onze goede Koning Willem. Neen, iedereen weet dat het een opstand was die georchestreerd werd vanuit Frankrijk. In 1830 wemelde het in Brussel al maanden van Franse spionnen en Franse onruststokers. Franse spionnen die voor stemmingmakerij dienden te zorgen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden moesten destabiliseren, ten gronde richten of op zijn minst moesten opsplitsen. De Fransen waren al meermaals onze Zuidelijke Nederlanden “te gast” geweest. Het is Leterme ook duidelijk niet ontgaan dat bij de start van de zogenaamde “Omwenteling” de Franse vlag en niet de Brabantse kleuren aan het Brusselse stadhuis wapperde.

     

    Dat het na de “Belgische revolutie” (alsof die ooit heeft bestaan) wel degelijk de bedoeling van de Fransen was om de Zuidelijke Nederlanden opnieuw te annexeren, bleek al snel bij de conferentie van Londen waar de grootmachten bij wijze van compromis België dan maar boven de doopvont hielden. De enige reden waardoor de Fransen enigszins inbonden wat hun eis op de Zuidelijke Nederlanden betreft was het gearrangeerde huwelijk tussen de toekomstige koning van België en de dochter van de Franse koning.

     

    En het is ook niet verbeterd wat de macht van Frankrijk en van de Francofonie in dit land betreft. Denken we maar aan de gevleugelde woorden: “La Belgique sera Latine ou elle ne sera pas.” Denken we maar aan de manier waarop het establishment  er voor gezorgd heeft dat er quasi geen enkele Vlaming terecht kon bij het diplomatiek korps. (Tot dat de Fayat-boys kwamen en dan nog) Van waar denkt men dat het gevleugelde spreekwoord komt ‘als het in Parijs regent, druppelt het in Brussel’?

     

    En we moeten niet eens zo ver gaan in de “vaderlandse geschiedenis”. Ik vergeet nooit de uitspraak van toenmalig fractievoorzitter van de PS in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en “oprechte vriend van het Vlaams Belang” Claude Eerdeckens: ‘Nous sommes fier d’ être proche à un grand pays comme la France.” (Rik Daems van de VLD zal zijn repliek op die woorden wel al vergeten zijn vermoed ik. Zo gaat dat immers bij de staatsgezinde VLD)

     

    Kortom, een ontwikkeld man als Leterme weet dit allemaal wel. Daarom apprecieer ik zijn ironische antwoord wel. Blijkbaar doet het Leterme wel wat dat hij door de Francofonie in dit land als de baarlijke duivel wordt afgeschilderd. Daarom zeg ik: goed zo, Yves! En wat hij deed was niet enkel ironisch. Het is de waarheid. Deze onstaat België was Frans, is Frans en zal altijd Frans zijn. Alleen twijfel ik of Yves Leterme na de heisa van de afgelopen dagen ooit de ware reden van het zingen van de Marseillaise kond zal maken.

     

    UPDATE 24/07: Wat had ik gezegd? Leterme ontkent de ware reden. Hij excuseert zich en hoopt dat hij met zijn Marseillaise niemand heeft gebruuskeerd. Tja, hij moet beste vriendjes met de Franstaligen blijven als hij premier wil worden. Maar 't is maar een flauw excuus.

  • Schuilt er een latent Nationaal-Socialist in Marc Vandelooverbosch (VRT-Radio 1)?

    horstAfgelopen maandag was er in Voor de Dag op Radio 1 een opmerkelijk stukje van Marc Vandelooverbosch te horen. (luister hier)

     

    In het stukje ‘Wetstraatwatcher’ had hij het o.a. over de receptie op het koninklijk paleis, over de receptie van de CD&V en ook over de gebeurtenissen die zich vorige week binnen het Vlaams Belang afspeelden. Hij ergerde zich duidelijk aan het feit dat de plooien zijn gladgestreken (als die er al waren) en dat we als een Testudo naar de verkiezingen gaan. Bij zijn vaststelling dat de rangen bij Vlaams Belang gesloten blijven, zei hij plots: “Die Fahne hoch, die Reihen fest geschlossen.” Eigenaardig. Ik vroeg me dan ook af vanwaar die tekst kwam en wat die betekende. Een journalist als Vandelooverbosch doet zoiets niet zonder reden. Dus tikte ik op Google “Die Fahne hoch” in en kwam op een site waaruit bleek dat dit een lied is dat geschreven is door ene Horst Wessel. En dat er trouwens ook parodieën werden op gemaakt. De originele versie blijkt echter zo te klinken. (Op internet vind je echt quasi alles. Zelfs een afbeelding van Horst Wessel. Wat mij betreft allemaal eigenaardig, hoor.)

