Vrije tijd

  • In het water - Paula Hawkins

    1837026.jpgIk denk dat Paula Hawkins zelf wel besefte dat het moeilijk zou worden om het niveau van ‘Het meisje in de trein’ te evenaren. Niet zozeer wat verkoopcijfers betreft, dan wel inzake de ‘doorwerktheid’ van het boek.

    Wat suspense en verhaal betreft is ‘In het water’ zeker een waardige opvolger. Het is een boek dat je met tegenzin opzij legt. De geheimdoenerij over de ‘verdrinkingspoel’, de zoektocht naar de ware redenen van de dood van Nell, Katie en de andere vrouwen, de herinneringen van de verschillende personages zijn allemaal elementen die je aan het boek gekluisterd houden.

    Net als in de vorige kiest Hawkins in deze roman ervoor het verhaal te vertellen vanuit het oogpunt van de belangrijkste personages. Maar het zijn er veel. Als je uitgever een kaartje bij het boek voegt met de verschillende personages en hun respectievelijke relaties, is dat niet echt een blijk van vertrouwen in de duidelijkheid van het verhaal.

    ‘In het water’ lijkt ook niet echt een hoofdpersonage te hebben. Is dat Lena of Jules? Of misschien toch Sean? En dat zie je ook aan het uitwerken van de karakters. Rachel is in ‘Het meisje in de trein’ tot in het kleinste detail uitgewerkt. En dat mis ik wel een beetje bij Lena, Jules en de anderen.

    Het is begrijpelijk dat als je een meesterwerk hebt geschreven zoals ‘Het meisje in de trein’, het moeilijk is om dit te evenaren. En waarschijnlijk komt daar dan ook nog de druk van de uitgeverij bij. Die willen dan zo snel mogelijk opnieuw een bestseller. Money makes the world go around, weet je wel. Maar als auteur boet je onverbiddelijk aan kwaliteit in als je je een deadline oplegt. Misschien een goede raad aan Lize Spit na het schrijven van ‘Het smelt’: laat je niet opjagen en neem je tijd voor je tweede boek. Je hebt er als auteur enkel maar bij te winnen. Vergeet tenslotte niet dat de grootste schrijver ooit, Willem Elsschot, in zijn hele leven amper 11 romans heeft geschreven.

  • De zomer van de doden - Toni Coppers

     

    zomer.jpgMet de publicatie van ‘De zomer van de doden’ is Toni Coppers inmiddels aan zijn twaalfde misdaadroman toe. Pff, een zoveelste misdaadverhaal zal u zeggen? OK, het is waar dat Vlaanderen heel wat misdaadauteurs rijk is. Alsof een hele generatie beslist heeft om in de voetsporen van Georges Simenon te treden. Vandaag heb je immers Luc Deflo, Pieter Aspe, Stan Lauryssens, enz. Vaak hoor je dan dat er maar één verschil is, namelijk de plaats waar het verhaal zich afspeel. In het geval van de vermelden is dat dan Antwerpen, Mechelen, Brugge en Brussel. Maar met een dergelijke opmerking doet men Toni Coppers oneer aan.

    Coppers is meer een romancier, dan iemand die thrillers of ‘whodunits’ schrijft. Je merkt dat niet alleen in zijn vorige boeken, maar meer dan ooit in dit verhaal. De wijze waarop hij het in dubio verkerende, getormenteerde personage van Michel Masson neerzet, getuigt van een immense zorg die de auteur besteedt aan de personages in de Liese Meerhout-reeks. Niet alleen voor de hoofdpersonages, ook voor de – wat oneerbiedig uitgedrukt - bijrollen. Ook bij de Italiaanse politiecommissaris - die naar alle waarschijnlijkheid enkel in dit boek zijn opwachting zal maken – worden delen van zijn aard en karakter mooi in de verf gezet.

    Een zelfde zorg wordt besteed aan plaatsen, gebouwen,… In dit geval het stadje Bolsena en de crypte waar het lijk van een Antwerpse man wordt gevonden. Het maakt dat je als lezer in de misdaadromans van Coppers écht aanwezig bent. Je loopt als het ware als een onzichtbare derde mee met Masson en Meerhout. Een schrijver die dat kan verwezenlijken, mag over zijn werk meer dan tevreden zijn.

    Waarover gaat ‘De zomer van de doden’ nu precies? Wel,… Dat moet je zelf maar lezen.

    Toni Coppers De zomer van de doden Manteau 320 blz.

  • Dick Durver en ik

    Dank zij Joe FM is ‘Merlina’ weer alomtegenwoordig in de media. Heerlijk is dat, want de serie kruiste niet alleen mijn pad in mijn kindertijd, maar ook mijn pad als ‘grote mens’.

    Lees meer...

  • Respect voor A: ook voor haar erfgoed?

    stadhuis.jpgOp 17 maart a.s. vindt de CittA Urban Trail plaats. Het is een soort loopwedstrijd dwars door het Antwerps stadscentrum. Een prachtig initiatief. Het combineert immers aandacht voor sport en aandacht voor erfgoed. Het traject leidt de lopers langs enkele erfgoedpareltjes die onze stad rijk is.

     

    Zo lopen de deelnemers ondermeer door de oude burchtpoort die op vraag van Karel V eeuwig bewaard diende te worden toen hij het Steen aan de stad Antwerpen schonk. (Waar is trouwens de vlag van het hertogdom Brabant? (de tweede voorwaarde van Keizer Karel)) Maar ik vraag me af waarom een dergelijk origineel en toe te juichen initiatief ook altijd een “over the top”-ideetje moet bevatten?

     

    Immers, de 4000 lopers worden ook nog even door het Stadhuis gejaagd. U leest het goed. Ze lopen dóór het stadhuis. Het Antwerpse stadhuis is van de hand van bouwmeester Cornelius Floris De Vriendt en een eerste voorbeeld van “Lage Landen Renaissance”. Het werd gebouwd in 1561. Al moet ik daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat het serieus diende herbouwd te worden na de Spaanse Furie in 1576. Het stadhuis is trouwens al heel wat jaren –terecht - UNESCO-werelderfgoed.

     

    Mij lijkt het stadhuis dan ook niet echt geschikt om 4000 mensen te laten joggen, lopen, spurten. Zo laat je toch ook geen loopwedstrijd plaatsvinden in het Rubenshuis, of laat je ook geen plaatselijke ronde lopen in de Kathedraal. Het zal wel weer te maken hebben met de sensatiesamenleving waarin we vandaag leven. Alles moet tegenwoordig een “eyecatcher” hebben. Iets dat “er over is” om meer aandacht te kunnen genereren.

     

    Ik vind het alleszins spijtig dat een dergelijk goed initiatief, een initiatief dat sterk genoeg op zichzelf staat, zich vergrijpt aan erfgoed. Spijtig ook dat de burgemeester dit toelaat. Zijn bestuursakkoord had als titel “Respect voor A”. Geldt dat respect dan niet voor het erfgoed van A?

  • De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

    Jonasson.jpgHet was alweer even geleden, maar het is tijd voor een boek. Voor wie houdt van het meer absurde werk is “De 100-jarige man die uit het raam klom een verdween” een van de betere werken van vorig jaar.

     

    Allan wordt 100 en dat moet in het bejaardentehuis gevierd worden. Alleen heeft ons hoofdpersonage daar niet zo veel zin in. Hij klimt uit het raam en kiest het hazenpad. Allen is niet alleen een kranige 100-jarige, hij kent ook geen enkele angst. Hij leeft van moment tot moment en is behoorlijk impulsief wat beslissingen betreft. Dat heeft ook zijn gevolgen. Het brengt hem in contact met een maffiabende, zorgt voor enkele ongelukkige overlijdens en voor een politieman die maar geen staart krijgt aan wat er sinds de verdwijning van Allen allemaal gebeurt.

