voetbal

  • Antwerps voetbal is hip

    RAFC.jpgDat R. Antwerp FC opnieuw naar eerste klasse gaat, is alleszins een opsteker voor mijn gemoedsrust. Stel je voor dat ik de afgelopen jaren zou gestorven zijn. In de hemel moeten vertellen aan mijn voetbal liefhebbende ouders dat er geen enkele Antwerpse ploeg in eerste klasse speelde… Neen, dat zag ik helemaal niet zitten. Ze zouden me trouwens niet eens geloofd hebben.

    Maar alle gekheid op een stokje. RAFC hoort thuis in eerste klasse. Thuiswedstrijden afwerken met gemiddeld 12.000 toeschouwers,… Heel wat huidige eerste klasse-clubs kunnen er enkel maar van dromen. Enkel het stadion zal wel een opknapbeurtnodig hebben. Maar met een gerenommeerd stadionbouwer als hoofdfinancier zal dat ook wel in orde komen.

    Maar het is niet alleen RAFC. Er is een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat KFCO Beerschot-Wilrijk opnieuw kampioen wordt en een reeks hoger mag gaan spelen. Dus de poort naar het professionele voetbal in 1B zal worden open gebeukt. Op het Kiel spelen ze trouwens al een paar jaar voor een gemiddelde van 6000 toeschouwers. Ongezien voor ploegen in 1ste provinciale, vierde en derde klasse.

    En dan is er mijn geliefde die ik eeuwige trouw heb beloofd: Berchem Sport. Geel-zwart maakt nog steeds kans op de titel in 2e amateur B en heeft alvast een ticket voor de eindronde op zak. Het is dus niet ondenkbaar dat Berchem de promotie naar de 1e amateurliga afdwingt. Voor de topwedstrijd tegen Thes Sport waren er meer dan 2000 toeschouwers in het Ludo Coeckstadion. Ook geen alledaags aantal voor de 2de amateurliga.

    En in de 3de amateurliga staat City Pirates (het vroegere Olse Merksem) verdient op de tweede plaats. Wat zou het mooi zijn als al deze Antwerpse clubs volgend jaar een reeks hoger zouden spelen? Maar belangrijker dan dat, de sfeer rond het Antwerps voetbal is terug positief. Het Antwerps voetbal als een soort hype geworden. Dat zag je ook aan de beelden van de viering op de bosuil. Heel wat jonge mensen die Antwerp FC amper in eerste hebben weten spelen, laat staan dat ze het Wembleyavontuur hebben meegemaakt. Maar ze zijn allemaal diehard Antwerp-fans. En die trend zie je op alle clubs. De toekomst is verzekerd.

    En tot slot, ook sponsors hebben de weg naar de Antwerpse clubs gevonden. Zo heeft Patrick De Cuyper zich verzekerd van een paar interessante bedrijven om stamnummer 1 te steunen. Ook het sponsorverhaal op KFCO Beerschot-Wilrijk loopt als een trein (nu Berchem nog). Het Antwerps voetbal is hip en een echte hype. En het ziet er niet naar uit dat die hype snel zal verdwijnen. Kortom, een nieuwe lente kondigt zich aan in het Antwerpse voetbal. En maar goed ook, want die donkere en koude winter heeft lang genoeg geduurd. R. Antwerp FC is al op zijn bestemming aangekomen, nu de andere clubs nog.

  • De “Nessie” in het Antwerpse voetbalstadion

    Stadion.jpgHet dossier van het Antwerpse voetbalstadion is iets als het beroemde ‘monster van Loch Ness’. Om de zoveel jaar duikt het wel een keertje op. Zo waren er eind jaren ’80 bij Antwerp plannen om een gloednieuw stadion op, de Bosuil te bouwen. De plannen verdwenen samen met trainer Georg Kessler. De plannen voor een groot Antwerps voetbalstadion doken dan weer op eind jaren ’90. Dat had alles te maken met de gezamenlijke organisatie van het EK 2000 door België en Nederland.

    De meest recente plannen dateren dan weer van ongeveer 2007-2008. Dit keer in het kader van een eventuele organisatie van een WK-voetbal in België en Nederland in 2018. Opvallend in dit dossier was wel dat er effectief geld werd ‘gereserveerd’ in de budgetten van de stad en het havenbedrijf. En er werd een locatie vastgelegd: op de Scheldekaaien aan de kop van de te ontwikkelen bedrijvenzone Petroleum Zuid, nu Blue Gate Antwerp. Eén zaak was men echter vergeten. Een draagvlak bij de Antwerpse voetbalclubs. Het dossier stierf een stille dood.

    Maar nu de Antwerpse voetbalclubs stilaan uit een diep dal kruipen, wordt het dossier van onder het stof gehaald. De mogelijke promotie van twee bepaalde clubs naar respectievelijk eerste klasse A en B, zal daar wel niet vreemd aan zijn.

    Om een kans op succes te hebben moeten er wel enkele vragen beantwoordt worden:

    1. “We zijn wel in staat om enkele tientallen miljoenen euro’s bij elkaar te schrapen,” dixit Bart De Wever. Maar kan hij dat geld investeren in een voetbalstadion voor R Antwerp FC en KFCO Beerschot-Wilrijk? Een professionele voetbalclub – en dat zijn alle clubs in 1A en B wordt door de Europese Commissie beschouwd als een bedrijf. Geld steken in hun stadion is voor Europa dan ook illegale staatssteun aan bedrijven.
    2. Slaagt men er in wel een draagvlak bij de clubs te creëren voor een gemeenschappelijk stadion. De Ghelamco-arena bewijst dat zo’n stadion een goudmijn kan zijn. Dat worden alvast moeilijke gesprekken. En de sfeer is al ineens gespannen want beide clubs werden over deze plannen nog niet ingelicht.
    3. Wat met de Bosuil? Die gronden zijn eigendom van R. Antwerp FC. Is het billijk dat Antwerp heel wat centen zou genereren uit een ontwikkeling op de Bosuil terwijl een groot stuk van hun stadion gefinancierd wordt door de stad, en dus de belastingbetaler?
    4. Wat met de belofte van schepen Rob Van de Velde om een bescheiden nieuw stadion te bouwen voor Berchem Sport? (Dat mag trouwens wel van Europa want hier gaat het niet om een profclub) Belofte inslikken of twee stadions bouwen?

    En er blijven nog heel wat vragen vooraleer er een schup in de grond kan. En dan blijft eigenlijk de hamvraag over: “Zal Nessie tegen de tijd dat al die vragen zijn beantwoordt niet terug de kille diepten van Loch Ness opgezocht hebben?

  • Johan Cruijff: Mijn verhaal

    Cruijff.jpgHet is een bestseller, maar ik vrees dat er veel lezers van een kale reis zijn teruggekomen na het lezen van “Johan Cruijff, mijn verhaal.” Dat heeft al veel te maken met de schrijfstijl van de persoon die het verhaal van Cruijff heeft neergepend. Laten we zeggen dat deze autobiografie zich niet echt vlot laat lezen.

