Muziek

  • Liefde voor.. nuance

    ¨Lint.jpgIk kan wel zeggen dat ik een fan ben van het VTM-programma ‘Liefde voor muziek’. Dit is intussen het derde seizoen dat ik elke maandagavond aan het scherm gekluisterd ben. Er worden daar geweldige dingen gebracht. Ik kan niet zeggen dat ik een favoriet seizoen heb. Al vond ik wel dat Slongs in seizoen 1 er het beste in slaagde om liedjes naar een andere dimensie te sturen.

    Soit, dit jaar is Isabelle A van de partij. Ook haar heb ik altijd een steengoeie zangeres gevonden. Maar onvermijdelijk kwamen de beelden van 1991 terug boven. De beelden van een jong meisje dat haar liedje ‘Blank of Zwart’ bracht terwijl binnen en buiten de zaal door Vlaams Blokkers betoogd werd. De beelden werden door Bart Peeters ingeleid met de woorden dat het ging over extremisten die een jong meisje wilden verhinderen haar rechtvaardigheidsliedje te zingen.

    De terechte opmerking van Josje Huisman, ex-K3: “Hier keert mijn maag van.” Als ik een jonge vrouw zou zijn - Josje was 5 op het moment van dat optreden – en steeds in een beschermd coconnetje zou zijn groot geworden, deze inleiding bij de beelden zou krijgen en dan die beelden zou zien,… mijn reactie zou dezelfde zijn.

    Alleen,… ik ben geen jonge vrouw, noch ben ik in een beschermd coconnetje groot geworden. En wat de inleiding en de beelden betreft… Ook dat heeft weinig effect. Ik was er immers bij. En Ik kan het niet helpen. Maar bovenop mijn liefde voor muziek, komt dan mijn liefde voor nuance boven.

    Nuance, vooral om drie redenen. Ten eerste kwam het Vlaams Blok daar niet tegen Isabelle A protesteren. Noch tegen haar liedje. Het protest was tegen de inplanting van een groot asielcentrum in de kleine gemeente Lint. Het programma was niet echt ‘entertainment’. Het was een uitzending van het programma van de toenmalige BRT-nieuwsdienst, Panorama, waarbij heel wat mensen aan bod kwamen, behalve de tegenstanders van het asielcentrum.

    Ten tweede had de toenmalige BRT wetende dat het Vlaams Blok buiten zou manifesteren, de piepjonge artieste Isabelle A gevraagd om haar liedje Blank en zwart live te komen zingen. Dat was alvast een goede provocatie waarbij ze de onverholen hoop hadden dat dit bij de Vlaams Blok-manifestanten als een rode lap op een stier zou werken. Eveneens hopend op stevige rellen zodat het Vlaams Blok een slecht daglicht zou kunnen worden geplaatst. Alleen denk ik, dat die jonge spring in het veld, die Isabelle was, niet echt wist in welk scenario ze terecht was gekomen. Wat trouwens normaal is. Wie denkt nu dat een nieuwsdienst van een openbare omroep zo perfide te werk gaat?

    En tot slot wil ik het over de tijdsgeest hebben. Ook dat speelt mee. In de internetsamenleving van vandaag worden dergelijke manifestaties niet langer aanvaard. Zelfs als je de juiste duiding brengt, over het waarom, over de omstandigheden en dergelijke meer, dan nog zullen jongeren van vandaag met een verbaasde blik die beelden bekijken en zich afvragen: “wa is da voor iets?” Zij hebben een totaal ander kader, totaal andere middelen waarmee ze zich manifesteren en hun mening kenbaar maken. In 1991 was dat wel anders.

    Geniet ik nu minder van dit programma? Storen de betrokken artiesten me. Geenszins. Daarvoor maken ze teveel moois. Maar evenzeer schrijf ik dit, de woorden van Edith Piaf indachtig.

  • Aida en de pluchen olifant

    aida.jpgAfgelopen vrijdag ben ik nog eens naar de Vlaamse Opera geweest. De verwachtingen waren hoog gespannen, want er stond een klassieker op het programma: Aida van Verdi. Resultaat: het zal weer een tijdje duren eer ik nog eens een voorstelling zal bijwonen.