     

    Bovendien blijkt uit het boek dat onze vriend Allen ook heel wat invloed heeft gehad in de internationale politieke geschiedenis van de 20ste eeuw. Al moet ik wel toegeven dat dit concept na de film ‘Forrest Gump’ niet waanzinnig origineel is. Maar auteur Jonas Jonasson versterkt dit gekende concept nog door zijn sterk gevoel voor humor. Jonasson zorgt er trouwens voor dat zijn verhaal een behoorlijk tempo heeft, zodat het boek eigenlijk nooit gaat vervelen en je helemaal geen ‘déjà vue-gevoel’ krijgt.

     

    Kortom, een geweldig humoristisch en meeslepend boek.

     

    Jonas Jonasson - De 100-jarige man die door het raam klom en verdween – 360 pagina’s – Nederlandse vertaling uitgegeven bij Bruna Uitgevers

  • Barbertje versus Lothario

    Dekker.jpgTaal is soms een eigenaardig iets. Ik moest daar weer aan denken toen ik de ‘Vrije Tribune’ van Freya Piryns in De Standaard van vandaag las. Ik wil niet op de inhoud ingaan, maar het wel hebben over een beeldspraak die al jaren gebruikt wordt. In haar tekst heeft Piryns het over “Barbertje die moet hangen.” Heel veel mensen heb ik die uitdrukking al horen gebruiken, maar ik heb nooit begrepen hoe die uitdrukking in onze taal is terecht gekomen.

     

    Immers, Barbertje komt voor in ‘Onuitgegeven toneelspel’ dat het bekende boek Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker voorafgaat. Alleen,... in die parabel staat niet Barbertje terecht, maar wel Lothario. Hij wordt er van beschuldigd Barbertje vermoord te hebben. En daarop staat de doodstraf. In zijn verdediging vraagt hij ondermeer om getuigen die kunnen bevestigen dat hij een “edel mens” is. En dat is volgens de rechter, die enkel op een veroordeling uit is, eigenwaan. En ook op eigenwaan staat de doodstraf. Als dan Barbertje levend en wel in de rechtszaak opduikt, wordt Lothario alsnog ter dood veroordeeld. Niet voor moord, maar wel wegens eigenwaan. Kortom, niet Barbertje, maar Lothario moet hangen.

     

    Dus vraag ik me nu al jaren af waarom we altijd zeggen: “Barbertje moet hangen”? Is er iets fout gegaan in de overlevering van de het verhaal van Multatuli? Of is er een bepaalde reden waarom we de uitdrukking ‘Barbertje moet hangen’, gebruiken? Wie het weet, mag me steeds een e-mailberichtje sturen met de reden. In het belang van mijn gemoedsrust. ;-)

  • Mijn vriend, Henry Smart

    De ster Henry Smart.jpgDe bekende Ierse auteur, Roddy Doyle, heeft duidelijk iets met trilogieën. Enorm genoten, heb ik van zijn zogenaamde Barrytown-trilogie (The Commitments, The Van en The Snapper), vooral dan van ‘The Commitments. (Jimmy zit voor eeuwig in mijn geheugen) Recent heb ik de jongste trilogie, nl. die over Henry Smart uitgelezen.

     

    De inhoud in een notendop: In ‘A star called Henry/De ster Henry Smart’ ontmoeten we Henry Smart die in de armoede in Dublin begin vorige eeuw zijn vader op een gewelddadige manier verliest, er alleen met zijn broertje op uitrekt en ook zijn broertje aan door armoede veroorzaakte ziekte moet afgeven. Hij komt dan terecht in het Ierse verzet bij de Paasopstand van 1916 en zal van af dan in dat kader in opdracht moordaanslagen plegen. Hij zal ook zijn vader wreken. Het boek eindigt met de vlucht van Smart voor zijn eigen opdrachtgevers.

     

    In ‘Oh, play that thing/De man achter Louis’ zoekt Henry zijn weg in Amerika en wordt een soort rechterhand van Louis ‘Satchmo’ Armstrong, nog voor die beroemd is. In Amerika vindt Smart ook zijn vrouw en dochter terug. En met zijn vrouw en kinderen trekken ze door de States als een soort ‘Bonnie en Clyde’. Bij het op een trein springen, verliest Henry niet alleen zijn been, maar ook zijn gezin. Uiteindelijk wordt Henry opgevangen door de filmregisseur Ford.

     

    En tot slot in ‘The death republic/De dode republiek’ zet Henry Smart na vele jaren terug voet op Ierse bodem. Ford wil immers het leven van Henry verfilmen. Uiteindelijk wordt Smart conciërge op een school en komt op bejaarde leeftijd opnieuw in aanraking met de vernieuwde generatie van Ierse vrijheidstrijders. Hij merkt dat er niet veel veranderd is. Aanslagen en tegenaanslagen. De nieuwe generatie behandelt hem als een soort trofee, de moedige oud-strijder van 1916.

     

    Er gaan stemmen op dat Doyle zich in de trilogie laatdunkend uitlaat over de Ierse vrijheidsstrijd en diegenen die deze strijd gestreden hebben. Ik ben het daar maar deels mee eens. Ten eerste is het een roman en geen biografie. Ten tweede, men moet daar ook eerlijk over zijn, kwamen de strijders van 1916 uit alle lagen van de bevolking en streden vaak met heel veel verschillende idealen of persoonlijke doelstellingen. En net dat komt zo goed uit de verf in de drie boeken. Ieder had wel zijn eigen redenen.

     

    Als geen ander slaagt Roddy Doyle er opnieuw in verschillende karakters te bedenken die met hun beide benen bij wijze van spreke in de Ierse turf staan, die zo door en door menselijk zijn. Ook situaties zijn vaak zeer herkenbaar. Zoals het personage dat pocht er in het GPO bij te zijn geweest, terwijl Smart de persoon in kwestie nog nooit heeft gezien. Ook emotionele scènes, zoals Smart bij het sterfbed van zijn, in ‘A star called Henry’, rivaal Ivan.

     

    Het is prachtig hoe Doyle diepmenselijke zaken verweeft met humor, fictieve situaties met maatschappijkritiek, enz. De drie boeken nemen je mee op de reis die Smart aflegt en gaandeweg word je vanzelf de vriend van Henry.

     

    Tot slot geef ik nog één raad mee. Lees aub de boeken alle drie en in de juiste volgorde. In het tweede en derde deel komen er immers verwijzingen naar ‘A star called Henry’. En als je ze niet na elkaar leest, weet je niet echt wat bepaalde citaten daar staan te doen en zou je de ‘pointe’ wel eens kunnen missen. Vermits je ze alle drie moet lezen, wil ik ook nog zeggen dat je je niet mag laten afschrikken door de hoeveelheid. Het gaat tenslotte over in totaal meer dan 1200 bladzijden. Maar je zal zien, je gaat daar zeer vlot door. Ik heb er alleszins met volle teugen van genoten en wens jullie hetzelfde.

  • Elsschot – Vic van de Reijt

    elsschot.jpgHet politieke reces is een uitgelezen (flauwe woordspeling) moment om wat bij te lezen. Gedurende het politieke jaar is daar immers niet steeds de tijd voor en stapelen de aangekochte boeken zich op. Mijn eerste recesboek heb ik alweer achter de kiezen. Welk? Elsschot, leven en werken van Alfons De Ridder van Vic van de Reijt.

     

    Wat mij betreft een zeer waardevolle biografie over een van de grootste schrijvers van de Nederlanden. Het is immers niet de zoveelste biografie in rij. De auteur heeft de ondertitel “Leven en werken van Alfons De Ridder” zeer bewust gekozen. van de Reijt combineert in de biografie immers drie belangrijke aspecten van De Ridder. De Ridder als reclameman, als ‘Pater Familias’ en als Elsschot. De biograaf heeft dan ook het zakelijk archief van De Ridder uitgebreid bekeken.