    Wie het boek louter heeft gekocht om de levenswandel van Johan Cruijff te leren kennen, is er ook aan voor de moeite. Nadat je voor de vijfendertigste keer hebt gelezen dat hij steeds gelijk heeft gehad en de meeste anderen de bal faliekant missloegen, begin je wel je wenkbrauwen te fronsen. Evenzeer is een langgerekt laudatio ter eer en meerdere glorie van de Cruijff Foundation.Lezers met slechts een matige voetbalkennis? Begin er niet aan. De uitleg waarom het Nederlandse totaalvoetbal het beste ooit was en een 4-3-3 het beste spelsysteem in het voetbal is, zal u als Chinees overkomen.

    Kortom, deze biografie staat in schril contrast met de wervelende voetbalstijl van de bekendste nummer 14 ter wereld.

  • Bestaat Berchem Sport voor de stad nog?

    KBS.jpgOok in de krant het artikel gelezen over de vernieuwde stadswinkel? Er wordt in het artikel verwezen naar het uitgebreide aanbod. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het er moeilijk mee heb. Is het een taak van een overheid om een kledinglijn, met mutsen, sjaals, jassen, enz. te ontwikkelen. Heeft een Antwerpenaar niet liever dat zijn straat er net bij ligt dan dat hij een kogelpen kan kopen met een Oostblok-geïnspireerde A op? Maar enfin, da’s een politieke discussie die ik tot in den treure voer op ’t Schoon Verdiep en ook zal blijven voeren.

     

    Maar minder politiek is de volgende vaststelling. In het aanbod van de nieuwe stadswinkel vind je supportersattributen voor de voetbalclubs R. Antwerp F.C. en Beerschot A.C. en voor de basketbalclub Antwerp Giants. Waar zijn de sjaals van de derde grootste en sinds jaren de sympathiekste voetbalclub van ’t Stad? Waar zijn de prachtige geel-zwarte kleuren van mijn geliefde Berchem Sport?

     

    Is Berchem Sport voor de stad onbelangrijk? Ze kennen hun geschiedenis daar niet, zeker? Berchem was niet alleen in het verleden een leverancier van schitterende voetballers die uitblonken in de nationale ploeg (Marcel Dries, Ludo Coeck,…), maar is dat recenter ook nog (Eric Van meir, Dembele,…). Was Berchem geen belangrijk deel van de terziele gegane “Entente Anversoise”, was Berchem Sport na de oorlog niet een paar keer vice-kampioen van België? Als er dan toch een stadswinkel moet zijn waar sjaals van voetbalclubs worden aangeboden, dan hoort Berchem Sport daar zeker thuis. En als we dan toch bezig zijn,… waar zijn de sjaals van Precura Antwerpen uit het volleybal? Waar zijn de sjaals voor Sasja uit het handbal,…

     

    Kortom, we dulden geen discriminatie in de stadswinkel! Leve Berchem Sport, leve lang onze zwart-gelen...

  • Voetbalmijmeringen: Berchem Sport 1981

    Scannen0001.jpgDe revelatie van de nog jonge voetbalcompetitie 2011 lijkt KV Mechelen te zijn. De ploeg van Marc Brys kent een ijzersterke start en prijkt, na overwinningen tegen Club Brugge, Waregem, Lierse, Lokeren en een gelijkspel tegen Sint-Truiden, op de tweede plaats in het klassement.

     

    Onbewust (ik bedoel er echt niets pejoratiefs mee, beste Malinois-supporter) dwalen mijn gedachten af naar de voetbalcompetitie van 1980-1981. Mijn ploeg, Berchem Sport, werd toen getraind door Rik Coppens. In de zomervakantie had Coppens wat koopjes gedaan in Brazilië. De koopjes hadden welluidende namen als Marcos, Adilson, Daquinha,… Samen met de sterke kern van spelers als Tony Goossens, Danny Koekelcoren, wijlen Roger Leirs, Rik Van Mechelen, Jempi Stijnen (vader van), Stan Van den Buys (T2 GBA), Walter Cornelis, Jos Van Pelt, Eddy Crocaerts, Patrick De Ruyter… deden ze ons zowaar dromen.

     

    In de eerste wedstrijd van de competitie werd er op het Kiel met 0-2 gewonnen. Daarna moesten Club Luik (3-1) en Beringen (0-1) er ook aan geloven. En thuis tegen Lokeren (toen met klinkende namen als Lubanski, Preben Larsen, Lato, Gudjohnsen, De Schrijver,…) werd er goed stand gehouden. (1-1). Uiteraard wisten we als supporters op het Rooi dat een kampioenstitel er niet zou inzitten. Maar Europees…? Wie weet. De ontnuchtering kwam snel met een droog 4-0-verlies op Club Brugge. En op de zevende speeldag kregen we in het Astridpark een 4-1-nederlaag te verwerken. (Wel een prachtig doelpunt van Stan Van den Buys. Ik zie hem nog vanop de staanplaatsen in het Emile Verséstadion van bijna op de eigen helft vertrekken en iedereen, de jonge Munaron incluis, dribbelen en scoren).

     

    Ik denk dat het laatste grote wapenfeit van die competitie de 3-0 was die we op het Rooi Standard aansmeerden. Misschien had het optreden van De Strangers voor de match daar iets mee te maken. Maar voor het overige was het kommer en kwel. Berchem Sport zal in 1981 op de achttiende en laatste plaats eindigen met amper 19 punten. Goossens diende zich dat seizoen 90! keer om te draaien om de bal uit zijn netten te vissen.

     

    Een hevige 9-jarige supporter die samen met heel wat supporters laaiend enthousiast aan het seizoen was begonnen bleef in mei 1981 ontgoocheld achter. Zou het nog ooit goed komen met zijn club? De geschiedenis leert ons, op de uitzondering van 1986 na, van niet.

     

    P.S.: Dit is maar een mijmering. Ik wens KVM dus wel degelijk een succesrijk seizoen toe. Hun resultaten zijn maar de “kapstok” voor dit intermezzo om mijn blog.

  • Vanessa Hoefkens heeft gelijk: leve de 'Vlaamse Leeuwen'

    Hoefkens.jpgVanessa Hoefkens is een vrouw naar mijn hart. Ze is niet alleen aantrekkelijk, het is ook het type vrouw dat geen blad voor de mond neemt. Zo ook niet in Menzo Sports Magazine. Daar pleit de mooie partner van Carl Hoefkens onomwonden voor de splitsing van het nationaal elftal, de Rode Duivels.