     

    Ik heb nochtans begrip voor het feit dat niet alle opera’s kunnen uitgevoerd worden zoals ze destijds zijn geschreven en dat een en ander een fris kleedje aangepast mag worden. ‘De Schelde van Peter Benoit kan qua kostenplaatje ook niet meer uitgevoerd worden zoals oorspronkelijk geschreven. Ik begrijp dat ze afgelopen vrijdag geen levende olifant op het toneel hebben gezet. Maar Ramadès ten strijde laten trekken met een kleine pluchen olifant??? Een beetje belachelijk, me dunkt. En wat te vertellen van het decor? Een witte kooi met één rode sofa. Dat was het dan. Het koor zat verstopt achter de witte kooi. Eén keer krijgen we het koor te zien als de witte wand openschuift. Het koor in zwarte banken die als een politburo bij een 1 mei-stoet in Moskou alles aanschouwen. Potsierlijk. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

     

    Of hoe een regisseur en een decorbouwer een hele sfeer naar de knoppen kunnen helpen. En eigenlijk had ik het moeten weten. “Zo hoort het tegenwoordig in de moderne opera”, wordt me dan meegedeeld. Zo heb ik ooit Turandot van Puccini moeten aanschouwen met als decor een reusachtige zwarte keukenstoel en iedereen gekleed in een beige impermeabel. En dan te weten dat bij die opera zo’n prachtige kostuums hoorden. Of Il Trovatore. Het decor… een reusachtig hoofd van een babypop…

     

    Kortom, ik kan het best hebben dat men wat praktische zaken verandert om een opera te kunnen uitvoeren, maar op de duur is niets meer heilig. Op den duur is er geen respect meer voor de componist/schrijver van het kunstwerk. De volgende stap is dat ze de teksten en muziek nog gaan aanpassen. Wie weet gaat men nog een stevige beat onder de aria ‘Celeste Aida’ steken.

     

    Noem me traditioneel, conservatief,… eender wat,  maar van het Antwerps stadhuis, hét eerste voorbeeld van Lage Landen-renaissance, ga je toch ook niet afbreken om er een functioneel gebouw van te maken in de vorm van een A. (Hoewel, ik wil Janssens niet op ideeën brengen.) Dus geef mij maar de ‘old school’ opera’s.

  • Toch liever een andere naam voor de ‘Nief Strangers’

    De strangers.jpgGisteren was het ‘Antwerpen zingt’ en heb ik de ‘Nief Strangers’ aan het werk gezien. Sfeermakers met heel wat artistiek talent, maar met De Strangers heeft het allemaal weinig te maken. En wat mij betreft gaat het zelfs niet over ‘De gustibus et coloribus non est disputandum’.

     

    Het idee van de ‘Nief Strangers’ komt van Carl Huybrechts. Het concept is simpel. Men zoekt enkel zeer creatieve Antwerpenaren die je dan los laat om Antwerpse teksten te verzinnen op anderstalige recente nummers. De geselecteerden werden door Huybrechts gebombardeerd tot de opvolgers van de sympathieke volksgroep De Strangers.

     

    Maar een andere grote Antwerpenaar die ook tot ons cultureel erfgoed behoort, heeft het ons reeds lang geleden geleerd: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Wat zijn zoal die praktische bezwaren?

     

    Zo waren De Strangers allemaal goede muzikanten, al zullen muziekbobo’s dat wel nooit toegeven. Bob was een schitterend gitarist, net als Nest die dan ook nog fantastisch op een bas speelde. Den John en Gust waren accordeonisten. Om het dan nog niet te hebben over de muzikale capaciteiten van Alex en Pol. En dat maakt het hoe dan ook makkelijker nummers te schrijven of te herschrijven en ze met verve te brengen op een podium. De ‘Nief Strangers’ brachten heel veel sfeer, waren één brok energie en enthousiasme op het podium (ook belangrijk) maar muzikaal zijn het geen hoogvliegers.

     

    Ten tweede, en dat vind ik eigenlijk het belangrijkste, De Strangers deden veel meer dan eender welke Antwerpse tekst te verzinnen op een anderstalige hit. De Strangers waren een soort muzikale sociologen-historici. Zo brachten liederen – weliswaar op een luchtige manier – over heel wat maatschappelijke problemen en gebeurtenissen. Over de problematiek van de gastarbeid (Achmed Nouga, de gastarbeider, Ziekekas, …) over (en dat voor er sprake was van kinderrechtencommissarissen en aanverwanten) over kinderrechten (’t Jaar van ’t kind, Het sleutelkind) maar ook over dierenbescherming (’t Lieke van den hond), over de economische crisis (Den dopper, Dure koffie, Inflatie…), over politieke onkunde (Noppes,…), of gewoon over actuele situaties (De nieven tram, De mono-kini,…) en dan heb ik het nog niet over vele schitterende ballades die uit de pen van deze groep zijn gevloeid en weinig met actualiteit te maken hadden.