     

    En vermits de hij zeer chronologisch tewerk gaat, worden de drie aspecten zeer mooi in elkaar verweven. Prachtig is het om te zien hoe de familieman de zakenman beïnvloedt, hoe de zakenman met de auteur omgaat en hoe de schrijver de familieman (bv. Pensioen) en zakenman (bv. Lijmen) in zijn boeken tot zijn recht laat komen. Enzovoort.

     

    Evenzeer fascinerend is hoe vaak toeval er alsnog voor gezorgd heeft dat De Ridder een schitterende literaire carrière heeft kunnen neerzetten en hoe één gedicht eigenlijk een einde heeft gemaakt aan al dat moois. Wat dat betreft roept het herinneringen op aan de Antwerpse volksgroep De Strangers. Of hoe er in dit land eigenlijk weinig veranderd.

     

    Maar de biografie is alleszins een boek dat elke Elsschot-liefhebber moet gelezen hebben. Ook al zullen de grootste aanbidders van Elsschot, zeker in de Vlaamse Beweging, het niet volledig met me eens zullen zijn. Immers de kleine kantjes van De Ridder komen, ondermeer door het doorwaden van zijn zakelijk archief, zeer uitdrukkelijk aan bod. Het boek belicht immers de mens De Ridder. En een mens is maar een mens. Kortom, van de Reijt legt op een magistrale wijze het spanningsveld tussen “Boorman” en “Laarmans” in De Ridder bloot.

     

    Het lijkt me dan ook best dat deze biografie samen gelezen wordt met andere werken over Willem Elsschot. Maar als je een genuanceerd beeld wil hebben, lijkt me dit werk in het geheel van al wat er al is verschenen onontbeerlijk. 

     

    Vic van de Reijt – Elsschot, Leven en werken van Alfons De Ridder, Athenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2011

  • Aida en de pluchen olifant

    aida.jpgAfgelopen vrijdag ben ik nog eens naar de Vlaamse Opera geweest. De verwachtingen waren hoog gespannen, want er stond een klassieker op het programma: Aida van Verdi. Resultaat: het zal weer een tijdje duren eer ik nog eens een voorstelling zal bijwonen.

     

    Ik heb nochtans begrip voor het feit dat niet alle opera’s kunnen uitgevoerd worden zoals ze destijds zijn geschreven en dat een en ander een fris kleedje aangepast mag worden. ‘De Schelde van Peter Benoit kan qua kostenplaatje ook niet meer uitgevoerd worden zoals oorspronkelijk geschreven. Ik begrijp dat ze afgelopen vrijdag geen levende olifant op het toneel hebben gezet. Maar Ramadès ten strijde laten trekken met een kleine pluchen olifant??? Een beetje belachelijk, me dunkt. En wat te vertellen van het decor? Een witte kooi met één rode sofa. Dat was het dan. Het koor zat verstopt achter de witte kooi. Eén keer krijgen we het koor te zien als de witte wand openschuift. Het koor in zwarte banken die als een politburo bij een 1 mei-stoet in Moskou alles aanschouwen. Potsierlijk. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

     

    Of hoe een regisseur en een decorbouwer een hele sfeer naar de knoppen kunnen helpen. En eigenlijk had ik het moeten weten. “Zo hoort het tegenwoordig in de moderne opera”, wordt me dan meegedeeld. Zo heb ik ooit Turandot van Puccini moeten aanschouwen met als decor een reusachtige zwarte keukenstoel en iedereen gekleed in een beige impermeabel. En dan te weten dat bij die opera zo’n prachtige kostuums hoorden. Of Il Trovatore. Het decor… een reusachtig hoofd van een babypop…

     

    Kortom, ik kan het best hebben dat men wat praktische zaken verandert om een opera te kunnen uitvoeren, maar op de duur is niets meer heilig. Op den duur is er geen respect meer voor de componist/schrijver van het kunstwerk. De volgende stap is dat ze de teksten en muziek nog gaan aanpassen. Wie weet gaat men nog een stevige beat onder de aria ‘Celeste Aida’ steken.

     

    Noem me traditioneel, conservatief,… eender wat,  maar van het Antwerps stadhuis, hét eerste voorbeeld van Lage Landen-renaissance, ga je toch ook niet afbreken om er een functioneel gebouw van te maken in de vorm van een A. (Hoewel, ik wil Janssens niet op ideeën brengen.) Dus geef mij maar de ‘old school’ opera’s.

  • Typisch Humo

    vandersteen.jpgKleintjes van Humo. Deze week plaatsten ze de klassieke Wiske-knipoog op de cover. Alleen is de knipoog een Swastika. Alles verwijzend naar het feit dat nu bewezen zou zijn dat Willy Vandersteen nog getekend heeft voor het dagblad ‘Volk en Staat’ tijdens de oorlogsjaren.

     

    Los van de inhoud van die tekeningen heb ik daar toch wat bedenkingen bij. Ten eerste weet niemand wat de beweegreden van Vandersteen waren om zijn tekeningen voor die collaborerende krant te maken. Het was oorlog, misschien had de jonge tekenaar geld nodig om eten te kopen voor zijn gezin? Want nu stellen dat Vandersteen een nationaal-socialist was lijkt me toch kort door de bocht.

     

    En nu? Suske en Wiske verbieden op school? Vandersteen van het ereperk van het Schoonselhof verwijderen? De manier waarop Humo met deze feiten omspringt is bedenkelijk. Ze werpen een smet op een van de grootste artistieke erfenissen die Vlaanderen zijn nagelaten. Jarenlang hebben allerhande bobo’s steeds gesteld dat Hugo Claus de Nobelprijs voor literatuur moest krijgen. Wel, Claus’ werk is minder vertaald dan dat van Willy Vandersteen. Om maar iets te zeggen.

     

    Ach, wat is het toch met Vlamingen die telkenmale de behoefte voelen om hun eigen schitterende cultureel erfgoed flink te besmeuren? Ik zal het nooit begrijpen. Humo heeft ook geluk dat Vlamingen zo lijdzaam zijn. Ze zouden het eens met Kuifje moeten proberen. De NV Moulinsart zou er niet mee lachen en een rechtszaak en een fikse schadevergoeding verder zouden ze bij Humo wel eens twee keer nadenken vooraleer een dergelijke stunt te herhalen. Maar niet zo bij de kinderen van Vandersteen. Die laten enkel weten geschokt te zijn. Humo komt er goedkoop vanaf.

  • Leve de outsiders

    sastreAls jonge gast was ik een grote fan van de Tour de France. Toen had ik de luxe om elke etappe te bekijken. Eens je werkt, is dat moeilijker. Gelukkig was ik de afgelopen week thuis, zodat ik toch enkele etappes kon meepikken.

     

    De afgelopen jaren was het vaak een saaie Tour. Enkele jaren geleden was het al van bij het begin duidelijk dat Armstrong zou winnen. Geen tegenstand. En de afgelopen jaren, nu ook nog, werd de Tour ontsiert door dopingschandalen. Wetende dat een Tourwinnaar wordt geschrapt wegens valspelen,... Een mens zou al voor minder niet langer naar de koers kijken.

     

    Maar ik moet zeggen dat ik dit jaar genoten heb. Het was alleszins spannend. Op een gegeven moment zag het er naar uit dat de topfavoriet, Cadel Evans, het geel zou behouden tot in de lichtstad, maar l’ Alpe d’Huez stak daar een stokje voor. Een ijzersterke Carlos Sastre bewees daar een maat te groot te zijn voor de topfavoriet. Maar ook na die etappe bleef het spannend. Volgens de kenners zou Evans in de laatste tijdrit Sastre naar huis rijden. Quod non. Sastre, de outsider, bleef meer dan overeind.