    Hoefkens zegt: “Een Vlaamse en een Waalse 'nationale ploeg', dat zou ideaal zijn.” En verder: “Ook binnen de nationale ploeg is de klik er niet. Het probleem is dat er geprobeerd wordt om twee verschillende nationaliteiten te mixen. En dat gaat niet.” De mooie Vannessa ziet heel wat voordelen aan een Vlaams nationale ploeg, zoals een betere sfeer, spelers die elkaar beter begrijpen en een ploeg met meer identiteit en karakter.

    Wel, ik had het niet beter kunnen zeggen. Het Vlaams Belang, ondermeer bij monde van mijn goede vriend Johan Deckmyn, pleit in het Vlaams Parlement al heel lang voor de splitsing van de Belgische voetbalbond (een van de nog weinig unitaire sportbonden in ons land) en van een oprichting van de Vlaamse Leeuwen in plaats van de Belgische Rode Duivels.

    Let op, dit betekent uiteraard niet dat mevrouw Hoefkens naar het Vlaams Belang neigt. Ik weet niet wat haar politieke voorkeur is en ik wil het ook niet weten. Het is gewoon een vrouw die de dingen scherp durft stellen. En dat weet ik op prijs te stellen. Maar een ding is zeker, voor het pleidooi om de voetbalbond te splitsen en een Vlaams nationaal voetbalelftal op te richten, hebben we aan Vannessa Hoefkens alvast een mooi ambassadeur.

  • Het WK 2010 volgens Garp en Wim Wienen

    WC.jpgZondag 11 juli 2010 eindigde het WK voetbal in Zuid-Afrika. Het is nu wachten op 2014 in Brazilië. Was dit het meest boeiende WK? Niet echt. Maar heeft elk WK niet zijn hoogte- en laagtepunten?

     

    De groepsfase van dit tornooi was maar matig te noemen. Vooral grootheden als Spanje, Engeland, Frankrijk, Italië, hadden het moeilijk. Die laatste twee mochten het tornooi dan ook met het schaamrood op de wangen al na die eerste ronde verlaten. Mijn persoonlijke lichtpunt was Chili. Aanvallend voetballen en zonder complexen. Alleen, … Het bracht niet altijd het gewenste resultaat. Chili mocht dan ook na een 3-0 nederlaag in de 8ste finale terug richting Zuid-Amerika.

     

    En nu ik het toch over Brazilië heb,… Wat een ontgoocheling. De sambavoetballers van weleer (denk maar aan het WK 1982) zijn resultaatvoetballers geworden. Wat zeg ik, Brazilië is verworden tot een counterploegje. Terecht er uit tegen Nederland in de kwartfinales.

     

    Mijn andere grote lichtpunt was Duistland. Hoe on-Duits kan een Duitse ploeg eigenlijk spelen? Dit was totaalvoetbal. Verdedigend ijzersterk (tot en met de halve finale incasseerden ze maar 2 doelpunten), een dirigerend middenveld (met een ongelofelijk sterke Schweinsteiger) en een spitante aanvalslijn (Mueller: 20 jaar oud!) waar quasi continu twee vrije spelers liepen. Wervelend. En de resultaten mochten er zijn. De Engelsen kregen in de achtste finale 4 doelpunten rond hun oren en zelfs de doelman van het Argentinië van Maradonna en Messi mocht zich in de kwartfinale vier keer omdraaien om de bal uit zijn netten te vissen. Maar ook zo’n sterke ploeg kan eens een off-day hebben. Maar waarom niet in de eerste ronde en wel in de halve finale waar ze verloren van Spanje met 1-0. De Wereldkampioen 2010 ging dus niet naar de finale. Een slechte zaak voor het voetbal. Maar Spanje zou dat nog goedmaken.

     

    En dan de Nederlanders. Eigenlijk ben ik al sinds 1978 fan van Oranje. Toen speelden ze de finale met mannen als Rensenbrink, de gebroeders Van de Kerkhof, Neeskens, Haan,… En ik ben wel wat fan gebleven. Maar als ik eerlijk ben, Oranje heeft niet zijn mooiste voetbal gebracht. Toch niet hetgeen we gezien hadden in de voorrondes. Ok, in de groepsfase misten ze Arjen Robben. Maar mag bij zo’n ploeg alles afhangen van één speler? Ook in de achtste en kwartfinale vond ik nog steeds dat ze te weinig hun troeven uitspeelden, nl. te weinig over de flanken. Maar het was wel de meest regelmatige ploeg van het tornooi. Dat heeft alles te danken aan de ijzersterke organisatie, opgelegd door Van Marwijk. Tot aan de finale heeft Oranje geen enkele wedstrijd verloren. En dat terwijl de andere finalist, Spanje, in zijn eerste wedstrijd zijn meerdere moest erkennen in… Zwitserland. Begrijpe wie kan.

     

    Maar daar waar Spanje elke wedstrijd beter ging voetballen, was dat niet het geval met Nederland. Oranje speelde nog een beresterke wedstrijd tegen Brazilië in de kwartfinales (hun beste wedstrijd m.i.), maar tegen Uruguay vond ik het al weer wat minder.

     

    En dan de finale. Onbegrijpelijk. De gedoodverfde favoriet slaagde er in 120 minuten niet in hun eigen spel te ontwikkelen. Neen, integendeel. Ze speelden als het ware met de rem op. Met momenten leek het er zelfs op dat het een schoppartij zou worden. Denk maar aan de grove fouten van Van Bommel en De Jong. Die laatste verdiende voor zijn aanslag donkerrood. Dat Oranje er in Argentinië in 1978 er een harde partij van maakten was nog te begrijpen, als je kijkt naar hun spelers van toen en hun capaciteiten. Maar nu beschikt Oranje over stuk voor stuk klassevoetballers. Het was dus voor niets nodig. En als je dan ook nog open kansen mist, meneer Robben, dan kan je geen wereldkampioen worden. Spanje probeerde tenminste te voetballen en slaagde daar ook heel vaak in. Dus ja, Spanje is zeker geen onterechte wereldkampioen.

     

     

  • Weg met de robot, leve de scheidsrechter

    frank de bleeckereWat een gedoe allemaal, omdat de scheidsrechters een fout maken. Mag het even, zelfs al zijn het belangrijke fouten? Was de scheids zwaar in de fout tijdens Argentinië-Mexico? Ja. En was de referee (vooral grensrechter) in de fout tijdens Duitsland-Engeland? Ja. En vielen er doelpunten uit die fouten? Ja.

     

    Nu wil men kost wat kost ‘technische hulpmiddelen’ inschakelen. Waarom is dat dan geen punt van discussie als spelers fouten maken? Was de doelman van Engeland in de fout tegen de VS? Ja. En viel er een doelpunt uit die fout? Ja. Misschien heeft Green wel een ‘technisch hulpmiddel’ nodig. En zo heb ik nog wel een paar voorbeelden. Ik heb in al die jaren dat ik het WK volg – en dat is toch al sinds het WK in Argentinië – nog nooit zo’n slechte voorronde gezien. Maar nooit is kritiek op spelers, die wat mij betreft dan in de fout gaan, zo groot als op de scheidsrechter. Nochtans gaat het bij die spelers om zware beroepsfouten, ze worden enkele tientallen keren meer betaald dan een referee.