     

    En heel wat van de teksten – uiteraard niet allemaal – waren pareltjes. Vooral Alex en Gust (Torfs) waren schitterende tekstschrijvers. Aan Gust hebben we trouwens ons officieus volkslied ‘Antwârpe te danken.

     

    En tot slot, of men het nu graag heeft of niet, De Strangers zijn cultureel erfgoed. En erfgoed moet je koesteren en niet namaken. Het is alsof je de kathedraal opnieuw zou laten bouwen in een moderne versie. Dat doe je ook niet. En daarom heb ik problemen met de naam ‘Nief Strangers’. In Antwerpen is er ook nooit – en maar goed ook – een schrijver opgestaan die zijn boeken schrijft onder het pseudoniem ‘de nieuwe Elsschot’ of is er geen tekenaar die het in zijn hoofd haalt om stripverhalen te maken onder de naam ‘De nieuwe Vandersteen’. Ik denk dus dat het beter is dat de ‘Nief Strangers’ – als ze verder gaan met dit project – op zoek gaan naar een andere naam. Maar dat is natuurlijk slechts mijn bescheiden mening. Maar misschien sta ik daar niet mee alleen.

  • Brel en deze F...

    BrelVandaag is het dertig jaar geleden dat Jacques Brel stierf aan longkanker. Ik was toen zeven jaar. Toen kende ik Brel enkel maar van het liedje van De Strangers – voor mij nog steeds zowat de belangrijkste Vlaamse sociologen van de 20ste eeuw – “a Monsieur Jacques Brel, Chanteur comique”. Het was een aanklacht tegen het liedje “Les Flamingants” van Brel.

     

    De Strangers zijn nog altijd een groep die een onwisbare indruk en stempel op me hebben nagelaten, maar hadden ze gelijk? Ja en neen. Ja, want het liedje ‘Les F…” is onnodig grof, vernederend en stigmatiserend. Neen, omdat je het moet kaderen. Wat heeft Brel gedreven tot dat nummer? Brel had net van een bepaald segment in Vlaanderen “zijnen bak vol gekregen” over zijn liedje “Les Flamandes”. En met dat lied was eigenlijk niets mis. “Les Flamandes” kan je hoogstens inschatten als een aanklacht tegen de kneuterigheid die wel al eens bij ons de kop op stak (en soms nog steekt). Kneuterigheid die je trouwens ook in andere landen tegenkwam, Maar Brel zong over “Les Flamandes” omdat, zoals hij zich ter zake verdedigde, nu eenmaal “Un Flamand” was. Brel was nu eenmaal een gevoelsmens. Een gevoelsmens die zich gekrenkt en meer nog gekwetst voelde vanwege die hevige, soms overdreven, reacties van diegenen die hij als zijn volksgenoten beschouwde.

     

    Het is mijn moeder zaliger, nochtans hevig Flamingant, die me de liefde voor Brel heeft bijgebracht. Brel was immers geen fanatieke Franstalige met een hartsgrondige haat ten overstaan van de Vlamingen. Brel was een verfranste Brusselaar (zijn vader was een West-Vlaming) die nooit zijn liefde voor Vlaanderen onder stoelen of banken heeft gestoken. Denk maar aan zijn 8 à 9 Vlaamse liedjes – terwijl hij die taal niet volledig beheerste- en zeker aan “Mijn vlakke land.”. Kortom Brel wás niet alleen Vlaming, hij vóelde zich ook Vlaming.

     

    Ik zou hier bladzijden lang over het oeuvre van Brel kunnen schrijven – het gaat tenslotte over bijna 200 liedjes – maar voor mij is de rode draad de passie die Brel zowel in zijn liedjes als in zijn optredens kon leggen. Doorleefd, doorvoeld,… Elke tekst was een pareltje. Ik heb geen schrik om te zeggen dat voor mij Brel een van de grootste (zoniet dé) Vlaamse zanger van deze tijd was. Ik heb dan ook eerder de neiging om Brel “Les F…” te vergeven. Brel was een gevoelsmens. En als men dat prachtig vindt voor 191 liedjes, dan moet men ook maar dat 192ste liedje - dat misschien pijn doet – erbij nemen.