     

    Sastre in het geel in Parijs. Ik vind het altijd geestig als de outsider wint. En de man is echt een buitenbeentje in het peloton. Geen kannibaal, geen patron of leider. Neen, eerder een minzame jongen die zich uit de naad werkt. Het moet voor deze 36-jarige ook schitterend zijn om te winnen. Hij komt immers uit een rennersgeneratie die af te rekenen had met de veelvraat Lance Armstrong. Waarschijnlijk had hij gedacht nooit nog in het geel in Parijs aan te komen. Kortom, hard werk wordt beloond. Dat maakt sport en dus ook het wielrennen mooi.

     

    Ook de massasprint op de Champs Elysee was mooi. Er zit duidelijk wat kracht in de Limburgse benen van Steegmans. Na de sprintoverwinningen van Cavendish werd Steegmans ook al uitgekreten door de kenners. Hij had geen panache, hij kende de stiel niet, hij was geen Boonen, hij was een overroepen renner,… Niemand van de kenners had hem nog verwacht, maar dan op pure kracht al vroeg op kop in enkele meters drie fietslengten pakken op de zogenaamde spurtbommen en nog met een kleine fietslengte overschot over de meet komen. Wel zoiets maakt het wielrennen mooi. Ook in de koers moet elke wedstrijd gereden worden. Kortom, ’t was best een aangename Tour dit jaar.

  • Jeugdsentiment

    MerlinaGisteren werd een DVD-box, zoals dat pleegt te heten, op de markt gebracht met de afleveringen van de tv-serie Merlina. Ge moogt gerust zijn dat ik die op de kop ga tikken. Merlina is puur jeugdsentiment. Toen ik klein was, was ik echt fan van die televisieserie. Het kon toen ook moeilijk anders. Het aanbod voor kinderen op tv was toen eerder beperkt te noemen. Vandaag de dag kan je de hele dag kinderprogramma’s kijken. Met als gevolg dat je kinderen soms van voor die lichtbak moet wegsleuren. Vaak met de nodige discussies en trillende lippen als gevolg. Ik vraag me dan ook wat de pedagogische waarde is van kinderen een aanbod aan te reiken waardoor ze een hele dag voor televisie kunnen hangen, maar soit dat is stof voor een andere discussie.

     

    Merlina dus. Terwijl een nostalgische bui zich van mij meester maakt denk ik met een glimlach op het gelaat terug aan Pol die zich zelf een dosis met de parafix toedient, Napoleon die zijn uitvindingen uittest op Pol en er van uitgaat dat elke uitvinding “tiptop in orde” is. Of ik denk aan Pol die vals speelt bij een partijtje Stratego met An. En aan Sardonis, wat een schitterende figuur in die serie. Ach, heerlijke televisie. Als ik vandaag al eens met mijn kinderen naar Mega Mindy kijk, moet ik ook altijd aan Merlina denken. De verhaallijn, de stijl, het is duidelijk dat Merlina als basis heeft gediend. Of zoals Lea Couzin (Merlina zelve) het formuleert in Het Laatste Nieuws: “Ze zeggen dat Merlina de voorloper van Mega Mindy is. Maar eigenlijk is Mindy de achterloper van Merlina.”

     

    En aan wie hebben we zoveel plezier te danken? Aan Dick Durver, de schrijver van Merlina en van Postbus X en Mik, Mak en Mon en van zoveel anders. Ik betreur het dan ook zeer dat Dick Durver naar aanleiding van het uitbrengen van de DVD-box eigenlijk niet aan bod komt. Misschien kunnen we ons wel een oordeel vormen hoe dat komt. Immers, pas enkele jaren later zou ik vernemen wie die Dick Durver eigenlijk is. (Nog later vernam ik zelf dat een van de handlangers van Sardonis nog Senator is geweest. Een glansrol van die man.) Ik had ook het voorrecht de man achter dat pseudoniem, Jef Elbers, verschillende keren te mogen ontmoeten. Een schitterend verteller en met een ‘pen van goud’ waaruit hij de meest schitterende verhalen, liedjesteksten en zo veel meer kon laten vloeien. Nu ik er aan denk, ik heb Jef eigenlijk nooit bedankt voor zoveel plezier in mijn kindertijd. Eigenlijk zou ik dat dringend eens moeten doen.

  • Tot vrijdag

    drentheEven weg tot vrijdag. Gezellige vakantie met partner en bengels. Het is weliswaar niet naar het buitenland, maar het is toch leuke streek in het noorden van ons land waar we naar toe trekken. In de provincie Drenthe om precies te zijn. Tot vrijdag.

  • De Kennedys over Leterme

    Filmpjes op het internet. Het neemt alsmaar toe. Vaak amateurisme, maar ook vaak goed. Zo zijn er de Kennedys die regelmatig grappige en goedgemaakte stukjes over actuele onderwerpen op het net gooien.

     

    Deze over Leterme wilde ik jullie niet onthouden. Ze zijn echt wel schitterend en grappig.

     

    http://www.garagetv.be/video-galerij/dekennedys/Leterme_zingt_de_Braban_onne.aspx

     

    http://www.garagetv.be/video-galerij/dekennedys/Yves_Braban_onne_Leterme.aspx

  • Handen af van Kuifje,… en al de rest

    Kuifje in AfrikaDe dictatuur van de politieke correctheid heeft weer een nieuwe kaap in de stripwereld gerond. Dit keer is Kuifje van Hergé aan de beurt. “Kuifje in Afrika” wordt in Groot-Brittannië uit de kinderrekken gehaald en verplaatst naar de afdeling strips voor volwassenen. Reden: de Britse vereniging voor rassengelijkheid vindt de strip racistisch.

     

    Ergerlijk is zoiets. Ten eerste is een strip, net al eender welk ander boek, film, schilderij, beeldhouwwerk,… een kind van zijn tijd. Mag het even? En de tijd van de strip “Kuifje in Afrika” is 1930-1931. Gaan we dab vanaf nu alle creatieve producten en kunstvormen bannen die niet tot onze tijdsgeest behoren? Neen, toch. Wat een verschraling zou me dat zijn.

     

    Ten tweede vind ik dat de auteur/tekenaar/kunstenaar moet gerespecteerd worden in wat hij of zij heeft gecreëerd. Wat bedoel ik daarmee in het geval van strips? Stop met de aanpassingen! In heel wat Kuifje-strips zijn dialogen en tekeningen aangepast aan de tijdsgeest. En Hergé is niet het enige slachtoffer. Ook Willy Vandersteen kan daar van meespreken. De teksten van bv. “De vliegende aap” van Suske en Wiske  werden aangepast voor dezelfde redenen. De cowboy Lucky Luke van Morris mag niet meer roken, wegens slecht voorbeeld voor de kinderen. Trouwens over roken gesproken, de cartoons van Tom en Jerry waarbij Tom een sigaar rookt mogen niet meer uitgezonden worden. Zie post 22-08-2007. Maar zijn de “aanpassers” er wel zeker van dat ze hiermee niet raken aan het wezen van de strip, aan het wezen van het verhaal, aan het wezen van het kunstwerk? Stel je voor dat we de dikke engeltjes en de dikke vrouwen op de doeken van Rubens zouden herschilderen onder het motto dat obesitas gevaarlijk is voor de volksgezondheid en de engeltjes dus een slecht voorbeeld zijn?