     

    Misschien is het goed voor die ploegen, voor die grootverdieners, dat er amateurs op het veld staan in de personen van de scheidsrechters. Misschien dat de bobo’s dan eens beseffen dat het om het voetbalSPEL gaat. Wie weet wordt er dan terug vrijer gevoetbald, wie weet met een 3-2-5 zoals toen. En worden er tijdens dat spel fouten gemaakt, dan zeg ik samen met Friedrich Nietzsche :”Menschliches, Allzumenschliches”

  • De voetbalwet geldt voor iedereen

    KamaJe kan het eens of oneens zijn met de strenge voetbalwet in dit land, maar ze geldt voor iedereen. Ook voor Kamagurka. Kama rende na de match van zijn geliefde KV Oostende tegen Leuven het veld op samen met de voorzitter van Oostende. Nu is hij verbaasd dat hij een stadionverbod riskeert.

     

    Is dat nu zo moeilijk om je te gedragen op het voetbal? Het voetbal in dit land haalt misschien niet meer het Europese topniveau, maar het is wel aan een ‘hausse’ bezig. Het hooliganisme is stilaan gebannen en er komt opnieuw meer volk kijken. Ook vaders en moeders met kinderen. Het gaat dus de goede richting uit.

     

    Maar men mag niet vergeten dat de strenge voetbalwet er wel mee voor gezorgd heeft dat het terug aangenaam is rond het veld. Dat de wet er voor gezorgd heeft dat er in de meeste stadions niet eens meer hekken staan om het publiek op de tribunes te houden. Is het dan te veel gevraagd dat mensen met een voorbeeldfunctie zoals Kama het goede voorbeeld geven? Misschien ontloopt de man zijn straf wel omdat hij een BV is. Maar wat dan met een andere gewone supporter die Kama’s gedrag kopieert? Die zal wel een stadionverbod aan zijn been hebben.

     

    Is dit nu een pleidooi voor een strenge straf voor Kama? Niet echt, ik wens het niemand met een echt supportershart toe dat hij verstoken blijft van de wedstrijden van zijn of haar ploeg. Maar geef het goede voorbeeld, aub. Zo heb ik ooit enkele jaren geleden op GBA de burgemeester van Antwerpen ook eens het veld zien opgaan. Waarschijnlijk is daar nooit PV van opgemaakt. Maar je kan niet verwachten dat supporters zich gedragen als bepaalde ‘rolemodels’ (Janssens als Burgemeester en Kama als bestuurslid en sponsor van zijn club) dat ook niet doen.

  • Pure voetbalpropaganda

    Beerschot 2’t Was jaren geleden dat ik zo’n reclame voor het voetbal heb mogen meemaken. Zaterdag heb ik de wedstrijd Beerschot-Malinwa mogen bijwonen. (met dank aan de milde schenker) Het was een aangename pot voetbal. Ondanks het feit dat het middenveld van Beerschot niet rendeerde zoals het hoorde en Beerschot te lang met te veel volk achter de bal bleef spelen, was het toch genieten. Het waren twee ploegen die met de juiste instelling op het veld waren gekomen, nl. meer doelpunten maken dan de tegenstander. Het resulteerde is zeven goals. Spektakelvoetbal. Bovendien was het een zeer sportieve wedstrijd. Geen vuile fouten en geen gele kaarten. In hoeveel eerste klasse-wedstrijden komt zoiets voor? In dit laatste had natuurlijk ook de scheidsrechter Luc Wouters zijn aandeel die de wedstrijd uitstekend leidde.

     

    En dan de sfeer. Veel had te maken met de herdenking van een supporter die afgelopen weekend was overleden op weg naar de verplaatsing naar Bergen. De jongen had een immense betekenis voor Beerschot en de supporters van Armata Viola. Zelfs de supporters van KVM hadden een spandoek mee waarmee ze duidelijk maakten dat ze in het supportersverdriet deelden. Emotie was het woord van de avond wel. Prachtig om zien en horen waren de twee supporterslegioenen die een hele wedstrijd mekaar vocaal en visueel beconcurreerden. Bij het slot van de wedstrijd gingen beide ploegen SAMEN alle supporters groeten. Eerst de bezoekers, dan de rest van het stadion. Wel, je bent geen voetballiefhebber als je dan na de wedstrijd niet gelukkig als een klein kind terug naar huis gaat. Wat een reclame voor de schoonste sport ter wereld.

  • Hernan Losada

    LosadaGisteren na het congres snel naar ’t Kiel voor de topmatch van het afgelopen weekend: Beerschot-Cercle Brugge. Wel, ik heb ne prachtige pot voetbal gezien. Men zou soms denken dat nu GBA hoog in het klassement staat de bezoekende ploeg met de instelling naar het Olympisch Stadion komt om de nul op het bord te houden. Niet zo met de mannen van Glenn De Boeck. Het waren gisteren de best voetballende ploegen van het moment die aan het werk waren. De score van 3-0 was enigszins zwaar, zeker als je de tweede helft bekijkt, maar iedereen was het er over eens:  et publiek was de grote winnaar. ’t Was als voetballiefhebber om van te smullen.

     

    En één man steekt er met kop en schouder bovenuit: Hernan Losada. Een virtuoos. Wat die man allemaal kan. Flitsen die soms zo snel zijn dat ze zonder vertragingsmachine amper waarneembaar zijn. Er was aan Losada geen houden aan. En meestal zijn zulke mannen nogal grillige spelers die het zware werk aan anderen overlaten. Niet zo voor Losada. De bergen werk dat die man op het middenveld verzet. Ongelofelijk. De man is niet enkel technisch hoogbegaafd, het is een loper, wroeter,… Kortom, een plezier om bezig te zien.

     

    Tot slot was het ook geestig om Peter De Bast als lijnrechter bezig te zien. Het is met De Bast dat ik zoveel jaar geleden samen aan de zogenaamde “beginnelingencursus” voor scheidsrechter begon in de Ferdinand Coosemansstraat in Berchem. Toen was het al duidelijk dat die man het heel wat veder zou brengen dan ik.

  • Jempi en Berchem Sport

    Jempi StijnenVandaag stond er naar aanleiding van de topper in eerste klasse, Club Brugge-Beerschot, een interview met Stijn Stijnen in Gazet Van Antwerpen. In het interview heeft hij het over zijn vader (let vooral op de gelijkenis) en over het feit dat zijn vader trots is dat hij voor de Antwerpse “grote drie” heeft mogen werken. Ja, een kleine 20 jaar geleden werd Berchem Sport nog aanzien als een van de grote drie.