  • Kwaliteitskranten en algemene ontwikkeling

    RodenbachDe Morgen gaat er altijd prat op dat het een kwaliteitskrant is. Ze gaan er van uit dat ze over uitstekende (onderzoeks)journalisten beschikken. Tja, als ze het zelf zeggen.

     

    Maar ik ging er steeds van uit dat die journalisten dan ook een zekere “Algemene Ontwikkeling” hebben. Ze zeggen toch allemaal zo graag dat ze “intellectueel” zijn. Wel, een goede algemene ontwikkeling lijkt me inherent aan het intellectueel zijn. Ik ben alweer een illusie armer.

     

    Zo gaf Bart Eeckhout van De Morgen in zijn krant zijn mening over het voorstel van een Antwerpse gedeputeerde om op school opnieuw de "Vlaamse liederenschat" aan te leren. Eeckhout is het idee genegen, maar schrijft over Albrecht Rodenbach: “de eerst schromelijk overschatte en nu helemaal vergeten toondichter van ‘Klokke Roeland'.".

     

    Raar, hé. Ik heb altijd gedacht dat Rodenbach een schrijver, een dichter was. De laatste keer dat ik heb gekeken was een toondichter een componist. Iemand die muziek schrijft. Rodenbach heeft helemaal de muziek van ‘Klokke Roeland’ niet geschreven. De muziek is van Johan De Stoop.

     

    Er is dus duidelijk iets mis met de algemene ontwikkeling van bepaalde mensen. En als dat een probleem lijkt te zijn, zorg er dan voor dat je voldoende kennis over een onderwerp hebt, voor je je mening aan het kostbare papier toevertrouwt.

     

    In een zelfde kader kan ik zeggen dat het “Heilig Hermanneke” van Merksem geen pater was. Maar dat is weer een ander verhaal.

     

    UPDATE: Ben het boekje van voormalig Wetstraatjournalist Pol Van den Driessche (Overleven in de Wetstraat) aan het lezen. Ook daar een dergelijk voorbeeld. Volgens Pol (Blz. 75) was Joris Van Severen VNV-volksvertegenwoordiger toen hij in 1928 de uitspraak: "La Belgique, qu' elle crève!" zou hebben gedaan. Opmerkelijk historisch feit, daar het VNV pas in 1933 werd opgericht. Wat is dat de jongste tijd toch met die onnauwkeurigheid?

  • Pavarotti is niet meer

    PavarottiDonderdag laatsleden, ik was nog in Italië, bereikte me het bericht dat de grote tenor, Luciano Pavarotti aan pancreaskanker overleden was. Nu ja, bereikte me,… de Italiaanse media stonden er vol van. Terecht ook.

     

    Pavarotti was een uitzonderlijke zanger. Als tenor is hij er, in deze voor opera moeilijke tijden, in geslaagd de drempel naar de klassieke muziek, de drempel naar de opera voor tienduizenden mensen te verlagen. Pavarotti was dan ook een ster. Geen doorsnee operazanger, maar een glamourfiguur. Ok, met alle grillen vandien. Want er is ook geen operazanger als Pavarotti die op een dergelijke wijze ook negatieve sterallures aan de dag kon leggen. Groot optreden of niet, de Met of niet, als Luciano geen zin had, kwam hij gewoon niet uit zijn bed.

     

    In die zin verschilde hij veel van een tenor als Placido Domingo Ook een stertenor, maar de man was zijn zangcarrière begonnen als bariton. Enkel met hard werken en oefenen, met bloed zweet en tranen, is hij naast Pavarotti een van de grote tenors van deze generatie geworden. Deze man wist vanwaar hij kwam en had dus geen kapsones.

     

    Maar dat maakt van Luciano Pavarotti allesbehalve een slechte. Het was een natuurtalent. Een natuurtalent zoals Caruso (waar ik zoveel van heb horen over vertellen door mijn grootvader zaliger) er een moest geweest zijn. Pavarotti werd terecht de “king of the high c’s” genoemd. Zijn commercieel project waarbij hij zovele duizenden mensen dichter bij het operagenre bracht, ‘the hree tenors’, met aan zijn zijde Placido Domingo en José Carreras, was daar een bewijs van. Daar schitterde Pavarotti niet enkel met zijn présence, maar ook met zijn warme volle en zo ver reikende stem waarbij de andere tenoren, grote, wereldberoemde tenoren, vaak verstek moesten laten gaan voor het bereik van Pavarotti’s stem.