     

    Waar stopt in feite de bemoeizucht van dit elitaire clubje van politiek-correcten? Zijn er in deze wereld dan echt geen grotere en belangrijke problemen waarop we ons kunnen storten. Ik dacht nochtans van wel. Kortom, weg met het betuttelend vingertje en handen af van Kuifje. En van alle andere strips. Het wordt gewoonweg beangstigend. We komen steeds dichter bij een moderne boek(strip)verbranding, we komen dichter bij de invoering van de moderne “index”.  En is dat niet iets waar we allemaal, dus ook de politiek-correcten, tegen moeten zijn? Leve de vrijheid. Ook voor Hergé en alle andere tekenaars.

  • Wat is er fout aan Nederlandstalige muziek?

    VerminnenDat is een vraag die ik me regelmatig stel. Zeker wanneer ik het aandeel bekijk van Nederlandstalige muziek op de radio in Vlaanderen. Vandaag werd de analyse “The radio observer 2007” bekend gemaakt. Volgens die cijfers is het aandeel van Nederlandstalige muziek op de radiozenders in Vlaanderen gedaald van 5 naar nog amper 3%. Zelfs Radio 2 van de openbare omroep zou volgens die cijfers nog maar aan amper 14% geraken, maar ook op die zender is er een daling tegenover 2 jaar geleden.

     

    Erg en ergerlijk vind ik dat. Ik ben het niet eens met een voormalige mediaspecialist in het Vlaams Parlement die stelde dat de Nederlandstalige muziek botweg van te lage kwaliteit is om op de radio te draaien. Volgens hem is dergelijke muziek te lelijk om dood te doen. Hij is fout. M.i. is er altijd kwaliteitsvolle Nederlandstalige muziek geweest. En kwaliteitsvolle Nederlandstalige muziek in alle genres. Waard om op de radio gespleed te worden. Neem nu recent de Fixkes. Toch een leuk nummer zeker!? En die knapen hebben de verkoopcijfers om te bewijzen dat de Vlamingen dat soort muziek weten te smaken. Of Laura Lynn? Niet onmiddellijk mijn persoonlijke favoriet, maar wel die van een groot deel van de Vlamingen die allemaal de moeite doen om haar CD’s te gaan kopen. Ook zij kan dat met keiharde verkoopscijfers bewijzen. Of neem eens de cijfers van aanwezigen op de concerten van Clouseau in het Sportpaleis. Er zijn heel wat internationale topartiesten die het met minder publiek moeten stellen als ze in Vlaanderen komen optreden.

     

    En ook in een recent en minder recent verleden is er goede Nederlandstalige muziek geproduceerd. Zijn Johan Verminnen, Raymond van het Groenewoud, De Strangers, Willem Vermandere, Kris de Bruyne,… allemaal zo slecht? Ik dacht van niet.

     

    De elitaire en intellectualistische programmamakers van al die radiostations zouden zich beter eens wat minder verheven voelen boven de rest van de bevolking en eens luisteren wat de doorsnee Vlaming uit zijn radio wil laten galmen. Ik zeg niet dat er alleen maar Vlaamse muziek te horen mag zijn. Dat zou een verschraling zijn. Maar nu is het onevenwicht toch echt totaal.

     

    En willen ze niet luisteren naar het volk, wel dat de openbare omroep dan maar eens opteert voor een digitale radiozender (DAB) met enkel Nederlandstalige muziek en producten van eigen bodem. Vandaag de dag met de nieuwe zendtechnieken kan dat niet zo’n onoverkomelijke opdracht zijn. Ge zult zo’n zender nogal zien pieken. Het wordt tijd voor een herwaardering van de Nederlandstalige artiesten. Ik vraag me af wat zij over de analyse denken.

  • De Fixkes en mijmeringen over de 20ste eeuw

    Duran DuranIemand het stuik gelezen over de Fixkes in het Laatste Nieuws van het afgelopen weekend? Dat Kempisch groepke staat al ettelijke weken in de hitparades op nummer 1 met het liedje “ ‘kvraag et aan” een nummer waarin ze hun beleving als jonge gastjes in de jaren ’80 van de vorige eeuw bezingen. Herkenbaar want ook ik ben opgegroeid in die jaren ’80.

     

    Heerlijk hoe de man de keuze van zijn liedtekst beschrijft. Wat vooral opvalt is dat wij in de jaren ’80 geduldiger waren dan de jeugd vandaag. Nu kan je alles op internet vinden en beginnen de jonge gasten al te klagen als het downloaden van een muzieknummer te lang duurt. Wij staken een cassette in de cassettespeler, luisterden naar de Top 30 op BRT2 op zaterdagvoormiddag en drukten op record als het nummer voorbijkwam. En dat was nog het gemakkelijkste, want die Top 30 stond in de krant. Moeilijker was het als we een nummer wilden dat niet in de Top 30 stond. Dat kon dagen in beslag nemen.

     

    Of neem nu digitale TV. Je kan doen wat je wil, je slaagt er altijd in je favoriete programma te zien. Eender wanneer en vooral zonder enige moeite. Net als de zanger van de Fixkes, zat ik braafjes te wachten (met nadruk op te wachten) tot Merlina (Dank u voor schone jeugdprogramma’s, Jef Elbers!) op BRT1 begon. Toen moest je keuzes maken, kijken of iets anders doen. En trouwens,… als Merlina gedaan was, was’t meestal ook gedaan met TV kijken. Wij mochten geen (en konden dat ook niet wegens te weinig kinderprogramma’s) uren voor TV hangen. Wie dergelijke 21ste eeuwse fenomenen net als de Fixkes - maar dan voor een meer select publiek - beschrijft, is Prof. Em. Jacques Claes in zijn boek “Mijmeringen over de 20ste eeuw”. Moet je zeker eens lezen.

     

    Maar het lijkt er op dat we door de snelheid en het gemak waarmee we alles kunnen hebben, cynische mensen kweken. Mensen die –zoals Oscar Wilde stelde – van alles de prijs kennen, maar nergens de waarde van. En dat wordt als maar erger. Wat mijn vader en moeder zaliger zeer naar waarde konden schatten, was voor mij en mijn zussen vanzelfsprekend. En wat ik waardevol vind, is op hun beurt weer voor mijn kinderen vanzelfsprekend. Ook het ongeduld, neemt toe. Denkt u dat er iemand in, laten we zeggen, het midden van de 20ste eeuw wist wat onthaasting was. Neen , tuurlijk niet. Niemand was gehaast; Iedereen had geduld en … tijd.

     

    Maar soit, ik kan zoals Prof. Em. Claes hierover blijven mijmeren, maar daarvoor heb ik geen… tijd.  

  • Oscar Scorsese

    The departedGisteren ben ik met de vriendin eens een cinemake gaan doen. Zoals steeds mag zij kiezen en haar keuze viel op ‘The Departed’ van Martin Scorsese. Uitstekende keuze, schitterende film. ’t Is weliswaar een lange film (2uur 30) waardoor het op bepaalde momenten moeilijk wordt om geboeid te blijven volgen. Maar het is een film met heel wat totaal onverwachte wendingen. Vooral het slot is dan ook schitterend. Ik haat immers voorspelbare films. Op dat gebied is het een typische Scorsese-film.

     

    Jack Nicholson bewijst nogmaals dat hij zowat de beste acteur is die de jongste jaren het witte doek heeft gesierd. De film maakt duidelijk dat de jonge gasten(Leonardo Di Caprio en Matt Damon) nog heel wat van de oude krokodillen kunnen leren.

     

    Het nieuws van vanmorgen over de Oscaruitreiking was dan ook niet verrassend. “The Departed” is de grote winnaar. Eindelijk, na heel wat misgelopen pogingen, heeft Scorsese zijn Academy Award.