     

    Onmiddellijk dwalen mijn gedachten af naar mijn kindertijd. Ik, als snotneus, was fel supporter van Berchem Sport. En ik zie nog steeds die ranke linksback lopen: Jempi Stijnen. Goed voetballer en vergis u niet, been- en beenhard. Stijnen was allesbehalve een speler die je tegen je in het harnas wilde jagen. Werd Stijnen of een van zijn ploegmaats op een smerige manier aangepakt, dan kon je maar beter uit zijn buurt blijven.

     

    Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw was het voetbal totaal anders. Trager, maar daarom niet minder mooi. Uiteraard waren er toen al tranfers. Stijnen was daar een voorbeeld van, want hij kwam van Sporting Hasselt. Maar Berchem was eind de jaren zeventig de ploeg in eerste die met het meest eigen jeugdspelers op de proppen kwam. In het doel toen Tony Goossens. In de verdediging: Jan Corremans, Danny Koekelcoren, Rik Van Mechelen, allemaal uit de jeugd naar het eerste elftal doorgestroomd. Op het middenveld hadden we ook zo ene lopen: Eddy Crocaerts. En dan vooraan ook nog eens een Berchem-product en de beste speler die ik ooit op het Rooi heb zien rondlopen: Frank Vannuten. Veel te vroeg gestopt met voetballen, want wat een talent.

     

    Berchem Sport speelt nu onderaan in vierde klasse. Er is veel veranderd. Voetbal draait enkel nog om geld. Geen geld, geen succes. Erg, eigenlijk.

  • Moed en zelfvertrouwen

    grensrechterRobert Jeurissen, de baas van de scheidsrechters, wil in de toekomst trainers beboeten als ze groffe, meestal onterechte, kritiek uiten op scheidsrechters. Wel, een goed initiatief zeg ik. Men mag niet vergeten, zonder scheidsrechters, geen voetbalwedstrijd meer. Het gescheld van trainers, de boertige verwensingen die ze naar het hoofd van de ref slingeren, zorgen er bij vele jonge – nog niet zo geharde – scheidsrechters voor dat ze er gewoon de brui aan geven. Het gedrag van vele trainers kost scheidsrechters. Toen ik zelf nog floot hadden de scheidsrechters in vierde provinciale, nog lijnrechters mee. Nu is dat onbestaande wegens het tekort aan mannen in het zwart. (allez, toen was dat nog zwart, nu zijn ook andere kleuren toegelaten.)

     

    En nu ik bij lijnrechters ben aanbeland, kan ik zeggen dat ik het op een punt met Jeurissen oneens ben. Naar aanleiding van de strafschop van GBA tegen Gent – een strafschop die door de lijnrechter werd beslist – stelt Jeurissen dat zoiets niet kan. “Er is maar een baas op het veld en dat is de scheidsrechter. Lijnrechters zijn maar assistenten,” aldus de scheidsrechtersbaas.

     

    Wel, daar ben ik het nu eens niet mee eens. Immers, allesbepalend zijn de richtlijnen die een scheidsrechter voor de match aan zijn grensrechters meegeeft. Richtlijnen van wat ze mogen signaleren en wat niet. Had ik – toen ik nog scheidsrechter was - ne jonge onervaren lijnrechter, dan mocht die van mij steevast enkel bal binnen en buiten signaleren en de off-side. (en uiteraard incidenten achter mijn rug.) Ik ondersteunde jonge grensrechters ook altijd met de mededeling dat als ik floot ik wel de richting zou aangeven. Kwestie van zelf de verantwoordelijkheid voor twijfelgevallen te nemen. De rest was voor later. Gasten die de lijn al wat meer hadden gedaan, mochten van mij best ook fouten in hun buurt vlaggen. Wel onder de voorwaarde dat ze dat kordaat en duidelijk deden en nooit op hun beslissing terugkwamen. Dat ging perfect.

     

    Maar als ik echt ervaren rotten mee had, dan mochten die van mij alles signaleren. Dan stonden er onder het motto “zes ogen zien meer dan twee” drie scheidsrechters op het veld. Wel, dan arbitreert ge uw match echt vanuit ne zetel.

     

    Nu werkt men in eerste klasse met vaste grensrechters die aan één scheidsrechter worden toegewezen. Ervaren jongens dus. En een trio dat elkaar door en door kent. Als dan zo’n lijnrechter zelfverzekerd is en zijn verantwoordelijkheid neemt, als bij de strafschop van Beerschot, dan zeg ik proficiat jongen. Goed gedaan. Ook al blijkt uit de herhaling dat de man fout was, want die man neemt die beslissing in eer en geweten.

     

    In een tijd waar de roep steeds luider klinkt om beelden te gaan bekijken om op scheidsrechterlijke beslissingen terug te komen (iets waar ik verschrikkelijk tegen ben) komt het me uitermate dom over om te stellen dat lijnrechters “maar assistenten” zijn. Een dergelijke degradatie verdienen lijnrechters die hun best doen en hun verantwoordelijkheid opnemen niet. Zeker niet van hun baas.

  • En toch had Rensenbrink meer talent

     

    Het is al enkele dagen aan de gang in de pers: de zestigste verjaardag van het voetbalgenie Johan Cruijff. Ik vraag me af als er al zoveel in onze kranten over de man verschijnt, hoe met het dan in Nederland zijn? Naar verluidt verschijnen er dit jaar maar liefst 7 boeken over het fenomeen Cruijff.

     

    Ik heb Cruijff pas laat ontdekt, namelijk vanaf zijn periode bij Barcelona. Dat heeft natuurlijk te maken met mijn – ahum – jeugdige leeftijd. Ik heb hem dus niet de drie europacups zien winnen bij Ajax. Maar verslaafd als ik destijds was aan voetbal zag ik wel het einde van zijn voetbalcarrière bij Ajax en tenslotte bij Feyenoord. Meermaals heb ik hem zijn tegenstander zien passeren door de bal achter zijn steunbeen weg te trekken en zijn de beelden van zijn strafschop in twee tijden de wereld rondgegaan. Die penalty was trouwens niet bijster origineel wisten mijn vader en moeder zaliger me te vertellen. Rik Coppens – wie anders – had het hem al eens voorgedaan, maar toen geen TV en dus geen roem voor de actie. (voor mijn moeder heeft er trouwens nooit een betere voetballer bestaan dan Coppens. Het dichtst in de buurt kwamen Eusebio en Gento. Allemaal voor mijn tijd dus.)