     

    Maar helemaal geschokt was ik toen ik las dat Horst Wessel een nationaal-socialist was en dat dit lied het officiële lied van de NSDAP van Adolf Hitler was. Eigenaardig, niet? Ik vraag me dan ook af: hoe komt het immers dat een man als Marc Vandelooverbosch de beginzinnen van dit lied kent? Dit lijkt me toch niet de doorsnee parate kennis van een Vlaamse burger. Dit is nu toch echt niet iets dat je zou aanschouwen als algemene ontwikkeling? Shockerend, gewoon. Zou dit nu betekenen dat er een latent Nationaal-socialist schuilt in deze VRT-journalist? (lol)

     

  • De vloedgolf van 15 jaar geleden

    24 nov 1991Raar eigenlijk. Bijna niemand heeft vandaag stilgestaan bij het feit dat het vandaag 15 jaar geleden was dat het Vlaams Blok zijn grote doorbraak in nationale verkiezingen maakte. Het was de eerste campagne waar we met 20m²-affiches uitpakten, met advertenties in kranten, een heuse spot op TV,…

     

    We stegen toen voor het eerst boven de 10% en haalden 12 kamerzetels (toen nog op 212 kamerleden) en 6 Senatoren. Het was een spannende tijd, een schitterende tijd. Op het vijftal Dillen-Annemans-Dewinter-Van Hauthem-Verreycken had niemand enige ervaring met parlementair werk. Een van de verkozen waren hadden het geluk drie jaar ervaring in een gemeenteraad achter de kiezen te hebben.

     

    En toch hebben ze de partij doen uitgroeien tot een partij ruim boven de 20%, zijn de twee rijtjes in de Kamer vervangen door een heuse “spie” zoals de groten dat hebben. Ook prachtig hoe vaak onervaren kamerleden en senatoren hun job hebben gedaan. Neem nu Luk Van Nieuwenhuysen bij ons in ’t Vlaams Parlement. Intussen al 15 jaar op dat niveau bezig en nog is het werktempo van die man niet bij te houden, is zijn inzet groot.

     

    Van de 12 van de kamer van toen en de 6 van de senaat (het Vlaams Parlement werd toen nog niet rechstreeks verkozen)zijn er al een deel uit het beeld (en uit het parlement) verdwenen. Vandaar dus vandaag mijn eerbetoon aan de mensen van toen. Samen met het trio Dillen reeds sinds 1978 in ’t parlement)-Annemans-Dewinter(sinds 1987 in ’t parlement), hebben zij voor een groot stuk mee de weg geëffend voor de partij die we nu zijn.

     

    Dus Gerolf Annemans, Xavier Buisseret, John Spinnewijn, Filip Dewinter, Filip De Man, Francis Van den Eynde, Marijke Dillen, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Jan Caubergs, Frans Wymeersch (Kamer) en Wim Verreycken, Roeland Raes, Walter Peeters+, Roger Bosman, Roeland Van Walleghem, Door Buelens, mijn oprechte dank en respect. Wees gerust, we zetten het werk verder.

  • Herman De Croo en onze goede koning Willem

    koning WillemNaar aanleiding van de dag van de dynastie van gisteren hoorde ik kamervoorzitter Herman De Croo verklaren dat het dit jaar een speciale dag was, want 175 koningshuis, 175 jaar Belgische grondwet en 175 jaar parlement.

     

    Dat laatste vind ik toch enigszins oneerbiedig tegenover de rijke geschiedenis van het Paleis der Natie is en tegenover onze goede koning Willem. Het parlementsgebouw werd – als ik me niet vergis – in 1779 opgericht en huisvestte de Raad van Brabant. Die raad was weliswaar soeverein ten tijde van de Oostenrijkse bezetting, maar we kunnen die raad niet echt beschouwen als een parlement zoals wij dat kennen. Maar een parlement zoals wij dat min of meer kennen, was er wel reeds in gehuisvest geruime tijd voor de onafhankelijkheid van België in 1830.

     

    Het was immers onze goede koning Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden die er de Staten-Generaal in onderbracht. Die parlementaire vergadering vergaderde afwisselend in Den Haag en Brussel. Het was dan ook niet meer dan terecht dat de buste van koning Willem evenzeer een plaats had in de wandelgangen van het parlement tussen de bustes van de Belgische eerste ministers. Zijn rol in de geschiedenis van het Paleis der Natie in Brussel is dan ook belangrijk. Alleen,… het beeld van onze goede koning Willem is uit de wandelgangen, uit het zicht van de bezoekers van het parlementsgebouw verdwenen. Ondanks het feit dat ik overtuigd republikein ben vind ik toch dat een beetje meer respect voor de geschiedenis zou wel op zijn plaats zijn.