     

    Aan de dialogen in de film kan je ook merken dat het niet echt een politiek-correcte film is en dat is ook al eens meegenomen. Voor de gevoelige zielen die niet tegen geweld of schuttingtaal kunnen, lijkt het me beter om naar ‘Plop in de stad’ te gaan kijken (ook een prachtige film, hoor). Voor alle anderen: The Departed. Het is een schitterende film.

     

  • Het belang van de gaai

    gaaiHeel vaak wordt de gaai, of de Vlaamse gaai zo u wil, in onze samenleving negatief bejegend. Inderdaad, de gaai staat geboekstaafd als een gerenommeerd nestenrover. Maar velen kijken dan ook niet verder dan hun neus lang is.

     

    In Vlaanderen heeft men steeds de eik gezien als een prachtige boom. Een boom die degelijkheid uitstraalt. Het eikenhout is tevens dé houtsoort waaruit de Vlaming doorheen de eeuwen met veel plezier zijn meubels liet vervaardigen. Een massief eikenhouten kast of tafel is niet een kast of een tafel die een leven meegaat, het is een kast of tafel die verschillende generaties meegaat. De eeuwigheid, degelijkheid en grootsheid van de eik wordt zelfs bezongen in het “gebed voor het Vaderland”: “Tot statig als een eik voor U ons volk herbloeit”.

     

    En zo komen we terug bij de gaai. Die voedt zich immers met eikels. Hij vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel en begraaft ze. Het meeste van zijn mondvoorraad vindt hij terug en de eikels die hij niet terugvindt,… groeien uit tot een statige eik. Is dat niet mooi? Zonder gaai, geen nieuwe eiken.

     

    P.s.: Voor de mensen die mij niet kennen, gaat het niet over verzuring, kwelling, verbittering. 't Is zelfs geen cynisch stuk. Het is ironie of beter nog,... 't is zelfspot.

  • Gruwelijke opera

    walkureIn de Vlaamse Opera wordt nu ‘Die Walküre’ opgevoerd van Richard Wagner. Deze opera is een van de delen van ‘Der Ring des Nibelungen’. Een van de meest imposante werken van de componist.

     

    Alleen… ik heb het verschrikkelijk moeilijk met de hedendaagse regie van deze opera. Het speelt zich o.a af in een hypermodern ziekenhuis. En dan vraag ik me af wat dit nog met de oorspronkelijke visie van de componist te maken heeft. En dit gebeurt steeds meer. Zo heb ik Il Trovatore bekeken waar de scene bestond uit een reusachtig babyhoofd. Waarom het babyhoofd? Geen idee. Of Madame Butterfly waarbij alle zangers gekleed waren in een gewone regenjas (gezien op TV). Besparingen omdat de kostuums uit die opera fabelachtig mooi en dus waarschijnlijk duur zijn?

     

    Ik heb toch wel wat vragen bij dergelijke moderne versies van schitterende historische muziekstukken. Is het nu echt fout om een opera op zijn oorspronkelijke uitvoering aan het publiek te presenteren? Ik denk het niet. Tijdens een pauze van de gemeenteraad van Gent had ik het er met Koen Crucke, toch een deskundige wat opera betreft (en ik slechts een liefhebber), over. Hij vertelde me toen dat ook hij niet echt tuk is op moderne uitvoeringen. En wie ben ik om een kenner tegen te spreken. Misschien wordt het eens tijd dat operaliefhebbers, operakenners, operazangers- en zangeressen eens een lans breken voor de originele uitvoering van de verschillende opera’s. Of ben ik weer te conservatief. Naar mijn smaak – en ik weet dat smaken verschillen – is een dergelijke uitvoering van Die Walküre gruwelijk. Wat zou Wagner er zelf van denken?

  • Geldt de VRT-boycot tegen “De Strangers nog steeds”?

    De StrangersHet EEN-programma “Zo is er maar één” is een programma waar ik voor thuis blijf. Het is een soort liedjeswedstrijd waarbij verschillende Vlaamse artiesten Nederlandstalige liedjes van hun collega’s brengen en waarbij uiteindelijk dan één liedje wint als mooiste Nederlandstalige song. Elke week is er een andere categorie die aan bod komt, nl. liefdesliedjes, liedjes met een boodschap,…

     

    Deze week is het dan de beurt aan “liedjes in het dialect”. En er zitten wat pareltjes bij, zoals -het enige Gentse liedje dat ik uit het hoofd ken - ’t Vliegerke’ van Walter De Buck, ‘in de Rue de bouchers’ van Johan Verminnen,… Maar ik miste een Antwerps liedje. Dat bleek dan de publiekskeuze te zijn en dat is geworden… “Vinde gij mij gat…” van de Clement Peerens Explosition. Clement is het typetje van Hugo Matthysen in het ter ziele gegane “Leugenpaleis.

     

    En dan heb ik zoiets van…- los van mijn grote waardering voor Matthysen - waar zijn “De Strangers”? Als er een groep is geweest die succes had met liedjes in het dialect, zijn het wel die mannen. Maar tegen die groep heerste er een soort fatwa omdat ze in 1993 op een conventie van het Vlaams Blok hebben gespeeld. Geen enkel nummer van de populaire volksgroep mocht nog aan bod komen op de openbare omroep. Intussen is het 2007 en lijkt de VRT-boycot tegen De Strangers nog springlevend. Ik vraag me af hoe het komt dat ze er in een programma als “zo is er maar een” niet bij zijn. Is er manipulatie in ’t spel? Ik weet het niet, maar het is toch eigenaardig. Zelfs de zelfverklaarde messias van Antwerpen, Patrick Janssens heeft De Strangers de absolutie gegeven (om ze dan schaamtelijk te misbruiken voor zijn campagne). Waarom is de VRT dan niet vergevingsgezind?

     

    Men gaat er blijkbaar aan voorbij wat een waarde De Strangers hebben? Niet alleen op muzikaal gebied of op creativiteit. Maar deze Antwerpse zangers waren de sociologen van Vlaanderen. Zij zongen over brandend actuele onderwerpen als abortus, overmatig medicijnengebruik, over het roken, over het vreemdelingenprobleem, over de Belgische staat,… Vooral die twee laatste onderwerpen zijn hen niet in dank afgenomen. Mijn lievelingsnummer is ‘mijn dialect’, gebracht door Pol Bollansee. Een ode aan onze wereldtaal. Voor mij blijven het topartiesten. Ik heb het allerlaatste optreden van de Strangers in de Elisabethzaal niet kunnen meemaken, maar ik was als een kind zo blij dat ik hun voorlaatste optreden heb meegemaakt op ’t Valaar. Ik ben met die groep groot geworden. De Strangers en hun liedjes zitten in mijn ziel, maken een onlosmakelijk deel uit van mijn persoonlijkheid. Voor mij zijn Pol, Bob, Alex, John, Nest (en Gust) van onschatbare waarde. En ja, het stoort me dat men voor een dergelijke groep geen respect opbrengt.

     

    P.s.: De "Rue des Bouchers" van Verminnen is een mooi lied, maar als ge echt schoon Brusselse liekes wilt horen moet je gaan voor “Leopold II” of “Brussel, ze veranderde a noem” van Jef Elbers. Maar dat is veel te hoog gegrepen zeker. Jef heeft al helemaal de verkeerde politieke mening. Arm Vlaanderen.

     

    UPDATE:  Allez, 't is al iets minder erg. De Strangers waren aanwezig in het intermezzofilmke. Maar ze verdienen toch wel meer eer. Vind je ook niet?

  • Gedichtendag

    rene de clercqMIJN VIJAND IS MIJ LIEF

    Mijn vijand is mij lief,
    Omdat hij vijand is,
    Dewijl hij mij uit laksheid hief
    En haat geeft dien ik mis.