     

    Maar soit, Johan Cruijff was dus een meer dan begenadigd voetballer. Een enorm talent dat nog eens versterkt werd met zijn immense kennis van het voetbal. De man kent het spelletje tot in het kleinste detail, er is niets dat hem ontgaat. Dat maakt van hem dan ook en enorm analist van een voetbalwedstrijd. Alleen,… ik heb soms de indruk dat deze man uit Betondorp het spelletje overanalyseert. Hij is nu een vaste gast op de Nederlandse TV bij topwedstrijden. Daar bespreekt hij dan wat hij heeft gezien. Ik zeg niet dat zijn analyses fout zijn, maar hij gaat zo ver in details dat je eigenlijk moeilijk kan volgen wat hij bedoelt.

     

    Als speler had hij dat ook. Het tactische primeerde vaak op het voetbalplezier en de individuele creativiteit van de voetballer. Iets wat Robbie Rensenbrink vandaag ook in de krant zegt. Rensenbrink vond zijn wereldkampioenschap in 1978 beter dan in 1974. In ’78 was Cruijff niet met Oranje afgereisd naar Argentinië waardoor Rensenbrink zich meer “kon uitleven” zoals hij zelf stelt.

     

    Rensenbrink blijft voor mij nog steeds het beste wat ik ooit op een voetbalveld heb zien rondlopen. Evenveel talent, wat zeg ik, zelfs meer talent dan Cruijff. Hij maakte het spelletje nooit nodeloos ingewikkeld. Hij dacht minder na dan Cruijff, want hij had het te druk met voetballen. Hij speelde het spelletje. Cruijff was een zakelijk voetballer. En had Cruijff bij Oranje trouwens ook niet het immense voordeel dat hij omringd was met mensen als een Piet Keizer, Wim Suurbier, Ruud Krol, Willem Van Hanegem,… Wat natuurlijk allemaal niet betekent dat Cruijff geen schitterende zaken uit zijn sloffen toverde.

     

    En dan de Cruijff-hype van vandaag en de jongste dagen. Voor mij niet gelaten hoor, maar hebben andere schitterende voetballers daar dan ook geen recht op. Neem nu een Franco Baresi. Heeft die in zijn carrière niet op een prachtige wijze aan de voetbalwereld getoond hoe je de functie van een stopper moet invullen. Een verdediger spreekt vaak minder tot de verbeelding, maar wat een klasbak was Baresi. Die zit zeker in mijn wereldploeg aller tijden. Of Zico in de jaren tachtig van de vorige eeuw bij de Brazilianen. Lato bij de Polen, Ardiles bij de Argentijnen, Keegan bij de Engelsen,… En ik kan nog wel even doorgaan.

    De mediastorm komt me dan ook overdreven over. Overkill, zou ik zo zeggen. Misschien is het wel allemaal te danken aan een kwaliteit waarin Cruijff wel een van de besten ter wereld was: de man kon zich naast het veld vooral beter verkopen dan de andere tot de verbeelding sprekende voetballers.

  • Vlaams Leeuwen in plaats van Rode Duivels: Splits de Belgische voetbalbond

    VVVVandaag werd de Vereniging voor Vlaamse Voetbalsupporters (VVV) boven de doopvont gehouden. Evenzeer werd de internetpetitie opgestart. De VVV wil alle Vlaamsgezinde voetbalsupporters bundelen en ijveren voor een eigen Vlaamse voetbalcompetitie, het wegwerken van de discriminaties t.a.v. Vlaamse ploegen, het splitsen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond en het oprichten van een eigen Vlaams nationaal voetbalelftal.

     

    Het zijn tenslotte niet alleen de Rode Duivels zijn die slecht presteren. Ook de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) doet het nauwelijks beter. Zo slaagde de KBVB er niet in een afdoend antwoord te bieden op de grote omkoopschandalen van het vorige seizoen en worden hervormingsplannen voor de bond verticaal geklasseerd. Ook de competitievervalsing door de oversubsidiëring door de Waalse overheid van de Waalse ploegen is een doorn in het oog.

     

    Het is trouwens niet de eerste keer dat er gepleit wordt voor een Vlaamse Voetbalbond. Wat zeg ik, die heeft reeds bestaan. Het moet ongeveer begin vorige eeuw zijn dat die bond heeft bestaan. (voor meer info hierover moet ik verwijzen naar het boek “Een eeuw sport in Antwerpen van Karel Luyckx) Maar de Vlaamse voetbalbond was toen geen lang leven beschoren. De geesten waren er begin 20ste eeuw niet rijp voor, net zo min als de geesten rijp waren voor de Vlaamse onafhankelijkheid. Maar nu is dat anders. De geesten raken stilaan gerijpt voor de onafhankelijke Vlaamse staat, dus waarom ook niet voor een eigen Vlaamse voetbalbond, een eigen Vlaamse competitie en een eigen Vlaams nationaal elftal? Wat voor Schotland, Engeland en zelfs de Far-Oëreilanden (deel van Denemarken) mogelijk is, moet ook voor Vlaanderen mogelijk zijn.

     

    En zeg nu niet dat Vlaanderen te klein is om een voetbalnatie te zijn. Denemarken, Schotland, Kroatië,… hebben minder inwoners dan Vlaanderen. En hebben die slecht geboerd op voetbalvlak? Als ik trouwens naar de internationals van de jaren ’80 van de vorige eeuw kijk, waren er daar heel wat Vlamingen bij: Ludo Coeck, Wilfried Van Moer, Rene Vandereycken, Jean-Marie Pfaff, Erik Gerets, Marc en Luc Millecamps, Julien Cools, Erwin Vandenbergh, Frankie Vercauteren, Jan Ceulemans, Walter Meeuws,… En waren dat slechte voetballers? Om dan nog te zwijgen van de “all-time-favorite” van mijn moeder zaliger: Rik Coppens was ook een Vlaming. (En in zijn tijd waren er ook goeie Vlaamse voetballers: Marcel Dries, Louis Leysen, Vic Mees,…) Dus waarom zou er vandaag en in de toekomst niet kunnen, wat toen kon. Een goeie jeugdopleiding is bv. essentieel, maar ook daar schiet de KBVB tekort.

     

    Teken dus die petitie. Zet de eis voor Vlaams voetbal kracht bij en zorg mee voor een nieuwe dynamiek, voor enthousiasme in het voetbal.

  • Magistrale Sterchele

    StercheleOp het Kiel is ’t carnaval. Zoveel is duidelijk. Als je Club Brugge met 4-0 terug naar West-Vlaanderen stuurt, heb je inderdaad wel reden tot feesten.

     

    Beerschot heeft Club dus een pandoering van jewelste gegeven. Hebt ge die tweede goal van Sterchele gezien? Man toch, heerlijk gewoon. De bal inspelen, om dan langsheen het strafschopgebied en voor de neus van de volledige Brugge-verdediging breed te gaan en dan terug achter de rug van diezelfde verdediging op te duiken, de bal te ontvangen en te scoren. Wereldklasse is zoiets. Sterchele is duidelijk een van de smaakmakers op Beerschot. Hopelijk voor Beercshot mag dat nog een tijdje blijven duren.