     

    Kortom, om het Cassius Clay (zijn moeder noemde hem Cassius Clay dus ik zie niet in waarom ik hem Mohammed Ali zou noemen, integendeel zelfs)  te parafraseren: Pavarotti was the greatest.” Luciano Pavarotti laat een leemte achter. Zo veel is zeker.

  • Afrikanertrots mag niet blijkbaar niet

    BoereoorlogOveral ter wereld worden we geconfronteerd met mensen, met volkeren, die hun trots voor hun afkomst uiten. De Ieren zijn daar een voorbeeld van. Overal ter wereld waar er Ieren wonen, viert men Saint-Patricksday op 17 maart. De straten kleuren dan groen (de nationale Ierse kleur) en zwart (van de Guinness). Niemand neemt aanstoot aan die trots. Integendeel zelfs, de mensen vinden het leuk. Niemand ter wereld neemt aanstoot aan een Afro-American die stelt: “I’m black and I’m proud. De Engelsen gaan nog verder. Die eren bv. verschillende "grootheden" uit hun geschiedenis met standbeelden. Ze kijken zelfs niet zo nauw naar wat de daden voor ‘t vaderland van die “helden” zijn. Denk maar aan de vele monumenten van bloeddorstige krijgsheren en generaals als Oliver Cromwel, Bomber Harris,…

     

    Maar in Suid-Afrika is dat blijkbaar anders. Daar is er een hele heisa ontstaan over dit lied van Bok van Blerk. (zeker eens spelen) Het lied handelt over Generaal Koos De La Rey. De La Rey was generaal bij de Boerenlegers die in de tweede Anglo-Boerenoorlog streden tegen een Engelse overmacht die vooral geïnteresseerd was om de grondstoffen in Transvaal (goud dus) tot de hunne te maken. En die Engelsen gingen daarbij  nogal driest te keer. Als je alleen al maar denkt aan de concentratiekampen  waarin vrouwen en kinderen van Afrikaners werden opgesloten en waarbij duizenden van hen het leven lieten. Of het platbranden van dorpen en boerderijen.

     

    De La Rey was en man die opkwam voor de boeren en tegen het hen aangedane onrecht. Dat hij geen oorlogzuchtig man was, blijkt trouwens uit de vredesonderhandelingen die hij mee heeft gevoerd.

     

    Alleen,… het liedje van Bok van Blerk wordt niet echt in dank aanvaard in deze politiek-correcte wereld. In Namibië is het verboden en ook in het parlement van Suid-Afrika was er een debat om het te verbieden (wat gelukkig niet lukte). Nochtans geeft de zanger op geen enkel moment aan dat hij heimwee heeft naar het apartheidsregime (integendeel), het is geen uiting van racisme, het is geen oproep om de wapens op te nemen tegen het huidige regime in Zuid-Afrika,…. De man bezingt gewoon een zeer sombere periode uit de geschiedenis van zijn volk. Hij heeft het lied geschreven uit wat hij noemt “Afrikanertrots”. Mag de wereld nog eens geconfronteerd worden met een stukje geschiedenis?

     

    Ach soit, beluister het lied en bekijk de clip en oordeel zelf.

  • Gelukkige verjaardag Fender

    eric claptonFender is zestig jaar geworden. Fender is bekend van zijn gitaarversterkers en gitaren. De meest beroemde is waarschijnlijk de Fender Stratocaster. Een prachtige gitaar, perfect om wat blues mee te spelen. De Strat is ook de gitaar van legendarische gitaristen als Pete Townsend (nog recent gezien op Werchter 2006, dank u Herman Schueremans), Eric “Clapton is god” Clapton en Jimi Hendrix.

     

    Volgens de overlevering is het zelfs zo dat Clapton ooit een linkshandige Stratocaster aan Jimi Hendrix heeft willen cadeau doen. Hendrix was immers linkshandig, maar een linkshandige Start was niet zo makkelijk te vinden. Alleen heeft Clapton zijn geschenk nooit kunnen bezorgen omdat Hendrix plots overleden was. Blijkbaar heeft Clapton daar nog steeds spijt van. Soit, happy birthday, magistrale gitaar. Maar dit bericht geheel terzijde.