    Mijn vijand is mij borg
    Voor vasten moed en sterke daad.
    Heb ik voor Vlaandren hart en zorg,
    Ook voor mijn vijand en mijn haat.

    Laat ruw zijn die mij tegen zijn,
    Laat diep gaan, wat mij wondt.
    Eerst als ik opbriesch van de pijn,
    Voel ik mijn toorn gezond.

    Eerst als het zwaard jeukt naar mijn hals,
    Draag ik hem recht en hoog,
    Vergend van al wat Walsch en valsch,
    Tand voor tand, oog voor oog.

    Oertrouw en dapper Dietsch,
    Geslagen vaak, versagend nooit,
    Zoolang nog iets
    Den nek mij spant, dat liever springt dan plooit,

    Voor Vlaandrens vlaggen wil ik staan,
    Voetvast, vuisttoe,
    Niet vragen wie, noch waar, noch hoe,
    Maar ranselen die mij slaan.

    Rene De Clercq

  • Eurovisie Songfestival 1976 en Hyundai

    Bucks FizzWie heeft er al de advertentie van Hyundai al gezien onder de slogan “Maak plaats in je hersenen. De gimmik is dat je enkele dingen uit je geheugen moet uithalen om plaats te maken voor de saloncondities van Hyundai. Geestig gevonden. Alleen…

     

    Er is wat met de hersenen van Hyundai (of van de reclamemaker). Allez toch iets met hun encyclopedisch geheugen. Zo moet je het Eurovisie Songfestival van 1976 uit je geheugen bannen en die opmerking is vergezeld van een foto van Bucks Fizz. Echter,... Bucks Fizz was de winnaar van Eurosong in 1981 met het liedje “Making your mind up”. In 1976 was de winnaar Botherhood of Man met het nummer “Save all your kisses for me”. Wat heeft dit met actualiteit of politiek te maken? Geen bal, maar vroeger nam ik al eens regelmatig deel aan allerhande quizzen. Ook muziekquizzen. En als dan de exacte datum een beetje ver in het geheuhgen zit is er nog altijd Wikipedia. Het zou me trouwens verbazen dat niemand anders dit zou opmerken.

     

  • Stokjestijd

    Estafette1%20kleinAllez, er is weer een soort spelleke op blogs onder de titel “five things you don’t know about me”. Het is eens soort kettingbloggebeuren. Ge moet dan vijf dingen over jezelf vertellen die niet zo bekend zijn. En dan wat namen opgeven van mensen aan wie je het stokje doorgeeft. Ik heb het fenomeen voor ’t eerst gezien op de blog van mijn goede vriend Verstrepen. Nu ik ben niet zo’n fan van die hype-achtige dingen, maar omdat mijne kameraad Bart Debie het zo vriendelijk heeft gevraagd, zal ik maar eens meedoen.

     

    Here we go:

     

    Het heeft niet veel gescheeld of de mensheid was veel gelukkiger geweest. Ik was immers een couveusebaby (veel te licht en veel te klein – de kinderarts zou nu eens mijn 104 kg. moeten aanschouwen ;-)). En ongeveer twee weken na mijn geboorte, op een zondagmorgen, werden mijn twee lieve ouders dringend gevraagd om naar ’t ziekenhuis te komen omdat ik het tijdelijke voor ’t eeuwige aan verwisselen was. Intussen ben ik er nog steeds.

     

    In mijn jonge jaren was ik een hevige supporter van Berchem Sport. In het seizoen 1985-86 speelde KBS voor ’t laatst kampioen in tweede klasse en promoveerde voor één jaar (ook weer ’t laatste) naar de hoogste afdeling van het Belgisch voetbal. Aan de laatste wedstrijd thuis tegen Racing Mechelen die met 3-1 werd gewonnen, heb ik nog een mooi aandenken. In mijn kast ligt het truitje (8) van Roger Leirs die bij die match spijtig genoeg op de bank zat.

     

    Bij de blijde intrede van onze geliefde koning Albert II in Antwerpen gingen wij uiteraard met de Nationalistische Studentenvereniging betogen. Nog voor de koning aan den Boerentoren voorbijkwam werden we al door drie peletons van de Antwerpse politie geïsoleerd en werd ik als allereerste opgepakt. De enige verdediging die ik kon bedenken om niet opgepakt te worden was dat ik daar met mijn moeder toevallig voorbij wandelde. Op de vraag van de politieagent wie mijn moeder was, duidde ik lukraak een vrouw aan. Resultaat: de dame in kwestie werd evenzeer van straat geplukt en in een combi gestoken. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de dame niet net als wij naar de Luchtbal is gevoerd, maar bij deze nog steeds mijn welgemeende excuses aan de onbekende vrouw.

     

    Een van de mooiste hobby’s die ik ooit heb gehad was voetbalscheidsrechter. De leukste herinneringen heb ik aan de wedstrijden van de nationale scholieren en Uefa-juniores. Bij die wedstrijden heb ik immers het genoegen gehad jonge talenten aan het werk te zien als Jurgen Cavens (toen Lierse), Hans Somers (toen Lierse), Philip Clement (toen Beerschot), Glen De Boeck (toen Boom),… Ook leuk was dat ik de voorwedstrijd van de afscheidsmatch van Jean-Marie Pfaff heb mogen leiden. Geestig om in de gangen van de kleedkamers Karl-Heinz Rummenige, Michel Platini, e.a. tegen te komen. Toen bleek dat het scheidsrechterstrio (Marcel Van Langenhoven, Frans Van den Wijngaert en Jean Gernaey) een grensrechtersvlag te kort had, heeft Gernaey nog mijn exemplaar gebruikt.

     

    In de jaren 1993-94 zat ik in het praesidium van de faculteitskring van het zeer linkse Pol en Soc aan de UFSIA. Voor mijn overtuiging ben ik in het tweede deel van het jaar uit het preasidium gesmeten. Een van de mannen die toen tegen mij stemde vanwege mijn Blok-lidmaatschap was bij de jongste verkiezingen kandidaat bij… VLOTT. It’s a small world, baby.

     

    Voila, tot zo ver het stokjesgebeuren. Bij deze geef ik het stokje door aan mijn “Brother in arms” Wim Van Dijck, cartoonist Fré, geboren dwarsligger Tanguy Veys, en Evert Hardeman .

  • Rik Poot en conceptuele kunst

    Rik PootEnkele dagen geleden overleed kunstenaar Rik Poot. Wat mijn persoonlijke mening betreft, een schitterend kunstenaar. Voor mensen die in het federale parlement werken, kan ik wijzen op de bronzen borstbeelden van de premiers Leo Tindemans en Jean-Luc Dehaene (vroeger werden die beelden van voormalige premiers gemaakt in een duur soort Congolees wit marmer, maar blijkbaar is men aan bezuinigingen toe.) die net aan het trapje staan dat toegang geeft tot de plenaire zaal van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. (Trouwens, waar is het borstbeeld van onze goede koning Willem naar toe, gangsters van de Kamer? Doch dit geheel terzijde) Persoonlijk heb ik een voorliefde bij voor het Dehaene-beeld omdat dat echt in de bekende Poot-stijl is. Vilvoordenaren kennen hem dan weer van het grote bronzen paard, de arbeiders van de gesloten Renault-fabriek vergeten nooit zijn grote Bronzen vuist.

     

    Poot was een kunstenaar in de strikte betekenis van het woord. Hij kreeg een idee, werkte dat uit en vervaardigde dan als een volleerd stielman het kunstwerk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Poot een broertje dood had aan conceptuele kunst en hun aanbidders. Ooit zei Poot daarover: “Zonder vakmanschap kan je onmogelijk kunst maken. Een kunstenaar is een stielman. Je mag nog de meest creatieve geest hebben, maar als je dat niet kunt realiseren, dan ben je niets. Heb je al een pianist gezien zonder vingers of een acteur zonder tong? Het is jammer dat de kunstwereld tegenwoordig helaas alleen draait om publiciteit en geld en enkele kunstpauzen die het mooie weer maken. Een kunstenaar moet uiting geven aan zijn ontroering, aan de schoonheid. Dat is wat anders dan wat onnozele grappen maken. Niemand zegt meer dat de keizer naakt is.”