     

    Ik heb trouwens de indruk dat het silaan beter gaat met het Antwerpse voetbal in 't algemeen. RAFC staat op het punt terug naar eerste te gaan, Berchem Sport doet het de jongste tijd alles behalve slecht in vierde. Enfin, zou er ooit een dag komen dat de grote drie terug samen in eerste spelen? De cirkel zou terug rond zijn....

  • Houdt Jan Mulder niet van voetbal?

    CannavaroMijn vader zaliger wist mij altijd te vertellen dat Jan Mulder bij Anderlecht één van de beste voetballers was die hij had gezien. Ik kan er niet over oordelen. ’t Was voor mijn tijd. Ikzelf heb het meer voor Robbie Rensenbrink . De beste ooit. Maar Jan Mulder is evenzeer een begenadigd schrijver. Van hem heb ik verschillende boeken met veel plezier gelezen en voor zijn column (en alleen voor zijn column) kijk ik steeds weer uit naar een nieuw nummer van Humo.

     

    Maar deze week heb ik moeten vaststellen dat Mulder wel van bepaalde voetballers houdt, maar niet van het spel als geheel. Waarover gaat het? In zijn column ergert de man zich terecht over het feit dat in het hedendaags voetbal steeds minder plaats is voor een klassieke 10. Daarmee bedoelt hij de man die net achter de diepe spits speelt. Er valt inderdaad wat voor te zeggen. Een 10 maakt het voetbal vaak aantrekkelijker. Maar hij gaat wel over de schreef wanneer hij schrijft over de voetballer van het jaar: “Als Fabio een andere vader had gehad, was hij misschien voetballer geworden.” Onnodig grof.

     

    Ik kan aannemen dat Mulder (zelf voorspeler) graag aanvallend voetbal ziet. Dat ge graag mannen als Platini, Maradonna, Zidane, Ronaldinho en andere 10-en bezig ziet. OK. Maar voetbal is een ploegsport. Het is een spel dat met twee ploegen van elf spelers wordt gespeeld en waar er ook een doelman, middenvelders en ja, ook verdedigers bij horen. En Fabio Cannavaro is een schitterend verdediger. De man heeft een fantastische en perfect getimede tackel in zijn benen. Dus wat is er mis met verdedigers, beste Jan? Neem nu Franco Baresi enkele jaren geleden. Toch een mooie en elegante voetballer zeker. Een man die met perfectie de rol van laatste man kon invullen. Of om nog een ploegmaat van hem te noemen als linksachter: Paolo Maldini. Ook weinig beters gezien in een verdediging. De man stopt er ver mee, maar bij Anderlecht hebben ze recent nog mogen ervaren hoe goed die man wel is op zijn 37ste(!).

     

    Kortom, ook verdedigers kunnen mooi voetbal op de mat brengen. En Cannavaro kan dat zeker. Hij is dit jaar dan ook terecht voetballer van het jaar. Verdedigers, evenals doelmannen en verdedigende middenvelders, lopen niet altijd zo in de kijker, maar ze maken van de voetbalsport ook mee een heerlijk iets om naar te kijken. Jan Mulder zou daar ook eens wat meer respect voor mogen hebben.

  • Mag Filip Dewinter nog naar Beerschot gaan kijken?

    DewinterIn ‘De Morgen’ van afgelopen weekend laat een dame die zegt te spreken namens Armata Viola weten dat er teveel racisme is op ’t Kiel. En ze doet er een schepje bovenop: “En het helpt hoegenaamd niet dat iemand als Filip Dewinter, hoewel hij eigenlijk fan is van Cercle Brugge, elke thuiswedstrijd hier ook op de tribune komt zitten als zogezegde fan. Zo wordt die slechte reputatie alsmaar erger.”

     

    Ten eerste vrees ik dat niet iedereen binnen Armata Viola die mening is toegedaan, maar soit. Maar ten tweede: Mag Filip Dewinter, a.u.b, als voetballiefhebber zelf eens kiezen naar welke voetbalmatchen hij al dan niet gaat zien?

     

    Stel je voor dat politici niet meer naar de voetbalwedstrijden van hun eigen keuze kunnen gaan zien. Is Club Brugge een Tjevenclub omdat Jean-Luc Dehaene daar al jaren de tribune ontsiert. Is RAFC een liberale club? LudoVan Campenout zit daar zelfs in het bestuur als ik me niet vergis. En dan was vroeger Berchem Sport een rode club, want daar kwam je steevast Jos ‘Kop” Van Eynde zaliger tegen.

     

    Komaan zeg, een dergelijke uitspraak is echt bij zijn haar getrokken. Er zijn echt wel grenzen aan politiek, hoor?

  • Aanpak racisme in de voetbalstadia: een gemiste kans

    voetbalstadionEen van de hot items in het nieuws is de aanpak van het racisme in de voetbalstadia. Aanleiding is het relletje tussen spelers na de voetbalwedstrijd Beerschot-Standard waarbij Standardspeler Sarr de Beerschotaanhang ging “bedanken” voor de racistische spreekkoren.

     

    Nu wil minister van Binnenlandse zaken, Patrick Dewael, een harde aanpak van racistische spreekkoren De Voetbalbond moet volgens hem de clubs aanpakken op basis van art 55 van het FIFA-reglement dat ook in het bondsreglement werd overgenomen. Intussen spendeert sportminister Bert Anciaux enkele honderdduizenden euro’s aan een campagne “hang de aap niet uit” om het racisme uit de voetbalstadia te weren.

     

    Allemaal goed en wel. Racisme hoort inderdaad niet thuis in het voetbal. Het hoort nergens thuis ten andere, maar ik blijf dergelijke campagnes een gemiste kans vinden. Immers, sommige supporters slingeren heel wat beledigingen naar het hoofd van voetballers van de andere ploeg. Een spreekkoor “XXX, uw moeder is een hoer”, lijkt me even kwetsend. Of wat te denken van de verbale en vaak ook fysieke agressie waaraan de scheidsrechters quasi wekelijks worden aan blootgesteld. Ik vraag me dan af: zou het niet beter zijn een campagne te organiseren en maatregelen uit te vaardigen tegen kwetsende spreekkoren tout court? Tegen agressie?

     

    Overtuig de supporters om hun ploeg aan te moedigen in plaats van de tegenstander (en de scheids) af te breken. Dat zou pas een goede campagne zijn. Bovendien moeten de overheden die nu zich geroepen voelen op te treden omzichtig te werk gaan. Het is het aftasten van een grens. Vergeet niet: Voetbal is emotie. Supporteren is emotie. Men moet zich dus evenzeer hoeden de emotie niet uit het stadion te bannen. Want sport zonder emotie is geen sport meer, maar dat mag natuurlijk geen vrijgeleide zijn tot zaken die nu eenmaal niet kennen

  • Respect voor de scheidsrechter

    scheidsHeb net naar Koppen gekeken op de VRT. 't Ging over scheidsrechters in 't voetbal en over het tekort aan scheidsrechters. Wat wil je nu? Scheidsrechters worden elke voetbalwedstrijd verrot gescholden.

    De regelmatige lezers van deze blog weten dat ik voetbalscheidsrechter ben geweest. Toen ik nog in vierde provinciale floot had ik grensrechters. Vandaag? Vergeet het. Geen grensrechters meer wegens gebrek aan scheidsrechters.

    Ik was een arrogant bazeke. Ik ben dat nog steeds. Ik liet de spreekkoren niet aan mijn hart komen. Integendeel. 'k Vond het nog geestig ook. Het gaf me zelfs een extra stimulans. Zelfs een kick. Bedreigingen door supporters, door voetballers,... Heerlijk. "Komt er dan uit, hé" dacht ik bij mezelf. Geen schrik en eerlijk een voetbalwedstrijd leiden, dat was mijn devies. Hoe harder de supporters riepen en op mijn kap zaten, hoe liever ik het had. Ik stond recht in mijn schoenen en niemand bracht me daar van af.

    Maar niet alle scheidsrechters zijn zo. Heel veel haken er af. En ik blijf er bij. 't Was de schoonste hobby die ik ooit heb gehad. Daarom, aan alle voetbalsupporters: zonder scheidsrechter geen voetbal meer. Vergeet dat nooit.

  • w@=d@ en de preminiemen B van Berchem Sport anno 1982

    VoetbalWWIk vind het altijd leuk als je in de krant, op het internet of ergens anders in de media mensen herkent uit je verleden.

     

    Zo las ik gisteren in Gazet Van Antwerpen en vandaag in De Standaard dat er binnenkort een crossmediaal programma komt dat luistert naar de naam W@=d@. Een project dat Vlaanderen zal laten kennismaken met verschillende culturen. Gezicht van het programma: Dimitri Leue, maar bezieler en producent van het project: zijn broer Kristoff.

     

    Zeggen dat ik Kristoff ken, is een overstatement. Het is ten slotte makkelijk 22 jaar geleden dat ik hem nog gezien heb. Toen stonden we voor de laatste keer samen in een elftal op het lenteminiementornooi van Berchem Sport. Dat was eigenlijk een tornooi waarin alle spelertjes (miniemen en preminiemen, duiveltjes bestonden nog niet) tegen elkaar uitkwamen.

     

    Maar vooral moet ik denken aan de preminiemen B van het seizoen 1981-1982. Die ploeg van Berchem speelde dat jaar kampioen, met o.a. Kristoff Leue als sluitstuk van onze verdediging. Ikzelf speelde vooral rechtsback, maar werd al eens als straf aan de kant gehouden. (Ik nam het niet zo nauw met fair-play en moest al eens aan de noodrem hangen omdat ik niet zo’n begenadigd voetballer was als Kristoff. ‘k was ook een beetje traag, maar de mensen die me vandaag kennen zal dat niet verwonderen.) Ook Dimitri Leue was trouwens een vaste deelnemer aan het Lenteminiementornooi, maar met zijn broer heb ik de eer gehad om in de kampioenenploeg van 1982 te mogen zitten.

     

    Of Kristoff nog lang verder heeft gevoetbald weet ik eigenlijk niet. Hoe onze stopper van weleer (toen 10 jaar) verder ontwikkeld is, hoe hij in en tegenover het leven vandaag de dag staat, weet ik evenmin, maar het artikel van gisteren en vandaag zorgt wel enigszins voor nostalgie. Oude foto’s terug opgediept. In mijn gedachten zie ik me weer lopen op de twee terreintjes over het stadion van Berchem Sport (ze bestaan intussen al niet meer) zie ik me weer een soepje drinken in de Chalet van de vriendekring Jeugd KBS, zie ik me terug met ploegmaats onder de verschrikkelijk krakkemikkige douches staan,… wat een schitterende jeugd.

     

    Trouwens, die Pieter Embrechts waarvan sprake? Is dat familie van Tine Embrechts en vooral de zoon van Paul Embrechts, mijn leraar economie in ’t middelbaar op Sint-Rita in Kontich. Zou de wereld zo klein zijn?

     

    P.s.: Foto Lenteminiementornooi 1982 (Linksboven Kristoff, middenonderaan Dimitri)

  • Stadionverbod

    BeerschotJohan Vermeersch, voorzitter van eerste klasse-voetbalclub Brussels riskeert een stadionverbod en een boete nadat hij afgelopen weekend het veld heeft betreden tijdens de wedstrijd AA Gent – FC Brussels.

     

    http://www.gva.be/nieuws/sport/voetbalbinnen/default.asp?art={08CB8ACC-C348-45A4-AD66-0570AFA50537}

    http://www.vrtnieuws.net/nieuwsnet_master/versie2/sporza/nnII_sporza_start/index.shtml?fw=/sport_master/voetbal/eerste_klasse/061030_vermeersch_stadionverbod/index.html

     

    Tja, de voetbalwet is duidelijk. En het zou terecht zijn. In de eerste plaats omdat hij het veld heeft betreden om de scheidsrechter eens flink zijn mening te gaan zeggen, lees te gaan uitschelden. En iedereen die deze weblog volgt weet dat ik daar gevoelig aan ben. Vergeet niet, zonder scheidsrechters geen voetbal.

     

    Opmerkelijk is echter dat ik, samen met enkele duizenden Beerschotsupporters, vorig seizoen ook burgemeester Patrick Janssens de Kielse grasmat heb zien betreden. Weliswaar in euforie na een overwinning van Beerschot, maar een andere supporter zouden het niet hebben moeten flikken. Die krijgen bij zo’n actie onmiddellijk, en niet onterecht, een pv aan hun broek. Voor een burgemeester telt dat blijkbaar niet.

     

    Maar soit, dit mag zeker geen vergoelijking zijn voor het onbetamelijke gedrag van Vermeersch. Of trouwens voor geen enkele andere voetbalsupporter die zich niet aan de regels wenst te houden. Iedereen moet zich aan de regels houden. Het veld is er voor de spelers en de scheids, de neutrale zone voor iedereen die op het scheidsrechtersblad staat. Punt aan de lijn.

     

    Gelukkig is het voetbal terug op de goede weg. Er gaan opnieuw ouders met hun (kleine) kinderen naar de hoogste reeksen in ’t voetbal kijken. Supportersclans vechten het nu uit met spandoeken en kleurrijke sjaals, met vlaggen en ludieke spreekkoren. Op dat elan moeten we verder gaan om terug volle en sfeervolle stadions te krijgen. Dus Johan (en dus eigenlijk ook Patrick), geef het goede voorbeeld!