     

    En ik vind, weliswaar als kunstleek, dat hij gelijk heeft. Ik ben ook van mening dat een kunstenaar meer moet zijn dan een denker. Het moet een totaalpakket zijn. Volstaat het om slechts een idee te hebben, dan naar de bronsgieter, de steenkapper, de schilder,… te trekken en te vragen om je ‘concept’ even voor je uit te werken? Ik vind van niet, want wie is dan de kunstenaar? De ideeënman of de steenkapper/beeldhouwer/schilder? Of beiden? Neen, als een idee alleen al volstaat, kan iedereen kunstenaar zijn. Zelfs ik, en wees gerust, dat is geenszins het geval

  • Dom Bontje en hypocrisie

    bontZijn de bezoekers van de site van Biteback hypocriet? Het is een vraag die je kan stellen als je kijkt naar hun wedstrijdje voor Dom Bontje 2006. Met die wedstrijd is het de bedoeling mensen die bont dragen aan een soort moderne schandpaal te nagelen.

     

    Opmerkelijk is dat een van de genomineerden met een website in het verzet gaat. Phaedra Hoste heeft gelijk. Zij is het gezicht van een lijn bij pelsland, maar de dame in kwestie is wel zeer selectief in het soort bont, in het soort dierenhuid dat ze rond haar niet geheel onaantrekkelijk lijf drapeert. Ze draagt immers enkel de huiden van dieren die door de mens courant worden opgegeten. En toch haalt vandaag Phaedra bijna 33% van de stemmen van de bezoekers van de site als dom bontje van 2006.

     

    Heel wat lager in de rangschikking staat prinses Mathilde. Prinses Mathilde die op 16 november jl. de voorpagina van Het Laatste Nieuws sierde met haar – volgens de journalist – “Greta Garbo-look”. De journalist had het over haar “prachtige mantel met een kraag in wild vossenbond”. Is vos tegenwoordig een courante maaltijd van de Vlaming? Ik dacht van niet.

     

    En als we dan de twee dames vergelijken, dan denk ik in het kader van het dierenwelzijn de dame uit Laken verder gaat dan het fotomodel.

     

    Mathilde krijg echter amper 7,8% van de stemmen. Zijn die kiezers op die site dan hypocriet en durven ze het koningshuis niet op hun bont gedrag wijzen en lijden de miltante beschermers van dieren aan politieke correctheid of hadden ze vorige maand str… in hun ogen?

     

    Foto met dank aan www.slimbontje.be

  • Boskamp zal nooit veranderen

    Sommige mensen veranderen nooit. Gisteren heb ik gemerkt dat Johan Boskamp daar een van is. Gisteren was het RFC Genk - Standard Luik. Een zwaar geladen wedstrijd door de transfer van Steven Dufour van Genk naar Standard. De politie had eerder op de dag anti-Dufour-spandoeken langs de weg moet verwijderen. Een hele wedstrijd werd die jonge gast door het ganse Fenixstadion uitgejouwd.

    Zijn trainer, Johan Boskamp, liet in een interview na de match weten dat hij opgetogen was over "de kleine" zoals hij Dufour noemt. Hij had, zwaar onder druk, een schitterende wedstrijd gespeeld. Alleen,... zei Boskamp naar aanleiding van de spreekkoren tegen Dufour: "Als ik in zijn plaats was, had ik lekker naar het publiek gezwaaid." Dat leek volgens Boskamp leuk voor de sfeer.

    Wel, dat is Boskamp ten voeten uit. Toen hij als speler nog bij RWDM voetbalde, liet die man het publiek niet gerust. Steeds de grapjas uithangen, of de supporters van de andere ploeg wat treiteren. Op een spreekkoor 'Boskamp Janet" liet hij steevast een van zijn billen zien. Vroeger had je meer van die knapen die met het publiek "speelden". Zijn ploegmaat bij RWDM Nico Jansen was ook zo eentje. Nu lopen er nog maar weinige voetballers met gevoel voor humor rond. Want laat me hier duidelijk over zijn: op een grappige manier het publiek wat opzwepen, is nog altijd iets anders dan op een crapuleuze wijze provoceren. En dat zie je de laatste tijd spijtig genoeg maar al te vaak.

  • Roermond

    Geestig, die opmerkingen op mijn blog. Volgens mijn goede vriend Geert moet ik mijn wortels voldoende water geven. Wel hij heeft gelijk en ik bevochtig mijn wortels overvloedig. (Hij weet dat als geen ander) Volgens Kritiek is het Fort V waar mijn wortels liggen (hij zit er niet ver naast) en volgens Bjorn is het Vauban (ver ernaast).

     

    Wel Kritiek, Fort V lag het dichts bij mijn ouderlijke woonst op de Vierbundersplein 11 in Wilrijk. Ge zit er dus dicht bij. Ik ging daar als kind spelen en als adolescent trainen (jawel, in een groots en zegerijk verleden deed ik nog aan sport.)

     

    Maar omdat Bjorn het blijkbaar meent met zijn opmerkingen, ga ik hem uit zijn lijden verlossen. Joannes Wienen, mijn overgrootvader woonde in Roermond. Roermond dat nu ligt in wat men Nederlands Limburg zou noemen. Een Dietse vriend van mij erkent echter de huidige staatkundige grenzen niet, dus laten we het gewoon over Limburg hebben.

     

    Maar Joannes vond dat het daar in Limburg allemaal een beetje te traag ging. Er was weinig te beleven, geen sensatie, niets boeiends. Dus koos Joannes ervoor om met zijn kersverse bruid uit te wijken naar de mooiste en de meest sensationele stad van heel de wereld en omliggende straten: Antwerpen. En in Antwerpen bouwde hij een schitterend leven uit en werd hij vader van o.a Fransiscus Wienen, beter bekend als Frans. En Frans werd verliefd op Elza en ging in Berchem wonen. Daar werd in de Wasstraat op 17 maart 1937 Hendrik Clement Jan Frans Wienen geboren. Beter bekend als Harry. (in 1947 volgde zijn zus Blanca)

     

    En in 1964 trad Harry Wienen in het huwelijk met Dora Janssens. Samen gingen ze op de Vierbundersplein in Wilrijk wonen (zie paragraaf 2). Uit dat huwelijk werden drie prachtige kinderen geboren. En een van de drie was ne speciale. Niet alleen was het een manneke, hij ging nog in de politiek ook. En dan nog voor een niet alledaagse partij als het Vlaams Blok.

     

    Om een lang verhaal kort te maken: de wortels van Wim Franz Hendrik Wienen liggen in Roermond. Sterker zelfs. Tot Harry Wienen op zijn 18de besloot om Belg te worden, was hij een Nederlander. Ik heb dus voor de helft Nederlands bloed in mijn aderen. (en had het dus ook niet veel gescheeld of ik had aan geen enkele verkiezingen deelgenomen) Daarom voel ik me ook zo goed in de partij die streeft naar het verenigd Dietsland.

     

    Dietsland Houzee!

     

    Nu tevreden, Bjorn. ;-)

     

    P.s.: Ik ben niet de enige in de partij met wortels in wat men onze buurlanden pleegt te noemen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik het met die knaapkes zeer goed kan vinden.

  • Even weg

    Even weg. Tot vrijdag. En dan nog in de buurt waar mijn familiale wortels liggen.